In Marokko

In Marokko

Je zou de profeet Mohammed een socialist kunnen noemen. Hij was een zakenman, maar hij stoorde zich aan de groeiende ongelijkheid in Mekka. Naarmate de stad zich meer en meer als koopmansstad begon te ontpoppen, werden de verschillen tussen arm en rijk groter. Waarden die zich in stamverband door de eeuwen heen bewezen hadden, zorg voor de naasten, en voor de zwakkeren, werden vergeten. Het werd, als ik Karen Armstrong in Islam, a Short History moet geloven, ieder voor zich in Mekka.
En er was nog iets waar Mohammed zich aan stoorde, weer volgens Armstrong, en dat was dat de christenen en de joden wél hun eigen profeten en hun eigen heilige boek hadden, maar de Arabieren niet. Mohammed had genoeg van de primitieve, heidense aanbidding van tal van goden die onder de stammen op het Arabische schiereiland nog schering en inslag was. Nee, de complexiteit van het moderne leven in steden vereiste volgens Mohammed monotheïsme. Het werd hoog tijd dat de Arabieren hun eigen profeet kregen, en hun eigen heilige boek geschreven in hun eigen taal.

Vandaar dat Mohammed niets tegen christendom en judaïsme had, integendeel, zij die deze religies aanhingen hadden het licht gezien, het waren broeders. Mohammed schijnt een hekel gehad te hebben aan godsdienstige haarkloverij. Het ging om die ene god, die de god van allemaal was, hoe je ’m verder ook noemde, en het ging allereerst om sociale rechtvaardigheid. Daarom droeg hij zijn volgelingen ook op in gebed te knielen, als symbool voor hun overgave aan god. Het gold als een soort tegengif tegen arrogantie en inhaligheid, want wie zich al knielend overgaf, kon niet anders dan voelen dat hij niets was in de ogen van de god die het al geschapen had. Hij zou dan als het ware vanzelf bescheiden worden en zijn naasten met mededogen behandelen, en dat was precies Gods wil. Het was de eerste taak van een moslim bij te dragen aan een samenleving die gestoeld was op wat je praktisch mededogen zou kunnen noemen, een samenleving waarin de welvaart eerlijk wordt verdeeld. Vandaar ook het belang van de ramadan – voelen hoe het is om niks te eten te hebben – en de nadruk op het geven van zakat, aalmoezen.

Je kunt moeilijk beweren dat in Marokko deze beginselen van de islam van staatswege worden toegepast. Marokko is geen socialistisch land, waar bijvoorbeeld de inkomens door middel van belastingen genivelleerd worden, ten voordele van de armen. Dit land zit met hordes armen opgescheept, en niemand die ze helpt, zeker de rijken niet, die vaak erg rijk zijn. Je zou daarentegen wel weer kunnen zeggen dat Nederland een op het islamitische gedachtegoed gegrond stelsel van sociale voorzieningen heeft, dat het de zakat als het ware heeft geïncorporeerd.

Indertijd waren het vooral de armen en anderen, bijvoorbeeld slaven, die van de macht afgesneden waren, die Mohammed hielpen eerst Medina en vervolgens Mekka te veroveren. Nu bedreigen diezelfde armen in ieder geval het regime in Marokko, want onder hen rekruteren islamisten hun aanhang. Het lijkt erop dat deze armen nog niet de macht hebben om de zaken naar hun hand te zetten, maar dat kan een kwestie van tijd zijn. Het zal de eerste keer niet zijn dat een gevestigde orde door hen die niets hebben wordt omvergeworpen – zoals Mohammed en zijn hongerige volgelingen indertijd zelf ook deden. Het rijk van de mohammedanen groeide uit tot een imperium waar, helaas, de mohammedaanse beginselen door de staat zelf toch nooit echt in praktijk werden gebracht. Overal ontstonden alleen maar nieuwe, nu mohammedaanse klieken die vooral zichzelf verrijkten.

De vraag is gerechtvaardigd of dat ook niet altijd de bedoeling is van mensen die ideeën propageren, zoals Howard Bloom beweert in The Lucifer Principle. Aan de macht komen. De voordelen die daaraan vastzitten genieten. Van Jezus, die ook ideeën had, zou je je dat ook kunnen afvragen, en het gekke is dat ik Jezus eerder vertrouw – dat-ie ’t niet voor zichzelf deed – dan Mohammed. Dat is ook omdat Jezus nooit legers heeft geleid. Als we de evangeliën moeten geloven praktiseerde hij het ‘keert hem dan ook uw andere wang toe’. Toen Mohammed zich verraden wist door een van de joodse stammen in de buurt van Medina liet hij alle zevenhonderd mannen afslachten en de vrouwen en kinderen als slaven verkopen. Armstrong betoogt dat het leven in de woestijn hard was en Mohammed het zich niet kon permitteren een doetje te zijn: ‘Arabia was a chronically violent society and the ummah (gemeenschap van ware gelovigen – kb) had to fight its way to peace.’ In dat licht, overigens, verbaast het niet dat de koran propageert: oog om oog, tand om tand. Iedere Marokkaan zal het belang daarvan ook onderstrepen: anders overleef je niet. Ik, maar ik ben opgevoed in een van het christendom doordrenkte cultuur, ik zie niet wat vergelding nog met religie te maken heeft.