In Marokko

In Marokko

Op 16 mei 2003 bliezen twaalf arme sloebers zich op, op vijf plekken in Casablanca. Het was voor eerst dat Marokko met een dergelijke actie werd geconfronteerd, en de schok was groot. Het land bleek niet alleen leverancier van terroristen, het bleek ook zelf doelwit. De kamikazes waren allen afkomstig uit de sloppen van Sidi Moumen, een buitenwijk van Casablanca.

Op de dertiende kamikaze heeft Marokko bijna vier jaar moeten wachten. Anderhalve week geleden blies de 23-jarige Abdelfettah Raydi zichzelf op in een internetcafé in Casablanca. Ook hij was afkomstig uit de sloppen van Sidi Moumen. Hij was in gezelschap van de achttienjarige Youssef Khoudri, die ook een gordel explosieven droeg, maar die afwierp en zich uit de voeten maakte. Hij werd later gearresteerd. Youssef komt ook uit Sidi Moumen. Zelfs de aanslag vond nu daar plaats.

Sidi Moumen omvat verschillende wijken of buurten aan de rand van Casablanca. Een aantal ervan zijn sloppen, maar er zijn ook iets betere wijken, volksbuurten, waar de mensen evenmin rijk zijn, integendeel, maar hun huizen zijn toch geen krotten. In een dergelijke volksbuurt bevond zich internetcafé Cybernet, dat door een samenloop van omstandigheden doelwit werd van een zelfmoordaanslag.

De 27-jarige Mohammed Faiz, zoon van de eigenaar van café Cybernet, hield toezicht toen Abdelfettah en Youssef op de bewuste zondagavond 11 maart tegen tienen binnenkwamen en zich achter een computer installeerden. Hij kende deze jongens niet, maar ze zagen er normaal uit, geen lange baarden en geen ‘Afghaanse’ kleding, dus hij vermoedde niks. Toen Abdelfettah op het toetsenbord begon te slaan omdat het hem niet lukte een bepaalde site te openen en ruzie met Mohammed begon te maken toen die daar wat van zei, sloot Mohammed de deur en belde de politie. Abdelfettah en Youssef, zichtbaar nerveus, smeekten hem de deur weer open te doen en ze te laten gaan, maar Mohammed weigerde. Daarop liep Abdelfettah naar een aangrenzende ruimte, waar ook nog een paar computers stonden, en blies zichzelf op. Mohammed raakte lichtgewond, een drietal klanten ook, maar Youssef, met brandwonden in het gezicht, wist te ontsnappen om anderhalf uur later alsnog in een ziekenhuis, waar hij zich wilde laten behandelen, te worden gearresteerd. Zijn gordel explosieven had hij in het internetcafé achtergelaten. Het incident roept vooral vragen op. Opereerden deze jongens op eigen houtje of waren ze onderdeel van een groter, wellicht aan al-Qaeda gelieerd netwerk? De vondst van ruim tweehonderd kilo explosieven, later die week, in de kamer waar ook de identiteitsbewijzen van Abdelfettah en Youssef lagen, lijkt daarop te wijzen. Waren die avond meer kamikazes van plan geweest zichzelf te laten ontploffen, en hebben die hun acties op het allerlaatste moment afgeblazen? Is er een verband met de arrestatie, een week eerder, van explosievenexpert Saad Houassaini, een kopstuk van de Marokkaanse Islamitische Strijdersgroep (GICM), verdacht van betrokkenheid bij de aanslagen in Casablanca 2003 en in Madrid 2004, en al jaren gezocht door de veiligheidsdiensten? En is er ook een verband met de reeks recente aanslagen in Algerije door de Salafistische Groep voor Prediking en Strijd (GSPC), een groep die zichzelf onlangs hernoemde tot al-Qaeda van de Maghreb, en die met de Marokkaanse GICM zou willen ‘fuseren’? En wat betekent die fusie eigenlijk?

Een andere vraag, wat dichter bij huis, is deze: wat is het dat Sidi Moumen zo geschikt maakt als leverancier van terroristen? Is het de armoede, zonder uitzicht op iets beters, de sociale uitsluiting, het vergeten lijken te zijn door de rest van de wereld, door de Marokkaanse regering in het bijzonder? Abdelfettah en Youssef komen beiden uit grote gezinnen die onder de armoedegrens leven – minder dan een dollar per dag per persoon. Met zes, zeven, acht man wonen in een krot van een paar vierkante meter. Een vader die verse muntbladeren verkoopt (Youssef), of een dronkelap is (Abdelfettah). School niet afgemaakt. Geen werk. Youssef een lijmsnuiver – een islamist schijnt hij niet eens te zijn, wat zijn rol intrigerend maakt. Abdelfettah wél een islamist, als zovelen werd hij na de aanslagen van mei 2003 opgepakt omdat hij in een kwade reuk stond, in 2005 werd hij weer vrijgelaten. Hij lijkt in de gevangenis, wederom als zovelen, pas echt geradicaliseerd te zijn. Beide jongens schijnen nauwelijks te kunnen lezen.

Er is door de overheid niets gedaan aan de beschamende omstandigheden waarin de sloppenwijkbewoners van Sidi Moumen leven. Er is geen sociaal werk, geen medische post, en van het ronkend gepresenteerde, nationale voornemen alle krotten in het hele land af te breken en te vervangen door fatsoenlijke woningen is te Sidi Moumen nog niets gerealiseerd. Terwijl daar toch, zou je denken, die kamikazes van 2003 vandaan kwamen.