Kees Beekmans

In Marokko

AZROU – Met 39 verschillende ecosystemen beschikt Marokko over een rijke biodiversiteit, die zoals overal ter wereld wordt bedreigd. Vooral het gebrek aan regen speelt Marokko parten, zozeer dat men twee soorten droogte onderscheidt, de structurele droogte of aridité, waar het overgrote deel van het land aan onderhevig is, gebieden dus waar het nooit regent, en de sècheresse, droogte die veroorzaakt wordt door het uitblijven van regen waar die wel verwacht wordt. Aan de structurele droogte valt niets te doen, aan de sècheresse ook niet, maar je kunt in ieder geval nog hopen op een goed regenjaar, en dit jaar was dat het geval. Boeren zijn blij, bosbeheerders ook, ja eigenlijk iedereen. In zijn boek Marokko achter de schermen noemt NRC Handelsblad-correspondent Steven Adolf de Marokkaanse economie een «regeneconomie», en inderdaad, zelfs in de stad, op straat, zijn de mensen blij als het regent, ze lachen en zeggen: het is goed voor het land. Want regen zet alles in beweging.

Maar het is niet alleen het klimaat, het gebrek aan regen, dat die rijke biodiversiteit bedreigt, er zijn ook mensen en dieren die er een aanslag op plegen. In Marokko zijn die mensen doorgaans boeren of andere plattelanders, die bomen kappen om te kunnen stoken, en de dieren zijn schapen en geiten, die het land kaalvreten. Het resultaat is in beide gevallen woestijnvorming. In Marokko is de strijd om het behoud van de natuur een strijd tegen het oprukken van de woestijn.

In het Parc National d’Ifrane, in de Midden-Atlas, niet ver van Fes en Meknes, is de situatie nog iets gecompliceerder. Behalve mensen, schapen en geiten zijn daar ook apen. En dat is te veel. Het hart van het nationale park is het bos van Azrou, met vooral veel eiken en ceders. De apen, berberapen, leven in dat bos. De mensen die rondom het bos wonen hebben het recht het dode hout te sprokkelen, maar als het koud is in de winter – en het kan koud zijn in die omgeving; er wordt geskied – dan gaan ze bomen kappen. Herders laten in de zomer hun schapen en geiten in het bos foerageren en dat gaat ten koste van de jonge bomen. En de apen ten slotte ontdoen de bomen van hun bast. Daar kunnen de ceders slecht tegen.

De apen zijn betrekkelijk uniek. Het gaat hier om de macacus sylvanus, de enige makakensoort die buiten Azië leeft. Er zijn er nog in de Rif, in de Hoge Atlas en in Noord-Algerije, maar de grootste populatie, naar schatting zo’n achtduizend exemplaren, bevindt zich in het nationale park. Die apen wil men graag behouden, mede omdat ze toeristen trekken.

Van de apen zijn er veel, van schapen en geiten zijn er beslist te veel, vindt men bij de Service des Eaux et Forets (sea), de instantie die het nationale park beheert. Met de groei van de bevolking, vijf procent per jaar, is in de afgelopen decennia het aantal herders flink toegenomen. Schapenvlees immers is populair, Marokkanen eten het graag en er is het Offerfeest dat enorme aantallen schapen vergt, dit jaar vijf miljoen. De provincie Ifrane heeft bovendien het nadeel een rijke provincie te zijn, rijk aan natuur want het regent er betrekkelijk veel. Herders uit armere, drogere streken, die hun kuddes zien verhongeren, trekken naar Ifrane. Dat is niet goed voor het bos van Azrou.

Dit jaar viel er veel regen, dan blijven de herders lang weg uit het bos want ze vinden rondom het bos genoeg voedsel voor hun kuddes. Bij de sea wacht men af wat er deze maand gebeurt: als het heet en droog blijft, zoeken de herders toch het bos op. Deze herders weten wel dat men bij de sea vindt dat er te veel schapen en geiten zijn. Daarom zeggen zij: maar kijk eens naar die apen, het zijn er duizenden en ze trekken de bast van de bomen, die bomen sterven daardoor! Volgens de herders zijn het eerder de apen dan de schapen die het bos vernielen.

Bij de sea doet men nu onderzoek naar het gedrag van de apen. Mogelijk vinden de apen niet genoeg mineralen in hun voedsel – naalden van de ceder, dennenappels, eikels, insecten, gras – en eten ze daarom van tijd tot tijd ook graag een stuk bast. Zeker is nog niets, zeker is alleen dat er te veel schapen en geiten zijn.

Het moeten er sowieso minder worden. Hoe? Kleinere kuddes, zegt men bij de sea. Men probeert de herders te laten inzien dat een kleine, gezonde (gevaccineerde) en op vruchtbaarheid gefokte kudde meer rendement geeft dan een grote. Dat is tegen de stroom op roeien want de traditionele herder ziet zijn kudde als bank, na een goed jaar koopt hij er schapen bij. Men probeert de herders over te halen in deeltijd imker te worden en honing te gaan verkopen, of bijvoorbeeld medicinale planten te verbouwen – hiervoor zijn microkredieten beschikbaar. Men creëert verenigingen van herders om ze te laten delen in de verantwoordelijkheid voor het bos. En er zijn educatieprogramma’s om kinderen van de waarde van het bos te doordringen. «Het beschermen van bos moet samen met de bevolking die er altijd gebruik van heeft gemaakt», zegt men bij de sea, en men geeft toe: het is een proces van jaren.