In Marokko

In Marokko

Het proces tegen twee redacteuren van het pas vier maanden oude en nu alweer verboden Arabischtalige weekblad Nichane in Casablanca trekt redelijk veel bekijks. Vooral van journalisten. Wat gebeurt er met de redacteuren die het lef hadden moppen over de koning, over de islam en over seks te publiceren? En wat gebeurt er met het blad zelf?

Hier staan terecht de hoofdredacteur van Nichane en de redactrice die het artikel over de moppen schreef, een analyse van tien pagina’s. Marokkanen zeggen niet: dit land is klote, de koning is slecht; ze zeggen het met een mop. Dan nog moeten ze oppassen, men vertelt deze moppen alleen in intieme, besloten kring. Ze doen enigszins denken aan de moppen die Karel van het Reve als correspondent in de communistische Sovjet-Unie optekende, wat de Nederlandse communisten niet leuk vonden.

Hier in Marokko stoorden vooral de islamisten zich aan de grappen. Ze maakten zich er druk over op websites en begonnen demonstraties te organiseren – de minister-president legde Nichane onmiddellijk een verschijningsverbod op. Dat maakte een einde aan de beroering. In deze tijden is een cartoonaffaire snel geboren en zoiets wil Marokko niet op zijn naam hebben.

Ik kan het niet laten een paar moppen te citeren. Een van de hardste over het koningshuis is wel deze: Hassan II, de overleden vader van de huidige koning Mohammed VI, keiharde dictator, komt bij de hemelpoort. Om te weten of hij naar de hel of de hemel moet, tikt men bij de receptie zijn naam in, maar de computer herkent die niet. ‘Hassan II… nee, bestaat niet’, zegt de engel achter de balie. ‘Weet je zeker dat je zo heet?’ Nog een keer zoeken levert weer niets op en de engel zegt: ‘Ga het maar even bij Allah zelf vragen.’ Hassan loopt naar Allah en zegt: ‘Ze kunnen mijn naam niet vinden in de computer.’ Allah zegt: ‘Geef je carte nationale’, het identiteitsbewijs. Allah bekijkt de kaart van Hassan, kijkt lang naar de foto en schudt zijn hoofd: ‘Nee’, zegt hij, ‘jou heb ik nooit gecreëerd.’

Het is niet waarschijnlijk dat de islamisten aan een dergelijke mop aanstoot hebben genomen. Doorgaans zijn zij geen fan van het koningshuis. Voor hen had Nichane een aantal andere moppen in petto.

Vooral de grap over een zekere Abu Horeira zal gestoken hebben. Dat ik hier ‘een zekere’ schrijf, verraadt mijn eigen onwetendheid. In Marokko weet iedereen wie deze Abu Horeira is, ik weet zelfs niet of ik zijn naam hier goed weergeef. Abu Horeira leefde in de tijd van de profeet Mohammed als een voorbeeldig man en moslim. Hij schijnt vaak in de hadith, de overleveringen over Mohammed en zijn levenswandel, genoemd te worden, vanwege zíjn vlekkeloze levenswandel. Enfin, ook deze Abu Horeira komt bij de hemelpoort. Een verveelde engel tikt zijn naam in. ‘Horeira… naar de hel.’ ‘Naar de hel?’ roept Horeira verbaasd. ‘Maar ik ben Abu Horeira! Dit is niet mogelijk! Je hebt een fout gemaakt! Tik mijn naam nog een keer in!’ De engel trekt zijn wenkbrauwen op, zucht, en tikt de naam opnieuw in. ‘Ik kan er niets anders van maken Horeira, je moet naar de hel.’ ‘Onmogelijk!’ roept Horeira boos, ‘waar is je chef, ik wil je chef spreken!’ Vol verontwaardiging loopt Horeira naar Mohammed, die daar ook zit, en zegt: ‘Hoe kan het nou dat ik naar de hel moet? Ik ben Abu Horeira! Doe er wat aan!’ ‘Zo staat het in de computer, Horeira’, zegt Mohammed, ‘en de computer maakt geen fouten.’ Horeira ontploft bijna. ‘Wat! Jij ook al? Ik ben Horeira!’ ‘Oké oké’, zegt Mohammed, ‘vraag het voor de zekerheid nog even na bij Allah.’ Bij Allah aangekomen zegt Horeira: ‘Hoe kan het nou dat…’ Met een handgebaar legt Allah hem het zwijgen op. Hij wijst naar rechts, boven in de hoek, waar een camera hangt. ‘Grapje Horeira’, zegt hij, ‘Candid Camera.’

Er spreekt een enorme vitaliteit uit deze moppen, net als uit de moppen die Van het Reve indertijd noteerde. In Marokko mag officieel bijna niets, koningshuis en islam zijn heilig, maar achter de schermen bruist de humor, dus het leven. De rechter deed wat hij moest doen en ondervroeg beide journalisten. Hadden ze wel gevoel voor de ‘heilige waarden’ van dit land? Et cetera. Al voor het proces had de hoofdredacteur van Nichane ‘signalen ontvangen’, want zo gaat het hier, dat ze er met een boete en een voorwaardelijke gevangenisstraf vanaf zouden komen. De uitspraak, afgelopen maandag, is conform deze verwachting: drie jaar voorwaardelijk, toch niet mis, zevenduizend euro boete, en een verschijningsverbod van twee maanden voor Nichane, wat weer meevalt. Het verschil tussen een mop vertellen in intieme kring, en die publiceren.