In Marokko

In Marokko

Een jaar lang heb ik hier in Rabat honderden films op dvd in huis gehad, zonder er iets mee te doen. Ze waren achtergelaten door de vorige huurder, een Engelse journaliste. Ik had geen dvd-speler en ook geen zin er een aan te schaffen. Ik was niet naar Marokko gekomen om films te bekijken.

Tot ik na dat jaar toch een dvd-speler kocht. Zo duur waren die tenslotte niet. En de winter kwam er weer aan. Dat betekende lange, saaie avonden. Ik wierp eens een blik in de doos. Er zat van alles tussen, onder meer vijf seizoenen van de maffiaserie The Sopranos. In Nederland had ik daarvan het eerste seizoen in z’n geheel gezien, maar van de seizoenen daarna niet meer dan een enkele aflevering. Als je een serie toch niet kunt volgen, verlies je interesse.

Met mijn pas verworven dvd-speler kon ik eindelijk zelf bepalen wanneer ik naar The Sopranos keek. Dat werd vaker dan één keer per week één uur. Wat karig eigenlijk van zo’n omroep om één aflevering per week uit te zenden. Het is een vorm van bedilzucht. ‘Dit is wel genoeg voor jullie.’ Het is uit de tijd.

Ik keek per avond twee, drie, soms vier afleveringen. Het had iets onrustbarends, dat kijkgedrag. Het veranderde pas toen ik alle seizoenen gezien had.

De maffia van New Jersey, het is mijn wereld niet. En tegelijkertijd veel meer mijn wereld dan Marokko. Dat eerste jaar zonder dvd-speler heb ik mezelf tekortgedaan. Ik had iets in te halen. Ik ben ook veel in Meknes, bij de familie van Touria, hartje Marokko. Dat gaat je niet in de kouwe kleren zitten. Van tijd tot tijd moet ik bijtanken. The Sopranos zijn op. Wat nu?

Ik probeer het deze maand bij uitgeverij Bulaaq verschenen Uit en thuis in Marokko, een bundel ‘antropologische schetsen’. Hier komen louter Nederlandse kenners van Marokko en de Marokkanen aan het woord, de meeste zijn behalve antropoloog ook universitair docent – en iedereen heeft langere tijd in Marokko doorgebracht. Ja, dit boek lezen helpt ook.

Is het een aanrader? Ik vind van wel. De stukken zijn betrekkelijk luchtig gehouden. Men begint, dat was kennelijk de afspraak, met een anekdote. Vandaar duikt men dan de diepte en de breedte in. Ik vind het opvallend hoe vlot de meeste artikelen geschreven zijn. Antropologen kunnen kennelijk schrijven – deze althans. Zinnen die je het gevoel geven een mondvol droge biscuit weg te werken, toch het risico van het vak, komen er weinig in voor.

Laat ik één artikel onder de loep nemen, niet omdat dat het interessantste zou zijn – ik vind ze allemaal interessant – maar omdat het door Marjo Buitelaar is geschreven, en zij heeft als samensteller het meeste werk aan de bundel gehad. Marjo Buitelaar is universitair hoofddocent antropologie van moslimculturen aan de Rijksuniversiteit Groningen, en ze schrijft over Bouchra’s waterkruik. Bouchra, een tweede-generatie-Nederlands-Marokkaanse, woont met haar man in een mooi huis in een vinexwijk waarin niets nog aan Marokko doet denken, behalve dan die grote, oude waterkruik. Haar (Marokkaanse) moeder schaamt zich er kapot voor. Die vindt het maar niks, die kruik in haar dochters huis, ze moet beloven hem te verbergen als er andere Marokkanen op bezoek komen. Voor Buitelaar is dit verschil in perceptie aanleiding voor een interessante beschouwing van enkele passages over ‘verschillen in levensoriëntatie tussen migranten en hun nakomelingen’. Maar ze blijft concreet.

Die oude kruik doet Bouchra’s moeder denken aan het harde en schrale bestaan in het Rifgebergte. Voor haar dochter Bouchra, die een dergelijk bestaan nooit heeft gekend, want in Nederland opgegroeid, roept de kruik associaties op met een puur en onbedorven leven dicht bij de natuur. De kruik symboliseert de authenticiteit van de cultuur van haar grootouders. Hij past bovendien goed in de huidige Nederlandse interieurmode.

Hier doemen al twee werelden op. Buitelaar gaat verder. Ze legt uit dat Bouchra’s moeder als arbeidsmigrant per definitie gericht is op sociale mobiliteit. De inrichting van haar dochters huis zou moeten laten zien dat de familie geslaagd is, gestegen op de sociale ladder – en die vermaledijde kruik, die op ieder armoedig erf in het Rifgebergte te vinden is, drukt precies het tegenovergestelde uit. Voor Bouchra zelf daarentegen weerspiegelt de inrichting van haar huis niet zozeer haar status (waar het haar moeder om te doen is) als wel haar identiteit: die kruik zegt iets over haar Marokkaanse wortels.

Wat doen migranten om zichzelf een gevoel van thuis te geven? Zich met bepaalde voorwerpen omringen, zoals zo’n kruik. Volgens schrijvers Salman Rushdie en Hafid Bouazza, beiden aangehaald door Buitelaar, kan het ook door middel van verhalen. Enfin, de rest moet u zelf maar lezen. Mij heeft het in ieder geval aan het denken gezet, hoe ik dat hier doe, mezelf een gevoel van thuis geven, als migrant.