IN MAROKKO

IN MAROKKO

Ik had een dag van de taalles gemist, ik vreesde al dat het me zou opbreken, die vrees is bewaarheid geworden. Ik had de eerste week van de cursus Darija («Dariezja»), het Marokkaans-Arabisch, erop zitten, ik vertrok een weekend naar Marrakesj omdat Willem-Alexander en Máxima er zouden zijn, ik keerde zo snel mogelijk terug naar Rabat maar zat pas dinsdag weer in de les – en ja, dat ik er maandag niet bij was, zou ik weten.

Zelf heb ik in de klas altijd wel een of twee domme leerlingen gehad, voor het gemak noem ik ze nu even zo. Ik gaf jarenlang Nederlands aan kinderen die pas in Nederland waren, die de middelbareschoolleeftijd hadden, die een heel nieuwe taal moesten leren, en er waren er altijd bij die al snel op de rest achterliepen. Ik herinner me de Marokkaanse Mimoun, hij had ook een wat onnozel gezicht, een vriendelijke jongen die na twee, drie weken nog geen woord kon uitbrengen en mij als ik hem een eenvoudige vraag stelde met dat onnozele gezicht maar bleef aankijken, de klas ondertussen hield de

adem in, sommige leerlingen hoorde ik al zacht lachen. Mij begon dat onnozele gezicht op een gegeven moment te irriteren, zo moeilijk was het toch niet? Een paar leerlingen riepen: «Mimoun! Mimoun!» omdat Mimoun hard

op weg was hun held te worden, niet alleen omdat hij niks wist en begreep en zo onnozel kon kijken maar ook omdat hij Mimoun heette, en voor de Turken en de Joegoslaven leek dat verdacht veel op maimoen, dat in hun beider taal aap betekent. Gepest werd hij niet, iedereen vond hem aardig, maar hij kan zich de eerste weken in de klas, tot stomheid veroordeeld, toch niet prettig gevoeld hebben.

Mimoen werd later overgeplaatst naar een nieuwe klas, mocht dus opnieuw beginnen, en dat ging beter. Vanzelfsprekend is het mijn eer te na om straks deze eerste cursus nog een keer te moeten volgen, dat nooit, wel weet ik nu beter hoe Mimoun zich gevoeld moet hebben. Er zijn, sinds ik mijn dag heb gemist, momenten dat ik niets begrijp van wat zich om mij heen afspeelt. Vooral die Amerikanen in mijn klasje werken hard, het zijn er zes, allemaal maken ze hun huiswerk en studeren ze hard op het Arabische alfabet, ze beginnen de zinnen al gemakkelijk te lezen, terwijl ik nog bezig ben letter voor letter uit te puzzelen welk woord daar nu eigenlijk staat. Dan vraagt onze leraar Karim iets in het Darija, en dan geeft zo’n Amerikaan antwoord en dan heb ik geen idee wat er wordt gezegd. Soms vraag ik dan waar ze het over hebben maar het wordt vervelend om dat te vaak te moeten doen dus soms hou ik gewoon mijn mond – zoals Mimoun ook altijd deed.

Het is mijn eigen schuld. Ik heb niet alleen die ene dag gemist, ik heb ook weinig gestudeerd. Ik heb veel aan mijn hoofd gehad, dit regelen, dat regelen, hier achteraan en daar achteraan, ik heb de rust niet gehad om te studeren. Nu ik hier bezig ben in te burgeren denk ik vaak aan de buitenlanders die bij ons moeten inburgeren en nu begin ik beter te begrijpen waarom zo velen de taal nooit goed geleerd hebben, of daar heel lang over hebben gedaan, en dan nog. Je moet er een leeg hoofd voor hebben. Als je werkt, de zorg voor een gezin hebt, dan is het niet zo makkelijk, en ook niet als je oorlogsvluchteling bent en dingen te verwerken hebt.

Ja, het is mijn eigen schuld maar ik geef de schuld toch liever aan een ander. Als ik in de klas zit en ik weer niks begrijp en de leraar praat maar door, dan begin ik kwaad te worden en dan denk ik: wat is dit nou voor waardeloos soort onderwijs, zo doe je dat toch niet? Ik kan het ook, hoor, ik jij hij en zij vertalen en dan één tot en met tien opdreunen en dan de dagen van de week en de maanden en dan de werkwoordsvervoegingen en de bezittelijke voornaamwoorden en ga zo maar door. Dat je al die elementen ook in tekst kunt aanbieden, geïntegreerd zoals dat heet, en uitentreuren kunt herhalen in weer andere teksten, lijkt tot althans dit cursusinstituut nog niet te zijn doorgedrongen, en ik denk op grond van wat ik zo om mij heen hoor tot geen enkel taleninstituut in Marokko. Wat dat betreft hebben we in Nederland wel geleerd hoe we anderen zo efficiënt mogelijk Nederlands leren.

Het is werkelijk lastig, die vreemde woorden in dat vreemde schrift, al die nauwelijks van elkaar te onderscheiden haaltjes en krabbeltjes en puntjes, het maakt het dubbel zo moeilijk, maar ik laat me door die Amerikanen niet op de kop zitten.