In Marokko

In Marokko

Voorzover ik het kan reconstrueren hebben mopperende artsen voor de eerste publiciteit gezorgd. Artsen te Sgirat, een kustplaats 25 kilometer ten zuiden van Rabat, klaagden erover dat een kwakzalver ze het brood uit de mond stal. Een man die beweerde over baraka te beschikken, en die de mensen zou genezen door ze de hand op te leggen. Hij rekende er niets voor. De wachtkamers van de artsen te Sgirat bleven leeg.

Er zijn niet veel mensen die over baraka beschikken. Je zou baraka kunnen vertalen met gave, zegen, genade, misschien zelfs met geluk. Afstammelingen van de profeet, en dus ook de leden van het Marokkaanse koningshuis, zouden gezegend zijn met baraka. In het geval van wijlen Hassan II, de vader van de huidige koning Mohammed VI, klopt dat wel. De man heeft met veel geluk ten minste twee couppogingen overleefd.

Eén van die couppogingen vond ruim dertig jaar geleden plaats op de koninklijke domeinen te Sgirat, een ommuurd complex dat zich over drie kilometer langs de kust uitstrekt, en dat onder meer een golfbaan bevat. Wie vanuit Rabat Sgirat binnenrijdt – je hoeft er de kustweg maar voor te volgen – moet nadat hij de koninklijke muren aan zijn rechterhand is gepasseerd – aarderode muren overhangen door paarse bougainville – nog een paar kilometer doorrijden. Daar treft hij dan, aan zijn linkerhand, tussen de graanvelden, de boerderij van de wonderdoener van Sgirat, Lmeki Trabi. Trabi houdt audiëntie achter de stallen.

Er was een journalist die daar wel een stuk in zag, in die mopperende artsen. Uit het stuk werd duidelijk dat deze journalist zelf niet in de baraka van Trabi geloofde, hij had de neiging op de hand van de artsen te zijn. Een columnist van De Week van de Journalist nam het vervolgens voor Trabi op. De Week van de Journalist is een Arabischtalig weekblad dat eruitziet als een krant en dat betrekkelijk goed gelezen wordt. Of misschien zeg ik het zo niet goed. In Marokko praten de mensen liever dan dat ze lezen, het is vooral het gesproken woord dat informatie doet rondzingen. Maar het betekent ook dat maar een paar man zo’n column hoeven te lezen waarna tientallen, zo niet honderden, ervan weten. Zo hebben kranten toch wel enig effect.

Inmiddels is de wonderdoener – of oplichter? – van Sgirat het gesprek van de dag. Dat is lang niet alleen aan publicaties in kranten te danken, want zo veel is er nog niet over Lmeki Trabi gepubliceerd – televisiezender Al Jazeera schijnt al wel langs geweest te zijn. De 55-jarige Lmeki Trabi verricht sinds een jaar zijn heilzame werk, en vele duizenden Marokkanen afkomstig uit alle hoeken van het land hebben hem inmiddels bezocht. Die duizenden Marokkanen praten. Heel Marokko kent de wonderdoener.

De meeste mensen overigens noemen hem Sjerief. Het is beleefd om iemand, een man, sjerief te noemen. Oorspronkelijk was de naam voorbehouden aan afstammelingen van de profeet, later werd iemand met wereldlijke macht een sjerief genoemd – zie het Engelse sheriff, dat van het Arabische woord is afgeleid. Over Sjerief wordt verteld dat hij al op jonge leeftijd over een ongewone kracht zou beschikken, die echter nog weinig richting kende. Alles wat hij aanraakte, ging kapot. In de moestuin daarentegen groeide onder zijn handen de groente dat het een aard had. Sommige schoolmeesters weigerden Lmeki toegang tot hun klas, anderen daarentegen zagen een toekomstig geestelijk leider in hem.

Zijn vader schijnt er toch mee te hebben gezeten. Zijn zoon was niet normaal. Het verhaal wil dat hij zijn zoon meevoerde langs de graftomben van heiligen om de zjenoun – boze geesten, meervoud van zjinn – die de jongen in hun macht hadden, te verjagen, echter zonder resultaat. Toen, aldus de recente overlevering, hoorde zijn vader van een jood die betoveringen kon verbreken, een duiveluitdrijver. Deze jood nam niet zomaar aan dat de uit de kluiten gewassen boerenzoon voor hem over bijzondere krachten beschikte, en onderwierp hem aan een test. Hij nam hem mee naar buiten, de wijk in, en zei: wijs mij aan in welk huis mijn moeder woont! Lmeki wees het huis aan. Dat overtuigde de jood. ‘Kom voor mij werken’, zei hij meteen, ‘samen kunnen wij veel geld verdienen. Teken dit contract.’ Lmeki weigerde. Geld zou hem niet interesseren. Hij keerde met zijn vader terug naar huis, trouwde, bracht drie kinderen groot en had toen, op een nacht, een droom. In die droom werd hem gezegd dat de tijd was gekomen zijn gave aan te wenden. De jaren die hij nog had, waren beperkt. Hij moest nu zijn roeping volgen en de mensen helpen. Lmeki Trabi begreep dat het Allah zelf was die hem een opdracht had gegeven.

En hij begon, achter de stallen op zijn boerderij te Sgirat, de mensen de hand op te leggen. Het is daar dat ik de wonderdoener tref – volgende week.