In Marokko

In Marokko

De wonderdoener van Sgirat, Lmeki Trabi, gaat efficiënt te werk. Hij moet wel. De zonovergoten zaterdagochtend dat ik hier ben, zo tegen tienen, hebben zich al honderden mensen tussen de stallen van zijn boerderij verzameld om zich te laten genezen van allerhande kwalen. En de stroom blijft aanzwellen, de mensen komen met bussen, taxi’s, met hun eigen auto. Ze komen uit Rabat, Casablanca, Mohammedia, Kenitra, uit de talloze dorpen in de regio. Ze komen ook van verder, ze komen vanuit het hele land. De genezer van Sgirat is bekend in het hele koninkrijk. De discipline is als volgt.

Men sluit achteraan aan in de rij. Die rij wordt tegelijk bewaakt en in goede banen geleid door medewerkers van Trabi. Eén voor één worden de mensen aan de genezer voorgeleid om hem in staat te stellen ze de hand te schudden. Dat is het magische moment waarop de baraka, de gave, van Trabi zijn zegenende werk kan doen. Meer is niet nodig.

Het is ook niet nodig dat het lang duurt, dat handen schudden, of dat de genezer met de mensen spreekt. Integendeel, hoe sneller het gaat, hoe beter, want zo kan iedereen in betrekkelijk korte tijd aan de beurt komen. Trabi zelf, een kale vijftiger die wel wat wegheeft van de politieman Kojak, zit op een stoel. Tegenover hem staat een medewerker. Trabi grijpt de uitgestoken hand en trekt in één en dezelfde beweging de zieke aan zich voorbij, om onmiddellijk de volgende uitgestoken hand te grijpen. Tegenover hem pakt zijn medewerker de arm van de zieke, met hetzelfde doel: om die te helpen door te lopen. Zo worden de behoeftigen in rap tempo geholpen. Vooral oudere mensen lijken nauwelijks in de gaten te hebben dat ze alweer een meter verder staan en dat het magische moment voorbij is. Toch klaagt niemand.

Iedereen komt met een staaf suiker van ongeveer een kilo. Die suiker wordt door weer een andere medewerker dankbaar in ontvangst genomen nadat Trabi de hand is geschud, en in een krat in een stal gelegd. Als de krat vol is, keert die terug naar de kraam waar de staven aan de mensen worden verkocht, voor twaalf dirham, een euro. Niemand klaagt erover, men vindt het zelfs weinig: in welk ziekenhuis kun je je voor een euro van kanker laten genezen?

De mensen zien de genezer daarna nog een keer. Door medewerkers gestuurd keren ze weer terug, ditmaal om de fles mineraalwater die ze gekocht hebben door Trabi te laten aanraken. Velen hebben foto’s van al dan niet zieke familieleden op de fles geplakt.

Ik schat dat er telkens een man of honderd zo heen en weer langs Trabi gaat, en daarna is het volgende honderdtal aan de beurt. Niet iedereen heeft zin om zo lang te wachten. Sommigen dringen voor en worden soms door Trabi zelf, die dan opstaat van zijn stoel, hardhandig terug achter een hek geduwd.

Er is een kleine economie rondom de genezer ontstaan. Parkeerwachten leiden auto’s en taxi’s naar een parkeerplaats op het terrein van de boerderij. Er wordt thee verkocht, sigaretten, fruit. De medewerkers van Trabi zelf hebben de verkoop van de roulerende suiker en de flessen mineraalwater in handen.

De genezer staat mij welwillend te woord terwijl hij de mensen aan zich voorbij laat trekken. Zijn broer wil mijn perskaart en identiteitsbewijs zien, maar blijft verder ook vriendelijk. Ze hebben niks te verbergen. Ze helpen de mensen. Meer doen ze niet. Een andere broer, die in Italië woont en nu op bezoek is, zei dat hij dacht dat zijn moeder was overleden toen hij op de boerderij aankwam. Al die mensen! Zo belangrijk was zij toch niet, dat er zoveel mensen voor haar begrafenis kwamen?

Onder de bezoekers vindt men geen sceptici, integendeel, iedereen heeft een verhaal van hoe hijzelf of een ander door Trabi van zijn kwalen is verlost. Dat het hem om geld te doen is, dat die duizenden bezoekers die allemaal suiker kopen heel wat in het laatje brengen, gelooft niemand. Trabi zelf zegt dat hij van de suikeropbrengsten de twintig medewerkers betaalt. Gegeven de hoogte van het zogenaamde ‘lokale salaris’, zoals men dat op de ambassade noemt – men betaalt daar het Marokkaanse personeel een dergelijk lokaal salaris – moet Trabi toch heel wat overhouden. De bezoekers echter willen daar niet aan en verhalen van een Saoedische prins die in een rolstoel zat en die het terrein na Trabi de hand te hebben geschud lopend kon verlaten. Deze prins zou Trabi een vermogen hebben aangeboden. Trabi weigerde. De prins zei: laat me je dan meenemen op de haj, de pelgrimstocht naar Mekka. Trabi zei dat de mensen hier hem nodig hadden.

De autoriteiten gedogen het. Valse tongen beweren dat men op hoog niveau deelt in de winst. In Marokko immers, zo luidt het gezegde, is eenieders mond te koop.