In Marokko

In Marokko

RABAT – Ik lees het Franstalige, Marokkaanse weekblad Telquel doorgaans met plezier, er staat altijd wel iets leuks in, het loopt voorop in het signaleren van allerlei trends, het is niet bang uitgevallen en het is evenmin zwaar op de hand, het heeft een prettig-luchtige toets. Onlangs hadden ze wat ze zelf op de cover aankondigden als een document exceptionnel, een interview met een ex-folteraar, ex-martelaar, hoe moet je zo iemand noemen, iemand die ervoor zorgt dat mensen gaan praten. Het was een goed interview, de tortionnaire was openhartig, menselijk – ik kom daarop terug.

Hij deed zijn werk in de jaren zeventig en tachtig, in een detentiecentrum voor politieke gevangen, dus in de periode-Hassan II, ook wel aangeduid als «de jaren van lood». Die politieke gevangen waren voornamelijk linksen, marxisten, dat soort lui – nu hoor je nauwelijks nog van ze in Marokko, nu zijn het de islamisten die de vijand zijn. Eigenlijk dezelfde situatie als in Europa.

Ik zei dat de ex-folteraar openhartig was, hij vertelt hoe hij aan dat werk was gekomen, hoe hij ertegenover stond, waarom hij deed wat hij deed en wat dat met hem deed. Ik vind de verklaringen die hij geeft aannemelijk, dat is wat mensen tegen zichzelf zeggen, en het is ongetwijfeld ten dele waar. Hij had de bevelen van hogerhand maar op te volgen, hij kon er niet zomaar uitstappen want hoe moest hij dan zijn brood verdienen en bovendien, dan liep hij het risico zelf gemarteld worden. Bovendien: die linksen waren toch een gevaar voor de maatschappij! Een zin eerder nog had hij toegegeven dat er geen reden kon zijn iemand te martelen, nooit, maar, dat gezegd hebbend, Marokko was toch maar mooi aan de chaos ontsnapt, niet? Hij geeft ook toe dat hij niet zonder alcohol kon en kan leven, «er zijn beroepen waarbij je niet zonder drank kan».

Het is een goed interview omdat de man niet dom is, omdat hij worstelt met wat hij heeft gedaan en je dat terugleest, hij moet er toch op de een of andere manier mee in het reine komen. Het is een goed interview omdat de man toch menselijk is, dit is geen monster, en de dingen zijn niet zwart of wit. Al pratend onthult de man het schemergebied waarin hij zich bevond, waar het wel behoorlijk donker was, dat wel, maar ook weer niet zo inktzwart als je misschien geneigd zou zijn te denken. Kortom, het is een leerzaam interview en het zet tot overpeinzing aan, en dat is toch mooi.

Maar dan. Telquel wordt door halve-Fransen gemaakt, Marokkaanse redacteuren die volkomen francofoon zijn, het Frans ligt ze even na als hun moedertaal, vaak ook hebben ze in Frankrijk gestudeerd. Je zou dus vermoeden dat zo’n blad even professioneel is als Franse bladen, dat hier journalistiek op Europees niveau werd bedreven. Ook omdat Telquel, met nog een paar andere bladen, het beste is wat Marokko op journalistiek gebied te bieden heeft. Maar dan doet de hoofdredacteur dit.

Hij leidt het stuk in. Daar komt hij misschien niet onderuit. Hij verhaalt van zijn tweestrijd, het relaas van de folteraar bevat schokkende details, moet hij die wel publiceren, wat voor nut heeft het? Maar diezelfde details zetten hem juist aan het denken, hoe ver kan wreedheid gaan, hoe kan een politiek systeem zulke monsters baren? Hij gebruikt woorden als «menselijke wezens» en «ontdaan van menselijkheid». En hij besluit tot integrale publicatie – omdat u, lezer, zich die vragen ook moet stellen. Iedereen moet zich die vragen stellen. We moeten tot in het diepst van onszelf afdalen, onze demonen onder ogen zien, we moeten ons laten choqueren – opdat dit nooit weer gebeurt.

Misschien is het omdat het nog maar zo kort geleden is, die loden periode-Hassan II. En omdat zo’n interview inderdaad exceptioneel is, een unicum. Misschien is het ook omdat Telquel denkt dat het de Marokkaanse lezer, nog niet zo gewend aan een vrije pers, moet opvoeden. Ik weet het niet.

Dan mag de interviewer zijn eigen interview ook nog eens uitluiden, hoe het voor hem was om tegenover een beul te zitten… In het interview hield hij zich op de vlakte maar nu kan hij zich niet langer inhouden. Hij vertelt dat hij «veel psychologie» heeft moeten gebruiken om het vertrouwen van de ex-folteraar te winnen. Hij herinnert ons eraan dat vertrouwen de hoeksteen is van iedere onderneming. Onderwijl had hij last van zijn geweten. Hij zegt dat hij weet dat er in de wereld, in Marokko in het bijzonder, veel kwaad is. Iedereen weet dat. Maar om daadwerkelijk tegenover zo’n abject wezen te zitten, ermee te praten, een van degenen verantwoordelijk voor dat kwaad, erger nog, hem zichzelf te horen rechtvaardigen, zichzelf lafhartig achter zijn superieuren te zien verschuilen – en dan als interviewer neutraliteit te moeten veinzen, ja zelfs empathie… dat was moeilijk. Vraiment difficile. Maar het is voor het goede doel, een staat waar recht gedaan wordt. Opdat we nooit meer naar dit soort types hoeven luisteren!

Het zal onder ex-folteraars de animo met de pers te praten niet doen toenemen, lijkt me. Telquel bestaat pas vijf jaar. Vermoedelijk doen ze dit soort dingen over vijf jaar niet meer.