In Marokko

In Marokko

En nu is de beurt aan Nichane (Niesjane). Nichane is een betrekkelijk nieuw, Arabischtalig weekblad, de naam betekent rechtdoor of vooruit, maar het kan ook eerlijk betekenen. Het wordt uitgegeven door dezelfde uitgever als het Franstalige blad Telquel, waarover ik wel eens schreef. Het kwam vier maanden geleden op de markt. Nu al mag het niet meer verschijnen.

De komst van Nichane was een blijde gebeurtenis, want Marokko kon nog wel een onafhankelijk medium gebruiken. Er waren al Le Journal en Telquel, beide Franstalige weekbladen, Nichane was het eerste onafhankelijke Arabischtalige weekblad. Ik geloof niet dat ik onwaarheid zeg als ik beweer dat er verder weinig is. Er zijn in Marokko wel kranten en weekbladen met een zekere mate van onafhankelijkheid, maar veruit de meeste pers is erg braaf of loopt ronduit aan de leiband, ofwel van het regime, ofwel van de een of andere politieke partij, wier huisorgaan die krant dan is. Le Journal, Telquel en Nichane hadden met niemand iets te maken – behalve met de Marokkaanse realiteit. Dat betekent processen. Zowel Le Journal als Telquel wordt met zekere regelmaat aangeklaagd. Le Journal, dat al een keer van naam is veranderd om zijn voortbestaan te verzekeren, wordt opnieuw in zijn bestaan bedreigd. Telquel hangen vooralsnog alleen boetes die het nog wel kan betalen boven het hoofd. Al zijn het particulieren die die weekbladen voor het een of ander aanklagen, bij de weekbladen ziet men daar de lange arm van het regime achter. Het zijn weekbladen die niets of niemand sparen, zelfs de koning niet. Men vermoedt dat dat toch irriteert.

Waarom worden die weekbladen dan niet gewoon verboden? Dat zou gemakkelijk zijn, kijk maar naar Nichane, maar dat is nu juist wat Marokko ook weer niet wil. Marokko laat zich er graag op voorstaan een van de weinige progressieve Arabische landen te zijn, werkelijk op weg naar een volwaardige democratie. De pers muilkorven past niet bij dat imago. Toch deelt men van tijd tot tijd nog een tik uit.

Nichane publiceerde een artikel over moppen. Moppen over de koning, over Allah, en over seks. Met dat drietal spot je niet, dat is taboe. Dus komen er moppen. Nichane somde er een aantal op, netjes gerubriceerd, en deed een poging tot analyse. ’s Lands procureur-generaal zag in dit artikel een ‘aanval op de heilige waarden’ van Marokko – en dat is een zware aanklacht, waartegen de hoofdredacteur zich nu voor de rechter moet verdedigen. In afwachting van de uitspraak legde de minister-president Nichane alvast een verschijningsverbod op.

Waarom Nichane wel en Telquel en Le Journal niet? Dat heeft met de taal te maken. Neem de dertigjarige Abdellah Taia, de eerste Marokkaanse schrijver die nichane voor zijn homoseksualiteit uitkomt, ik noemde hem hier al eens. Kortgeleden kwam zijn derde boek uit, hij gaf interviews, maar zolang die in de Franstalige pers verschenen, was er niks aan de hand. Pas toen hij een interview gaf in een Arabischtalige krant kreeg hij problemen met zijn familie. Want nu werd er in de wijk over gesproken, die zoon van Taia is een homo, hij zegt ’t zelf in de krant, schande… In het Arabisch kwam het plotseling dichtbij.

Le Journal en Telquel worden gelezen door intellectuelen, door de bovenlaag die het Frans goed beheerst. Nichane komt veel dichter bij het volk. Over de moppen wordt onmiddellijk geklaagd op een Marokkaanse website die door islamisten wordt onderhouden. De journalisten van Nichane worden er uitgemaakt voor ongelovigen, zondaars, homoseksuelen en dronkelappen, en worden bedreigd. Websites uit de Golfstaten nemen de fakkel over. In Koeweit dient een aantal parlementariërs een officieel protest in bij de Marokkaanse ambassadeur. In Kenitra, niet ver van Rabat, organiseren islamistische studenten een protest. De meest gelezen columnist van Marokko, van een Arabischtalige krant, roept de regering op ‘haar verantwoordelijkheid te nemen’. Een paar dagen later is het gedaan met Nichane. En geen krant of weekblad – behalve Telquel en Le Journal – betreurt het openlijk.

Een van die moppen ging als volgt: Basri, gevreesd minister van Binnenlandse Zaken onder koning Hassan II, in die smerige jaren van de loden dictatuur, komt bij de hemelpoort. De portier zegt: ah, Basri, jij moet naar de hel. Basri trekt zijn portemonnee en zegt: valt er niet iets te regelen? De portier schudt zijn hoofd: hier is geen corruptie, je moet naar de hel. Terwijl Basri naar de hel loopt, passeert hij de hemel. Daar ziet hij Hassan II zitten. Onmiddellijk loopt hij terug naar de portier: hoe kan Hassan in godsnaam in de hemel zitten als corruptie hier niet bestaat!

Sommigen zeggen dat het deze mop is, over het koningshuis, die Nichane de das om heeft gedaan. Ik denk dat Marokko dat stadium toch wel voorbij is. Nee, men is bang voor de islamisten, men wil geen cartoonaffaire.