In Marokko

In Marokko

De twintigjarige Fahd is de jongste en de vlotste onder de broers van Touria. Hij heeft een leuk gezicht, rookt iedere avond stiekem hasj en schept tegenover mij graag op over de meisjes die hij heeft gehad en die maar achter hem aan blijven lopen. Inderdaad bellen er soms meisjes huilend aan, die dan door Touria of een andere zus worden getroost. Fahd laat zeggen dat hij niet thuis is. Fahd is trots, heeft een wat gewichtige manier van spreken en is altijd overtuigd van zijn eigen gelijk. Twijfel bestaat niet voor hem, en hij twijfelt evenmin aan zijn eigenwaarde. Zo beweert hij dat hij mij binnen een week het Marokkaans-Arabisch kan leren, want dat is een makkelijke taal, in tegenstelling tot het klassiek Arabisch, dat moeilijk is. Hij is teleurgesteld als ik de woorden die hij me leert een paar dagen later weer vergeten ben. Hem zou dat nooit zijn overkomen. Als hij een nieuw Frans woord hoort, vergeet hij dat nooit meer. Ik leer hem een paar woorden Nederlands en zeg dat ik over een week zal kijken of hij ze nog weet. Natuurlijk weet hij ze niet meer. Maar dat is volgens Fahd omdat hij er geen moeite voor heeft gedaan.

Bij Touria thuis doen de vrouwen het werk. Ze koken, dekken de tafel, dienen op, ruimen af, wassen af, doen de was, boenen de vloer. De drie jongens doen niks. Soms zeg ik tegen Fahd: moet jij niet eens afwassen?

‘Hasjoema!’ antwoordt hij. ‘Schande!’

‘Waarom is dat hasjoema?’

‘Ik ben een man’, zegt Fahd, en dat verklaart inderdaad alles. Toch zeg ik nog: ‘Ik ben ook een man, maar ik was thuis wel af.’

‘Maar jij woont alleen.’

‘Vroeger hielpen mijn broers en ik mijn moeder bij het afwassen. Mijn vader pakte op zaterdag zelfs de stofzuiger.’

Fahd haalt zijn schouders op. Hij lijkt niet goed te begrijpen waar ik nu eigenlijk heen wil.

‘In Nederland’, ga ik verder, ‘vinden we het hasjoema als je níet helpt. De taken in huis moeten eerlijk verdeeld worden.’

Ah, daar is Fahd het mee eens. Alleen: de taken van een vrouw zijn nu eenmaal niet die van een man.

Zo heeft Fahd overal een antwoord op. De enige keer dat ik hem een ‘vrouwentaak’ zag vervullen, was na het overlijden van zijn broer Hamid. Op de derde dag van de rouw kwamen veel gasten langs. Die moesten eten – dus bediend worden. De broers hielpen mee. Fahd was daarbij nog van de stenen trap gevallen, hij had een flinke wond op zijn linkerknie. Het paste wel weer bij hem daar niet zielig over te doen.

Maar Fahd is altijd vriendelijk – zoals iedereen bij Touria in huis trouwens. Als hij merkt dat ik me zo langzaamaan wat verloren begin te voelen in een huiskamer waar alleen Arabisch wordt gesproken, en veel te snel voor mij, knoopt hij in het Frans een praatje met me aan. Hij kijkt tegen me op omdat ik journalist ben, een beroep dat tot zijn verbeelding spreekt, al laat hij dat alleen merken op de hem eigen wijze, waarbij zijn trots, zijn gevoel ‘groot’ te zijn, minstens zo groot als ik, overeind blijft. Zo zegt hij dat hij me kan helpen met het schrijven van artikelen, hij kan me informatie over Marokko geven die ik elders niet zo makkelijk zal kunnen krijgen, niemand zal dat soort dingen tegen me willen zeggen, er is een Marokko waar ik geen weet van heb – en zo gaat hij nog even door, tegelijk het mysterie en zichzelf groter makend.

Op een avond zit ik met Fahd op een terras in het centrum van Meknes. Ik heb Touria naar de kapper gebracht en nu wachten Fahd en ik tot ze klaar is en zich weer bij ons voegt. Fahd vond het leuk om mee de stad in te gaan. Het is de avond dat ik Touria’s vader om haar hand zal vragen. Ik zeg tegen Fahd dat ik besloten heb met zijn zus te trouwen.

Fahd kijkt verheugd en feliciteert me. Dan kijkt hij ernstig en zegt: ‘Een goede keus. Touria is een goede vrouw.’ Dát ik Touria ten huwelijk wilde vragen, na toch betrekkelijk korte tijd, verbaast hem niet.

Ik denk aan de vader van Fahd, Driss, die me vertelde dat hij zijn vrouw Fatima nog nooit had gesproken toen hij haar ten huwelijk vroeg. Voor hem was het genoeg geweest te weten dat Fatima ‘een goed meisje’ was – zo althans werd in de buurt over haar gesproken. Nu, veertig jaar later, feliciteert zijn zoon Fahd me met mijn ‘goede keus’, zijn zus Touria is immers ‘een goede vrouw’. Soms is het alsof de tijd hier stilstaat.