IN MAROKKO

IN MAROKKO

Over het onderwijs in Marokko hoor je grappige verhalen. Zo verdienen de meeste leraren niet zo veel, en daarom geven ze graag bijles. Aan het begin van het jaar vraagt de leraar de leerlingen wie er zoal bijles zou willen hebben, en de leerlingen die dat willen steken dan hun vinger op en komen op een afgesproken tijdstip bij de leraar thuis. Ze betalen er niet veel voor, misschien een paar euro. De leraar deelt aan de bijlessers een werkje uit, gaat zelf naar het café om koffie te drinken, komt weer terug en kijkt het werkje na, en de bijles is afgelopen. De volgende dag blijkt het proefwerk dat de leraar geeft precies dezelfde vragen als dat werkje te bevatten. De bijlesleerlingen scoren hoog, zij die geen bijles hebben genoten moeten het van eigen kracht hebben. Iedereen weet dat het zo gaat, dus iedereen weet wat het betekent als de leraar aan het begin van het jaar vraagt of er nog leerlingen zijn die graag bijles willen hebben. Dit directe verband tussen bijles en proefwerkcijfer is wat de leraar, die immers graag wil bijverdienen, verzekert van een zekere belangstelling voor zijn bijlessen.

Dit althans is wat Abdelkarim, die met zijn 35 jaar al weer zijn halve leven van school is, mij vertelde. Hij vertelde mij ook dat leerlingen ook hier om de paar jaar een soort cito-toets moeten maken, en dat de leraar alle antwoorden daarvan gewoon op het bord schreef, zodat de hele klas een tien had. Volgens hem ging dat op iedere school zo omdat iedere school graag wilde laten zien dat het een goede school was.

Ik luister graag naar Abdelkarim omdat ik van hem leer hoe ‘de’ Marokkaan in het leven staat en naar zijn eigen land kijkt, wat er de dominante trekken van zijn, bijvoorbeeld dat iedereen corrupt is, dat Marokko een hopeloos land is waarmee het nooit goed komt omdat Marokkanen hopeloze mensen zijn die alleen maar aan geld, eten en seks denken, maar dat het ondanks dat alles toch niet onprettig vertoeven is in Marokko.

Nu wordt het Marokkaanse onderwijssysteem inderdaad als min of meer hopeloos beschouwd. Overigens niet het hele systeem. Je kunt je kind hier op drie soorten scholen doen, als eerste op een Franse school, met voornamelijk Franse leraren en uitmondend in een Frans baccalauréat dat toegang geeft tot universiteiten in Frankrijk. Die scholen, behorend tot de Mission Française en stammend uit de koloniale tijd, zijn de meest begeerde, de duurste ook. De elite stuurt zijn kind hierheen, maar er is te weinig plek voor al die elitaire kinderen, en degenen die niet worden aangenomen komen terecht op een dure – Marokkaanse – privé-school. Ook daar wordt Frans gesproken, maar de meeste leraren hier zijn Marokkaan. Wie niet tot de elite behoort en niet veel maar wel wat geld heeft, stuurt zijn kind naar een iets minder dure privé-school, ze zijn er in alle prijsklassen. Voor wie niks kan betalen, resteert het staatsonderwijs, de openbare scholen, hoe moet je ze noemen. Dat zijn de scholen waarover verhalen à la die van Abdelkarim de ronde doen. Het staatsonderwijs wordt algemeen gezien als zeer slecht.

Waarom? Omdat de leraren die er lesgeven nooit op tijd komen, altijd zogenaamd ziek zijn, en dan worden de kinderen naar huis gestuurd. En als ze er wél zijn, dan hebben ze geen zin om iets uit te leggen, ze slaan de kinderen liever et cetera. Dat zijn de verhalen. Vast staat dat het onderwijs in ieder geval deze grote gebreken heeft: de taal waarin wordt onderwezen is niet de moedertaal van de leerlingen, en de pedagogische methodes zijn hopeloos verouderd.

De elite die thuis Frans spreekt en op een Franse school terechtkomt, heeft geen problemen. Het Frans is als een moedertaal. Zij die thuis geen Frans spreken, spreken of het Marokkaans Arabisch, of een Berbertaal. Dat is niet de taal waarin op de staatsschool wordt onderwezen, want dat is het klassiek Arabisch, dat nog behoorlijk verschilt van het Marokkaans Arabisch en niets gemeen heeft met de drie Berbertalen die hier gesproken worden. Op de staatsscholen is de dominante pedagogiek nog altijd: uit het hoofd leren. Bij proefwerken wordt gevraagd dat wat in de les wordt aangereikt zo exact mogelijk te reproduceren. De kritische zin van leerlingen, het nemen van initiatief, wordt niet gevoed.

Voeg daarbij het feit dat wat op school geleerd wordt nauwelijks aansluit bij wat de arbeidsmarkt vraagt, en men begrijpt waarom hier niet alleen veel werklozen maar ook zo veel ‘gediplomeerde werklozen’ zijn. Het zijn de mensen die dagelijks demonstreren voor het parlement in Rabat. Zij eisen een baan bij de overheid, want ze voelen zich onzeker in het bedrijfsleven, waar initiatief en vaardigheden gevraagd worden, niet in de laatste plaats de vaardigheid van een vloeiend Frans, een niveau dat je op een staatsschool niet bereikt.