In Marokko

In Marokko

Ik denk dat het met Marokko nooit goed komt. Er zit een weeffout in dit land. Er zit een weeffout in de Marokkaanse cultuur. Ik woon hier nu een jaar. Het is uiteraard zoals ik het zie.

De Marokkaan wil groot zijn. Dat betekent dat hij er alles aan zal doen om te voorkomen dat hij als klein gezien wordt. In andere termen: de Marokkaan is trots en wil gezichtsverlies voorkomen. Dit mechanisme is verstikkend.

Neem de zoon die van mening verschilt met zijn vader. Vader is groot en zoon is klein, zo liggen de verhoudingen. Klein moet groot respecteren, zo is de regel. Als klein groot niet respecteert, lijdt groot gezichtsverlies. Geen zoon zal dat zijn vader willen aandoen, geen vader ook zal dat van zijn zoon accepteren. Dit fnuikt iedere discussie. Kritiek op ouders is onmogelijk. Het is voor de zoon – of dochter – altijd laveren. Hij zal altijd moeten doen wat vader van hem verlangt, ja moeten zijn wie hij is in de ogen van vader. De jonge generatie kan de oude niet aan de kant zetten. Een breuk met het verleden is onmogelijk. Verandering is onmogelijk. Het blijft maar hetzelfde.

De economische ellende in dit land maakt dit mechanisme nog sterker. De zoon kan niet tegen zichzelf zeggen: ik heb lak aan mijn vader, want als de zoon zijn baan kwijtraakt heeft hij zijn vader weer hard nodig. Een Marokkaan kan zich een breuk met zijn familie niet veroorloven. Zijn familie is zijn verzekering, zijn bank.

De zoon wordt niet alleen gegijzeld door zijn vader, hij wordt gegijzeld door de hele maatschappij. Omdat, heel eenvoudig, de buurt vader in gijzeling heeft. Er zijn regels. Daar dient men zich aan te houden. Als de zoon ze overtreedt, wordt de vader erop aangekeken. De zoon brengt schande over zijn vader. Dochters hebben die macht uiteraard ook. Daarom slaan vaders – of broers – dochters soms dood, in een poging de schande uit te wissen.

Want aan schande kan niet worden getornd. ‘Maar ik voel…’ Waar heb je het over? Gevoelens? Wat doen die ertoe? Een voorbeeld. De vrouw gaat vreemd. Het komt uit. Haar man zal van haar scheiden. In Nederland gaat men in relatietherapie. Je loopt niet zomaar uit een huwelijk weg. Er zijn kinderen. En we begrijpen: zoiets kan gebeuren. Je bent tien jaar getrouwd. Weer verliefd zijn is spannend. We zijn mensen. Het kan weer goed komen.

In Marokko niet. Misschien houdt mijn vrouw niet van me, geen punt, maar nu blijkt dat ze ook geen respect voor me heeft. En niet voor het gezin, niet voor de kinderen. Ze heeft alles en iedereen te schande gemaakt. Ze moet weg.

In het Westen beginnen we trots als vijand te zien. Trots geeft ons niet altijd de beste raad. Naar gekwetste trots luisteren betekent veelal: je diepere gevoelens verloochenen. Die vrouw die vreemd ging wil toch bij haar man blijven. Die man houdt veel van haar. Maar ze heeft hem te schande gemaakt, ze moet weg. Daar lijden twee mensen onnodig.

De regel is oppermachtig, die moet gevolgd. In het openbaar, waar je gezien wordt. Achter de schermen kun je mens zijn. Daar kun je lak aan de regels hebben. Buitenlanders zeggen: de Marokkaanse cultuur is een cultuur van hypocrisie. Daar zit waarheid in. Openlijk rebelleren tegen regels doen Marokkanen niet. Ze zeggen niet: waarom verbergen we nog dat we bier drinken, we doen het allemaal, we weten dat, dus waarom doen we het niet gewoon ook op de terrassen, waarom moet het altijd binnen? De Marokkaan provoceert niet. Hij loopt het risico buitengesloten te worden. En in Marokko red je het niet als eenling.

Als het economisch beter gaat met Marokko, er meer banen komen, dan kan het individu op eigen benen staan. Dan heeft men de familie niet meer nodig. Dan hoeft men zich niet meer te conformeren. Dan kan dit land veranderen. Maar pas dan.

Dan kan het worden zoals het Westen. Dan kan de mens in de Marokkaan naar buiten treden. Dan kan de kloof worden overbrugd. De Marokkaan ziet een schoenpoetser en denkt: die man is klein, die buigt voor anderen, die poetst schoenen. De Nederlander ziet diezelfde schoenpoetser en denkt: die man weigert zijn hand op te houden, hij is geen bedelaar, hij knokt voor zijn bestaan. De Nederlander ziet een trots en waardig mens. De Marokkaan ziet een kleine man, die vertrapt kan worden.

De tweede en de derde generatie Marokkanen in Nederland zijn geen Marokkanen meer. Dat zijn Nederlanders. Ze kennen de regels nog, voelen nog de blik van hun vader, voelen ook de schande nog. Maar anders dan in Marokko zijn ze niet van familie afhankelijk, van niemand niet. Dat weten ze en dat verandert ze, onherroepelijk.