In Marokko

In Marokko

RABAT – Een kennis uit Nederland was drie weken in de Rif op vakantie geweest. Ik sprak haar op haar laatste dag hier en zij noemde Marokko «een politiestaat». Ik keek daarvan op. Marokko een politiestaat? Ik had net Het zijn net mensen gelezen, het boek van arabist Joris Luyendijk over zijn tijd als correspondent in het Midden-Oosten, en in zijn beschrijving van de verschillende dictaturen in die regio had ik maar weinig herkend. Nee, zo was Marokko niet. Marokko was geen land waar de mensen niets over bijvoorbeeld de koning durfden te zeggen uit angst dat er iemand meeluisterde, een verklikker. Zo was de sfeer hier niet – niet meer. Onder de vorige koning, Hassan II, was ook Marokko een loden

dictatuur geweest, maar sinds zijn zoon Mohammed VI hier de scepter zwaait, zo’n zes jaar nu, is het land lichter geworden en kunnen de mensen vrijer ademhalen.

Mijn kennis, Maria, is journalist. Ze is niet dom en, behalve dat, oud en ervaren genoeg om wijs te zijn. Maar Maria is ook Nederlands. En het was de eerste keer dat zij in Marokko was. Ik merk vaker dat mensen dan toch een soort Nederland, maar dan zonniger en bevolkt door Marokkanen,

denken aan te treffen – ikzelf had dat in het begin ook. Zeker in de Rif valt het dan op dat je niet veel vrouwen op straat ziet, eigenlijk alleen mannen, dat overal vuilnis ligt en dat niets hier georganiseerd lijkt te zijn, dat iedereen maar wat doet, dat het land kortom een chaos is. Dat zijn in het oog springende verschillen met Nederland, de dieperliggende verschillen moet je ervaren – en zo’n ervaring stond Maria te wachten.

Ze was op reis met haar man, een fotograaf die bezig was aan een boek, en voor dat boek fotografeerde hij in een of andere stad, in Nador of El Hoceima, een kruispunt. Hij richtte zijn camera op de passerende auto’s, op de inzittenden van die auto’s en ook op de alomtegenwoordige vlaggen op en rondom het kruispunt. Die vlaggen hingen daar omdat het kroningsfeest van de koning nabij was, het hele land hing die dagen vol vlaggen.

Nu staan op ieder kruispunt in Marokko ook agenten, en wat de man van Maria met zijn camera deed, bleef niet onopgemerkt, niets blijft in Marokko onopgemerkt. Het zinde de politieman niet. Waarom fotografeerde de man van Maria die auto’s en die vlaggen? Beschikte hij wel over een «autorisatie»? Nee? Mee naar het bureau.

Maria vertelde me dat ze vier uur lang werden vastgehouden, vier uur – zo te horen was ze nog steeds niet over haar verontwaardiging heen. Het was haar man die was opgepakt, zij was door hem gebeld en naar het bureau toegekomen om hem bij te staan en nu vroeg de agent ook haar om haar paspoort. Waarom zou zij hem haar paspoort geven, kom op zeg! Voor Maria was dit alles – vier uur lang vastgehouden om niets, paspoort geven – reden om te denken dat die Marokkaanse politiemannen zeker dachten dat ze God waren en dat Marokko dus een politiestaat was.

Even dacht ik: ben ik hier na negen maanden al zozeer ingeburgerd dat dit alles normaal voor mij is geworden? Dat ik al niet meer zie hoezeer Marokko inderdaad nog een politiestaat is? En tegelijkertijd dacht ik: nee, dat is het niet. Dat is niet wat mijn gevoel mij zegt. Dit is geen politiestaat. De doorsnee politieman is hier niet oppermachtig en doet niet maar raak. Het lijkt er soms op, maar het is niet zo. Of beter: het is zo, maar het is tegelijkertijd ook niet zo.

Ik heb goed gevoeld hoezeer ik hier in het begin blind en doof was voor alles wat zich rondom mij afspeelde, ik heb het vaker gezegd. Het kan niet anders dan dat ook de toerist die hier voor drie weken komt blind en doof door het land reist. Hij ziet niets, hij hoort niets. Het is onmogelijk Marokko in drie weken te begrijpen. En alles wat je wel denkt te begrijpen, blijkt later toch weer anders te zijn.

Ik kon niet nalaten te glimlachen toen ik Maria als het ware tegen die politieman hoorde zeggen: waarom moet ik mijn paspoort geven? Het is zo’n Nederlandse reactie. Het is de reactie van de Nederlander die op zijn rechten staat. En hierin is Marokko toch anders. Hier bestaat geen recht – uiteindelijk, als het hard tegen hard moet, bestaat hier alleen het recht van de sterkste. Dat weet iedere Marokkaan, en toch, dat maakt van Marokko nog geen politiestaat. Maar het maakt de politieman wel sterk.

Wat doet de Marokkaan in zo’n situatie? Hij buigt mee. Hij geeft zijn paspoort en hij spreekt de politieman niet tegen. Waarom zou hij die politieman boos maken, daar bezorgt hij zichzelf maar last mee. Buig mee en wees ervan af. In de ogen van de Nederlander is dit kruiperig gedrag. Het verhoudt zich slecht tot het Nederlandse rechtsgevoel. In Marokko is het zeer effectief.

Ikzelf ben een paar keer in politiebureaus terechtgekomen. Ik heb van Marokkanen om mij heen ook verhalen over de politie gehoord. Marokko was een politiestaat, zeker, maar beweegt zich nu toch echt in een andere richting. Daarover volgende week.