In Marokko

IN MAROKKO

RABAT – Zo glamoureus als het filmfestival van Marrakesj is het niet, want er komen geen internationale sterren naartoe, maar een filmfestival is het wel degelijk, de Weken van de Europese Film, dat zich afspeelt in de steden Tanger, Rabat, Casablanca, Safi en Agadir. Iedere stad heeft zijn eigen week, het programma is hetzelfde, en in Rabat was de opening donderdagavond. Het was de eerste keer sinds ik in Marokko ben dat ik naar de bioscoop ging.

Nu worden de Weken van de Europese Film georganiseerd door de afvaardiging van de Europese Commissie, samen met de ambassades en culturele instituten van de lidstaten en met het Marokkaanse ministerie van Cultuur – en nu noem ik nog niet eens iedereen. Hoe dan ook, op een openingsavond als deze merk ik weer goed dat ik in Rabat woon, de hoofdstad, waar de sfeer algemeen beschouwd wordt als saai en ambtelijk. Op een openingsavond als deze zit de grote zaal van het chique theater Mohammed V vol Europeanen die voor die ambassades en instituten werken en een enkele Marokkaan van goede komaf met een baan op een ministerie.

Vorig jaar was de openingsfilm Shouf shouf habibi; men kiest voor dit festival graag Europese films die een raakvlak hebben met de landen ten zuiden van de Middellandse Zee. Dit jaar is het Le grand voyage van de Fransman Ismaël Ferroukhi, in Nederland is die film eerder dit jaar uitgekomen. Le grand voyage is de vertelling van een vijfduizend kilometer lange reis naar Mekka, per auto, door een oude Frans-Marokkaanse vader die zijn einde voelt naderen en diens twintigjarige zoon die met tegenzin als chauffeur fungeert; zijn vader heeft geen rijbewijs. De film gaat over het generatieconflict tussen de twee, de vader en de zoon die elkaar niet begrijpen. Men noemt het een roadmovie, en dat is het ook, tegelijkertijd is het een film over immigratieproblematiek, en al speelt het verhaal zich ver buiten Nederland af, al kijkend voelde ik me weer even thuis, een gevoel dat ik in dit theater, onder dit publiek, toch al had.

Ik had het over een generatieconflict tussen vader en zoon, beter is het te spreken van een onoverbrugbare generatiekloof – dat maakt deze film heel duidelijk. De vader heeft weinig respect voor wat de zoon lief is, bijvoorbeeld diens mobiele telefoon, het irriteert hem dat de zoon gebeld wordt en met die telefoon aan het rommelen is – hij ontvangt een sms maar wil niet dat zijn vader dat ziet. De vader weet dat zijn zoon iets voor hem achterhoudt – een vriendinnetje – maar wat hem nog het meest steekt is dat zijn zoon er met zijn hoofd niet bij is, bij deze reis, deze haj, de bedevaart naar Mekka, en via die telefoon maar met onbenullige zaken van thuis bezig blijft. Op zeker moment gooit hij de telefoon van zijn zoon dan ook in een vuilnisbak, de zoon komt daar pas driehonderd kilometer later achter. Zo ingeburgerd is de mobiele telefoon inmiddels dat er vermoedelijk maar weinigen in de zaal waren die op dat moment niet dachten: iemands mobiele telefoon weggooien, dat doe je niet. Het zegt veel over de wereld waarin de vader nog leeft.

Voor de zoon is die hele bedevaart maar een gedoe, hij mist er zijn school door, terwijl hij voor zijn eindexamen zit en school «de enige kans is die hij in deze maatschappij krijgt». Maar voor de vader is dat argument ondergeschikt aan het belang van de bedevaart – alles is daaraan ondergeschikt. Hoe verschillend vader en zoon over die bedevaart denken – überhaupt denken – komt mooi tot uiting op het moment dat de vader vertelt over de haj van zíjn vader. De zoon klaagt: waarom wilde hij eigenlijk met de auto, waarom niet met het vliegtuig, en dan legt de vader uit dat het – in mijn woorden – zo langzaam mogelijk moet, dus het liefst lopend en als dat niet gaat met de auto en als dat niet gaat met het vliegtuig, maar dat is de laatste optie. Dan vertelt vader dat zíjn vader de reis nog op de rug van een ezel heeft gemaakt en dat hij nooit het moment vergeten is dat zijn vader vertrok, een beeld dat hem zijn hele leven is bijgebleven, een lichtend voorbeeld.

Ik vond dat het ontroerendste moment, vooral omdat duidelijk werd dat de zoon het zonder zo’n voorbeeld moet stellen, zijn vader kan dat voor hem niet zijn, in Frankrijk moet hij zichzelf maken. Eeuwenlang hebben kinderen een voorbeeld aan hun ouders kunnen nemen, voor deze Marokkanen in den vreemde is aan die traditie als door de slag van een bijl een einde gekomen. Het lot van de vader aan het eind van de film is even verrassend als op zijn plaats.