In Marokko

In Marokko

RABAT – Te Rabat was voor het vierde of vijfde jaar het Mawazine Festival. Ik geloof dat mawazine iets als ritme betekent. Er zijn er die beweren dat mawazine tegelijkertijd een woordspeling is, zij lezen er ma voisine in en voeren ter ondersteuning aan dat het hier een internationaal muziekfestival betreft dat de bedoeling heeft, nietwaar, de mensen te verbroederen.

Najat Aatabou mocht het festival openen, te Taqadoum. Taqadoum is een volkswijk en vermoedelijk daarom was het optreden van Najat gratis bij te wonen. Andere muzikanten traden dezelfde avond elders op, bijvoorbeeld in theater Mohammed V in het sjieke centrum van Rabat, en daar moesten wel kaartjes gekocht worden, die in prijs uiteenliepen van honderd tot driehonderd dirham (tien tot dertig euro). Dat kunnen of willen gewone Marokkanen niet betalen. Bij het theater komen alleen Mercedessen voorrijden en andere dure auto’s, vele met een geel nummerbord, het nummerbord van de expat.

Maar voor het volk was er dus Najat Aatabou, op een podium in de openlucht kilometers ver weg in Taqadoum.

Iedere Marokkaan kent de 41-jarige geblondeerde Najat Aatabou, afkomstig uit Khemisset, zo’n honderd kilometer ten oosten van Rabat, getrouwd, moeder van drie kinderen, optredens over de hele wereld. Ze heeft de reputatie niet voor de poes te zijn, deze stevig gebouwde Berberse die op haar zestiende haar eerste liedje opnam, zeer tegen de zin van haar traditionele familie in: zoiets was ongepast. Het verhaal gaat dat haar broer op een avond met een dolk in zijn hand haar kamer binnenkwam om de geschonden familie-eer te wreken, en dat Najat, die in het geheim karatelessen had genomen, die broer toen tegen de vlakte sloeg, hem de dolk afnam, het huis uitvluchtte en zich er drie jaar lang niet meer liet zien. Nog steeds is de boodschap van veel van haar liedjes een strijdbare: dat een vrouw in niets onderdoet voor een man en zich ook niets door hem moeten laten zeggen. Haar reputatie niet alleen in woord maar vooral ook in daad feministe te zijn, bracht het onafhankelijke Franstalige weekblad Telquel op het idee Najat te vragen een week lang plaatsvervangend hoofdredacteur te zijn, de week van 8 maart, internationale vrouwendag. Het blad heette die week Tellequelle, het heeft van tijd tot tijd een prettig speelse toets. Maar Marokkanen luisteren uiteraard ook graag naar die veel zachtere Najat Aatabou, die de liefde bezingt en die sommigen wat denigrerend als «huwelijksmuziek» betitelen, muziek voor feestjes en partijen.

Welke Marokkanen? In ieder geval alle Taqadoumse Marokkanen. Avonden als deze, in de openlucht, op een braakliggend stuk land aan de rand van een wijk, zijn familieavonden, het zijn de avonden waarop er in de wijk iets gebeurt en iedereen is er dan ook bij. Achter de dranghekken staan de duizenden dicht opeengepakt, de vaders en de moeders, de opa’s en de oma’s en de talloze kinderen van alle leeftijden, dondert niet hoe laat het wordt, ze blijven erbij. Voor de dranghekken staan een paar politiemannen, maar het is niet nodig orde te houden, hun aanwezigheid volstaat om enige aftand tussen de zangeres en het publiek te bewaren. De ouderen staan rustig te luisteren, sommigen klappen mee op de maat, de jongere meisjes kennen de tekst van de liefdesliedjes en zingen hardop mee. De enigen die zich aan een zekere opwinding te buiten gaan, zijn de jongens tussen de vijftien en twintig jaar. Zij nemen elkaar op de schouders, trekken hun T-shirt uit en zwaaien dat heen en weer, om, zo lijkt het, Najat dit shirt goed te laten zien, het shirt van de een of andere voetbalclub. Het heeft iets ongerijmds in mijn ogen, wat heeft deze zangeres met voetbal, maar misschien mengt zich hier eenvoudig de ene extase met de andere.

Ik heb het vaker gezien, in Nederland, Marokkanen van die leeftijd die door muziek gegrepen zijn en in vervoering hun T-shirt uittrekken, op school, tijdens discomiddagen, en als toeziend docent stapte ik dan op zo’n jongen af en zei dat dat niet mocht en dat hij dat T-shirt weer aan moest trekken en diep in mijn hart vond ik het belachelijk dat hij überhaupt op het idee was gekomen het uit te trekken, was die jongen wel goed bij zijn hoofd? Nu pas zie ik dat het iets is wat ze uit hun vaderland hebben meegenomen, een gewoonte, dat het niks is om bang voor te zijn.

Ondanks die jongens in hun blote bast was van ongeregeldheden deze avond geen sprake, misschien omdat de vaders en moeders er ook bij waren, ja de hele wijk aanwezig was, misschien omdat er geen bier gedronken werd, niks gedronken werd, misschien omdat er helemaal geen reden was om zich te misdragen, waarom ook, het was toch leuk wat hier gebeurde, reden om vrolijk te zijn.

De hele avond had iets huiselijks, iets gemoedelijks, een gemoedelijkheid die ik zelf niet zo snel met een optreden associeer. Er was na Najat nog een ander optreden, en na tweeënhalf à drie uur gestaan en geluisterd te hebben, liepen de duizenden weer braaf hun wijk in, voldaan, naar huis.