In Marokko

In Marokko

MARRAKESJ – Je zou kunnen zeggen dat Marokko net als Nederland zijn strijd tegen het islamisme voert, tegen de politieke islam, en vooral tegen de extreme variant daarvan, die graag aanslagen pleegt. Maar er is wel dit ene verschil tussen beide landen, en dat is dat Marokko al lang islamitisch is. Hier is op een enkeling na iedereen moslim, waar de meeste Nederlanders als de dood zijn dat ook Nederland ooit een islamitisch land zal zijn, ja heel Europa een islamitisch continent. En dan is er ook nog de angst het slachtoffer te worden van meer aanslagen, zoals die op Van Gogh.

Nu kent Marokko, gek genoeg misschien, die beide angsten ook, de angst door moslims gedomineerd te worden en de angst voor meer aanslagen. Men herinnere zich de aanslagen in Casablanca op 16 mei 2003. Op een en dezelfde avond bliezen twaalf zelfmoordterroristen zich op in of nabij een Spaans restaurant, een internationaal hotel, een joodse gezelligheidsvereniging, een joods restaurant en een joods kerkhof. Er vielen 32 doden en een hoop gewonden. Hier was sprake van zuiver fundamentalistische terreur, net zoals ruim een jaar later het geval zou zijn bij de aanslag op Van Gogh.

De reactie van de Marokkaanse overheid op de aanslagen lag voor de hand: alles oppakken wat ook maar enigszins in een verdachte reuk stond. Hier verschilt Marokko weer van Nederland, in die zin dat dit soort dingen hier makkelijker gaat. Duizenden mensen, verdacht van terroristische banden of sympathieën, werden gearresteerd. Er volgden ruim tweeduizend processen en meer dan duizend veroordelingen. De boodschap was duidelijk: tegen fundamentalistisch geïnspireerde terreur werd hard opgetreden. Tot zo ver lijkt het te hebben gewerkt.

Maar er is in Marokko ook nog zoiets als fundamentalistisch geïnspireerde politiek. Er is de sekte van sjeik Yassine, waar niemand echt bang voor hoeft te zijn maar die toch populariteit geniet, vooral onder dwepers. En er is de politieke partij pjd, de Parti de la Justice et du Développement, de enige fundamentalistische moslimpartij in het bestel. Voor de pjd is iedereen wél bang, zelfs de koning. De pjd predikt openlijk een terugkeer naar islamitische waarden, is tegen het «verval van de zeden», waaronder niet alleen verstaan wordt de alomtegenwoordige corruptie maar bijvoorbeeld ook het drinken van bier, het bedrijven van seks buiten het huwelijk en het dragen van geen hoofddoek. Ook het toenemend aantal toeristen en het daarmee gepaard gaande zedenverval, zichtbaar voor iedereen in een stad als Marrakesj, is de pjd een doorn in het oog – men ziet ook wel in dat Marokko de toeristeneuro’s hard nodig heeft, maar men zou liever zien dat bijvoorbeeld een badplaats als Agadir een wat ouder publiek trok en de stad wat meer zijn best deed om in plaats van twintigers de Europese bejaarden te trekken, die daar goed kunnen overwinteren.

De pjd is een relatieve nieuwkomer, de partij nam voor het eerst deel aan de verkiezingen in 2002 maar werd onmiddellijk de op twee na grootste. Na de aanslagen in Casablanca matigde de pjd zijn toon en sindsdien doet de partij zijn best enigszins gematigd over te komen. Volgend jaar zijn opnieuw parlementsverkiezingen en iedereen vreest dat de pjd nu wél de grootste partij gaat worden. Het gesprek van de dag, binnen politieke kringen, is dan ook: hoe de pjd klein te houden, bijvoorbeeld door de verkiezingen zo te organiseren dat de pjd niet meer dan een zeker aantal zetels kan behalen, of door de partij te dwingen een alliantie aan te gaan met andere partijen. Men is er nog niet uit, maar zeker is dat de koning, mede gezien de goede banden met het Westen, een oppermachtige, fundamentalistische pjd niet zal tolereren. De pjd weet dat ook.

De pjd dankt zijn populariteit aan het feit dat eigenlijk niemand hier wat te zeggen heeft, ja dat het grootste deel van de bevolking buiten spel staat. Men kan gaan stemmen, zeker, maar zelfs dat heeft weinig zin, want politieke partijen hebben maar weinig macht, dit land wordt door de koning geregeerd, en door een kleine groep getrouwen. Een stem op de pjd, die ook ijvert voor hervorming van het bestel, voor een werkelijke democratie, is feitelijk een proteststem. Het is vooral de gewone man, die weinig of niets heeft en die weet dat hij van de macht ook niets te verwachten heeft, die op de pjd stemt. Een stem op de pjd is de stem van hem die zich buitengesloten voelt. Ga nog een stap verder in het buitensluiten – in Marokko: in de armoede – en je hebt er een aanhanger van fundamentalistische terreur bij. De zelfmoordterroristen van Casablanca werden allemaal geronseld in de sloppenwijk Sidi Moumen.

Hier ligt een overeenkomst met Nederland. Nederland zal voorlopig geen islamitisch land worden, als Marokko. Maar een moslimpartij is niet ondenkbaar – en daar is ook niks mis mee. Een strijdbare, wellicht zelfs fundamentalistische moslimpartij als de pjd daarentegen zou wel vervelend zijn. Alles hangt af, lijkt mij, van de mate waarin allochtonen – de moslims onder hen – zich buitengesloten voelen.