In Marokko

In Marokko

Op een doordeweekse avond laat Touria, die in Meknes is, me per sms weten dat ze blijft slapen bij haar vriendin Nadiya. Ik neem het voor kennisgeving aan, maar het verbaast me wel. Waarom moet ik dat weten? Ze blijft wel vaker bij Nadiya slapen. Maar Touria heeft zo haar redenen, die alles te maken hebben met haar broer Hicham, die moetazjedied is geworden, ik schrijf het op zoals je het uitspreekt, het betekent zoiets als zeer strenge moslim.

Ik ben de halve week in Meknes en de halve week in Rabat. Die halve week in Rabat is Touria meestal bij mij. De halve week dat ze in Meknes is, zonder mij, is ze ook niet veel thuis, en zeker ’s avonds niet. Dan gaat ze koffiedrinken met vriendinnen in een café ergens in het centrum. Haar zussen zouden zoiets nooit doen. Die gaan niet alleen op stap.

Nu zegt haar vader dat het beter is als ze niet te veel uitgaat. Hij zegt: ‘Je bent dagenlang in Rabat, en als je hier bent ga je ’s avonds naar het café. Dat is niet goed. Waarom blijf je niet gewoon thuis zoals Souad en Rachida?’

Touria wil niet leven in een gevangenis. Ze heeft het nodig om af en toe aan de sfeer in huis te ontsnappen, haar moeder die altijd maar klaagt dat ze ziek is. Ze zegt tegen haar vader: ‘Dit zeg je tegen mij omdat Hicham moetazjedied is geworden.’

Vader zegt dat hij niet bang is voor Hicham. Maar, zegt hij ook nog, jongens die dit pad kiezen kunnen brokken maken: ‘Ik zeg niet dat je een hoofddoek moet dragen, ik vraag je alleen ’s avonds thuis te blijven.’

Touria denkt: nu is het thuisblijven, morgen is het een hoofddoek en overmorgen verbiedt Hicham me te trouwen met een niet-moslim. Ze houdt van haar vader, veel meer dan van haar moeder, maar dit kan ze niet accepteren. Als gewoonlijk gaat ze om half acht naar het café, maar ze komt die avond niet meer thuis. Ze blijft bij Nadiya slapen. Pas de volgende ochtend komt ze weer thuis.

Haar vader is boos. Hij zegt: ‘Je luistert niet naar mij. Je gaat zomaar weg en komt de volgende ochtend pas terug.’

Zij zegt: ‘Ik heb bij Nadiya geslapen. Kees weet waar ik ben.’

Hij: ‘En ik dan? Ben ik je vader niet meer? Kees is nog niet je man.’

Touria: ‘Ik heb niemands toestemming nodig.’

‘Wat jij doet’, zegt vader, ‘is haram.’

Touria: ‘Wat ik doe, is haram? Ik ben een slechte vrouw? Ik bid niet, ik draag westerse kleren, ik blijf bij Kees in Rabat, dus ik ben slecht? En wie heeft ervoor gezorgd dat Hamid in het ziekenhuis werd opgenomen? Wie heeft een maand lang alles voor hem gedaan? En wie neemt Rachida mee naar de dokter, en wie betaalt de dokter? En nu is wat ik doe haram. Nu ben ik een slechte vrouw.’

Haar vader zwijgt.

Touria zegt: ‘De hele dag de koran lezen en bidden, dat maakt van Hicham een goed mens? En ik, ik help iedereen hier, en ik ben slecht? Hicham is moetazjedied en zorgt alleen voor problemen. Wie kocht kleren en schoenen voor Hicham voordat hij moetazjedied werd, en wie gaf hem geld voor koffie in een café? En nu ben ik een slecht mens omdat ik bij mijn man wil zijn of ’s avonds mijn vriendinnen wil zien?’

De tranen springen haar in de ogen. Ze zegt nog: ‘Ik heb ook een leven. Ik word gek als ik altijd in dit huis moet zijn.’

Ze begint te huilen. Haar vader begrijpt haar want ook hij wordt gek van het geklaag van zijn vrouw, die maar blijft denken dat ze ziek is. Wat moet hij nu? Hij wil niet vechten met Hicham, en hij wil niet vechten met Touria. Het is het gemakkelijkst haar iets te verbieden, hij heeft het gelijk van een hele cultuur achter zich. Maar hij weet ook dat Touria thuis meer status heeft en sterker is dan Hicham, dat ze zich door Hicham niets laat verbieden.

Hij legt een hand op haar schouder. Je hebt gelijk, zegt hij zacht. Nti razjel, je bent een man. Als ik sterf, geef ik jou de verantwoordelijkheid, voor mij ben jij mijn oudste zoon.

Sinds haar scheiding woont ze weer thuis en is ze weer zijn dochter, zolang ze niet formeel getrouwd is dient ze zich als dochter te gedragen. Dat doet ze niet. Vader moet haar gedrag – als hij haar niet wegstuurt, en dat wil hij niet – op de een of andere manier zien te verantwoorden. Hoe, in godsnaam? Door haar als man te zien.