In Marokko

In Marokko

Er is een roman te schrijven over een Europeaan die in Marokko uitstekend gedijt. In diezelfde roman zou je een personage kunnen opvoeren dat in Marokko ten onder gaat. Waarom verliest de een zichzelf, waar de ander zich zonder veel moeite staande houdt?
Een voorbeeld. In de regel laten toeristen, westerlingen, hun schoenen hier niet poetsen. Ze vinden dat soort situaties vermoedelijk gênant: er kleeft iets koloniaals aan. Zo’n arme sloeber voor een paar dirham je schoenen laten poetsen, we zien het als uitbuiting, en daar doen we niet meer aan mee. Er zijn ook toeristen die misschien wel zouden willen, maar die niet weten hoeveel je zo’n schoenpoetser dan moet geven: om te voorkomen dat ze achteraf moeten denken te veel of te weinig te hebben betaald, zich een sukkel of juist schuldig voelen, vermijden ze de situatie.
Iemand die uit angst voor het cliché zijn schoenen niet laat poetsen, komt in aanmerking voor het personage dat in Marokko ten onder gaat. Degenen die niet weten hoeveel ze moeten geven ook. De eerste keer dat een Engelse journalist die hier woont zijn schoenen liet poetsen – een nette, introverte, timide man – betaalde hij daar veertig dirham (vier euro) voor, tien keer zo veel als de doorsnee Marokkaan ervoor betaalt. Het was niet zo dat de schoenpoetser de Engelse journalist intimideerde: wat, maar tien dirham, veel te weinig, je moet meer geven! Nee, deze aardige man gaf uit zichzelf veertig dirham. Het leek hem indertijd, hij was hier pas, een redelijk bedrag. Hij was ook bang geweest te weinig te geven. Het is díe angst die ’m in een land als Marokko nekt. Er lopen eenvoudigweg te veel behoeftige mensen rond.
Er heeft hier een Fransman gewoond die, zeg ik voor ’t gemak, wel wat van een Jan Cremer weg had. Veel gereisd. Grote bek. In de smalle straatjes van het Spaanse Pamplona voor jonge stieren uit gerend, en op de horens genomen. In Colombia een nachtclub begonnen, een jaar later gedwongen Colombia te verlaten, op de vlucht voor schuldeisers. Dan barkeeper in Barcelona. Daarna kom ik ’m tegen, als freelance journalist in Casablanca. Hij woonde hier anderhalf jaar, wat, zei hij, lang was voor hem, ‘zeker voor een land dat ik niet eens leuk vind’. Hij komt in aanmerking voor het personage dat in Marokko – al staat het land ’m niet aan – prima gedijt.
Onder sommige diplomaten heerst het idee dat men zich niet te veel met Marokkanen dient op te houden. Zeker voor hen die wat beter betaald worden, valt contact met wat Marokko tot Marokko maakt gemakkelijk te vermijden. Men woont in een groot huis in een dure wijk met een mooie lap grond eromheen. Dit soort diplomaat kan niet aan Marokko ten onder gaan omdat men er welbeschouwd niet woont. Maar men woont wel erg dichtbij: vorig jaar werd hier een diplomatenechtpaar door een inbreker vermoord.
De Franse Hun die in Pamplona door een jonge stier op de horens wordt genomen, is interessanter, want die duikt het land in, zonder restricties. Die maakt Marokkaanse vrienden, vriendinnen, papt aan met hoeren – tenslotte is Marokko daar om ervan te genieten. Hij is het type van de verslinder, wat de beste bescherming is tegen verslonden worden.
De Engelse journalist is zo niet geprogrammeerd. Die denkt, als een hoer in een bar avances maakt, waar hij wel gevoelig voor is want dit meisje ziet er leuk uit, dat het toch niet goed is om van haar te profiteren, dan zal hij zich schuldig voelen. Als er aan het eind van de avond zaken moeten worden gedaan, haakt hij af. Maar ook daar voelt hij zich schuldig over, want heeft hij niet anderhalf uur lang met haar zitten praten, haar in de waan gelaten dat hij wel… Hij kan het niet laten haar toch tweehonderd dirham te geven, omdat ze zo’n moeilijk leven heeft, omdat het niet leuk voor haar is dat hij haar afwijst, omdat ze per slot van rekening tijd met hem heeft doorgebracht. Hij wil vooral niet dat ze slecht over hem denkt. Die angst kost hem vaker geld.
De avontuurlijke Fransman heeft van die angst geen last. Geld geven? Waarom in godsnaam? Omdat hij leuk met haar heeft zitten praten? Dat deed ze toch uit vrije wil? En heeft hij niet haar drankjes betaald? Nou dan! Hij zou zichzelf een watje voelen, dat zich liet uitbuiten, als hij haar geld gaf. De Fransoos moet van zichzelf kunnen blijven denken dat hij boven ligt en nooit onder. Daar handelt hij naar, uitdagend. Het is belangrijker dan in de smaak vallen.
De Engelse journalist haakt wél naar de gunst van mensen, hij wil die gunst niet verliezen. Dat levert hem uit aan iedere omgeving – en zeker aan Marokko.