In Marokko

In Marokko

Er was een diplomaat van de Franse ambassade te Rabat die er vier jaar op had zitten en nu naar Rome vertrok, om daar op de ambassade de tweede man te worden, zoals hij zelf zei. Hij liet een vriendin achter, een Marokkaanse van een jaar of 35, een vertaalster. Ze heette Aicha en ze was toch niet te beroerd om een soort van afscheid voor hem te organiseren, een soiree, voor maar een paar mensen overigens, we waren met z’n zessen: de Fransman, een Marokkaanse acteur alias theatermaker, ik, en drie vrouwen: Aicha, Samira en Nadia. Aicha was die avond wel wat somber, haar Fransman zou de volgende ochtend vertrekken, ze hadden al drie jaar een verhouding. Ik vroeg Samira, de enige van het gezelschap die ik goed kende, waarom de Fransman haar niet meenam, en ze zei: ‘Dat wil hij niet.’ Aicha woonde nog bij haar ouders, en daarom werd de avond georganiseerd in het appartement van haar vriendin Nadia, die toen we uiteindelijk opbraken met Samira mee naar huis ging om bij haar te blijven slapen, om Aicha en de Fransman een laatste nacht te gunnen.

Vandaag zit de tweede man in Rome en is Aicha haar vriend kwijt. Daarmee dan verkeert ze in dezelfde situatie als haar vriendinnen Samira en Nadia, die evenmin ooit getrouwd zijn en op dit moment ook geen vriend hebben. Drie vrouwen van halverwege de dertig, alledrie universitair geschoold, alledrie werk, alledrie een goed salaris, in staat zichzelf te onderhouden. Zoals gezegd woont Aicha nog bij haar ouders, maar ze neemt alle vrijheid, Samira en Nadia wonen zelfstandig.

Toen Tunesië in 1956 zijn onafhankelijkheid verkreeg, stelde president Bourguiba man en vrouw voor de wet gelijk. Hij had daarmee de bedoeling het land te moderniseren, en hij had goed gezien dat hij daarvoor de vrouw nodig had. Ook Marokko verkreeg zijn onafhankelijkheid in 1956, dit jaar uitgebreid herdacht, maar de Marokkaanse koning Mohammed V was niet zo slim indertijd hetzelfde te doen als Tunesië. Daardoor bleef bijna vijftig jaar lang de situatie van de vrouw er een van een minderjarige, althans voor de wet. In concreto gingen vrouwen van hand tot hand: eerst was zij ‘van’ de vader, daarna van de echtgenoot, en als die wegliep of stierf weer van haar vader of van een oudere broer of oom. Mannen konden gemakkelijk van hun vrouw af, hoefden haar maar te ‘verwerpen’, maar als een vrouw wilde scheiden moest ze bewijzen dat ze werd mishandeld of dat haar man anderszins grote gebreken bezat. Daarvoor dan had ze wel een half dozijn getuigen nodig, mannen, niet zo één-twee-drie gevonden. Als gebrek kon de vrouw niet aanvoeren het stelselmatige vreemdgaan van de man, want dat werd normaal gevonden, daar was je man voor. Pas onlangs, in 2004, veranderde de kleinzoon van Mohammed V, koning Mohammed VI, de hele familiewetgeving, de moudawana, tot groot chagrijn van de islamisten. Vrouwen zijn nu voor de wet gelijk aan mannen. Dat wil niet zeggen dat iedereen daar in even grote mate van doordrongen is, Marokko blijft een patriarchale maatschappij, maar het biedt vrouwen wel meer mogelijkheden, om te scheiden bijvoorbeeld.

Vorige week schreef ik dat er veel islamisten in Marokko zijn – maar de modernisering van Marokko moet evenmin worden onderschat. Vrouwen als Samira, Aicha en Nadia zijn er de voorhoede van. En ze zijn lang de enigen niet. In de jaren zestig kwam dit soort vrouwen in de Marokkaanse statistieken nog niet voor, in de dertig en niet getrouwd, inmiddels is een kwart van de vrouwen van die leeftijd nog ongebonden. Het zegt iets over de Marokkaanse man, of liever: in hoeverre Marokkaanse vrouwen vertrouwen in hem hebben, het zegt ook iets over het voortschrijden van het individualisme, tegen het traditioneel-Marokkaanse, het communautaire in. Een andere categorie, eveneens belichaamd door Aicha, Samira en Nadia, is die van de werkende vrouw in de stad. Vijftig jaar geleden eveneens een nog onbekend fenomeen, nu is één op de vier werknemers in de stad een vrouw. Andere cijfers onthullen in diezelfde mate een oprukkende modernisering. De gemiddelde leeftijd bijvoorbeeld waarop vrouwen huwen, is inmiddels 26 jaar. Het geboortecijfer is de afgelopen decennia drastisch gedaald, in de steden krijgen vrouwen nog maar twee kinderen – op het platteland nog altijd vier. Eén op drie huwelijken strandt tegenwoordig in de eerste vijf jaar.

Naima, Aicha en Samira zijn deels het product van de door koning Hassan II in de jaren zeventig ingezette scholingscampagne – zij zijn van de generatie die eind jaren tachtig, begin jaren negentig massaal, en voor het eerst zo massaal, de universiteit verliet. Vooral in het onderwijs, in de medische wereld en in de wereld van cultuur, media en literatuur komt men vrouwen van deze generatie tegen, en in overheidsdienst. Het platteland blijft als gewoonlijk achter – zestig procent van de vrouwen is er nog analfabeet – maar dit jaar is een grote alfabetiseringscampagne ingezet, de minister van Onderwijs heeft zelfs gezegd dat in 2020 Marokko geen analfabeten meer mag tellen. Dat is waarschijnlijk te hoog gegrepen, maar ook deze inspanningen zullen binnen afzienbare tijd hun vruchten afwerpen.