In Marokko

In Marokko

Vorige maand wijdde journaliste Marcia Luyten een aflevering van haar Afrikalog aan de verkeersmores in Uganda (www.marcialuyten.nl). Natuurlijk zijn er ook in Uganda verkeersregels, maar, schrijft Luyten, daar houdt niemand zich aan. Op de weg geldt het recht van de sterkste, van de grootste auto. Ze noteert verder dat je nooit boos moet worden, want dat worden Afrikanen ook niet – behalve als het daadwerkelijk tot een ongeluk komt, dan zijn ze in staat elkaar te lynchen. Ze ziet het Ugandese (Afrikaanse) verkeer als een ‘creatieve chaos’ en ook als ‘allegorie’: begrijp het verkeer, en je begrijpt het land, en de mensen.

Nemen we het verkeer als maatstaf, dan is ook Marokko een Afrikaans land. Ook hier is het verkeer een jungle en hebben de groten de neiging de kleintjes weg te drukken. Ook hier spelen de verkeersregels een ondergeschikte rol, het is vooral belangrijk goed op te letten. Al doen Marokkanen op de weg wat ze goeddunkt, zonder zich al te veel aan regels gelegen te laten liggen, ik vind ze toch wel voorzichtig, misschien willen ze hun auto niet beschadigen.

Ik heb eraan moeten wennen dat op de weg ieder moment van alles kan gebeuren. Aan voorsorteren doet men niet. Een auto uit een zijstraat zal niet wachten tot je voorbij bent, maar onmiddellijk de weg op zwenken. Om de hoek blijkt een kudde schapen te staan. Een man met een handkar vol meloenen steekt een snelweg over. De directeur van het Nederlands Instituut Marokko in Rabat rijdt zijn gloednieuwe Hyundai Tucson, een kleine jeep, binnen drie weken total loss – wat meer aan Marokko ligt dan aan hem.

Dit stuk heeft een zeker Kuifje-in-Marokko-gehalte. Kijk die Marokkanen maar raak doen! Nou zeg! Maar het is niet zozeer de bedoeling iets over Marokko te zeggen. Eigenlijk gaat dit stuk meer over het Nederlandse verkeer, dat we ook als allegorie mogen opvatten. In het buitenland immers leer je hoezeer je Nederlander bent.

Het Marokkaanse verkeer – nog heel even – is geen creatieve chaos; het is gebaseerd op twee principes. Het eerste is dat men zoveel mogelijk in beweging blijft. In zijn boek Marokko achter de schermen noemt _NRC-_correspondent Steven Adolf dit het principe van de continuïteit. Iedereen wil door. Van vrachtwagenchauffeur tot ezeldrijver tot voetganger: men houdt niet graag stil, en dus zoekt ieder zijn weg, alles door elkaar heen. Het tweede principe staat hiermee in nauw verband, en dat is dat alle ruimte wordt benut. Een weg is een weg. Waar nog niets is, is ruimte voor iets. Rechts inhalen bijvoorbeeld is in Marokko heel gewoon. Zich ergens tussen persen ook. Niemand, inderdaad, die daar boos om wordt.

Anders dan Nederlanders staan Marokkanen in het verkeer niet op hun recht. De voetganger zal de automobilist die hem op een zebrapad geen voorrang verleent, niet uitschelden. Integendeel, hij weet dat die auto niet voor hem zal stoppen. Daar is hij te klein voor. Wel rekent hij erop dat die auto hem ruimte zal geven, iets uit zal zwenken, zodat hij, weliswaar met vertraagde pas, ook door kan, lopend. Een Nederlander zal in plaats van zijn pas in te houden juist de neiging hebben die te versnellen, zodat de auto die aan komt rijden zich gedwongen voelt voor hem te stoppen: hij staat immers al midden op het zebrapad! In het verkeer dwingt een Nederlander zijn recht af.

Een Marokkaan dringt voor, snijdt af, maakt U-bochten waar dat helemaal niet kan, haalt kortom de gekste capriolen uit, maar iets als op je recht staan is er niet bij. Men wil door en men begrijpt dat anderen dat ook willen. Men is dan wel het liefst de eerste.

De Marokkaan leeft. De Nederlander schept orde. Het verschil in mentaliteit uit zich ook in het gebruik van de claxon. De Marokkaan toetert als hij iemand rechts passeert, maar niet als hij rechts gepasseerd wordt – in dat geval toetert de Nederlander, die dan boos is. De Marokkaan toetert waarschuwend, ik kom eraan, de Nederlander corrigerend, ja zelfs bestraffend, dat mag jij niet doen, klootzak!

In Uganda werd Marcia Luyten bijna aangereden door ‘een taxibusje’ en dus schreeuwde ze fucking asshole naar de chauffeur, en stak haar middelvinger op. Ze schaamde zich er later wel voor, maar toen had haar Nederlandse aard zich al doen gelden. Die gebetenheid op de fouten van anderen, ze die ook willen inpeperen, vooral als je achter het stuur zit, ik herken het wel.

Nederland is een rechtsstaat, de voetganger weet zich er door de wet beschermd, eist zijn recht ook op. Marokko is een ongeorganiseerd en corrupt land, vaste regels en wettelijke bescherming ontbreken. Het helpt er om groot te zijn, al blijft het voor iedereen opletten geblazen. Er vallen per dag tien doden in het verkeer.