In Marokko

In Marokko

Ik was een paar dagen in Nederland, van het weekend kwam ik terug en zondag – hoogste tijd – wist ik nog steeds niet waarover ik voor De Groene Amsterdammer zou schrijven. Ik bladerde de twee Franstalige weekbladen door. Driss Benzekri, overleden toen ik in Nederland was, werd uitgeluid. Is dat wat? dacht ik. Hier kent iedereen hem, hij is beslist belangrijk geweest voor Marokko, maar wat kan deze man de Nederlander schelen?
Benzekri zat van zijn 24ste tot zijn 41ste in de beruchte en inmiddels opgedoekte gevangenis Tazmamart, omdat hij lid was van een linkse, wijlen koning Hassan II onwelgevallige politieke beweging. In de ‘jaren van lood’ – grofweg de jaren van het regime-Hassan II – verdween dat soort mensen. Benzekri overleef-de Tazmamart en keerde terug in de maatschappij om uiteindelijk voorzitter te worden van de commissie die Marokko met die jaren van lood moest verzoenen. Hij leidde op televisie uitgezonden hoorzittingen, waar slachtoffers konden vertellen wat hun was aangedaan. Hij zorgde voor schadevergoedingen voor die slachtof-fers.
Hij kreeg toen het werk voltooid was, ruim een jaar geleden, ook kritiek. Niet iedereen die verdwenen was, was opgespoord. Veel families waren niets wijzer geworden over hun vermiste kind. De beulen liepen nog altijd vrij rond. Het regime – de huidige koning Mohammed VI of alleen maar de regering – heeft nog altijd geen excuses aangeboden voor het leed dat het in de Hassan-jaren heeft veroor-zaakt. Niettemin, die verzoeningscommissie was een unicum in de Arabische we-reld en werd wel vergeleken met de Zuid-Afrikaanse waarheidscommissie.
Ik dacht: dat wordt een saaie column, ik moet iets anders verzinnen.
Ik ken een meisje dat een verhouding heeft met een Saoedi, die hier werkt. Die Saoedi is ge-trouwd, zijn vrouw en kinderen zitten in Riyad, maar hier onderhoudt hij dat meis-je. Vanzelfsprekend staan daar zekere diensten tegenover. Ik zei tegen Touria, die mijn kamer in kwam lopen: ik wil een stuk over de Saoedi en dat meisje schrij-ven.
Ik dacht ook aan al die Saoedi’s die hier komen, om van de Ma-rokkaanse meisjes te genieten – tot afgrijzen van veel Marokkanen, die uiteraard vinden dat die Saoedi’s met hun oliedollars profiteren van hun meisjes en ze het slechte pad op brengen.
Touria vond het niks. Ze zei: waarom schrijf je altijd over dat soort dingen? Waarom moet het altijd over hoeren gaan of over arme mensen, zoals Mustafa de gardien? Wat voor beeld schets jij van Marokko? Alsof hier nooit iets goeds gebeurt. Heb je wel eens opgeschreven dat iemand die honger heeft aan willekeurig welke deur kan aankloppen, en dan te eten krijgt? Is dat in Nederland ook zo? Of waarom schrijf je niet eens iets over de vrouwen die in het parlement zitten? Nederlanders denken dat Marokko door mannen wordt gedomi-neerd, maar er zijn ook vrouwen met macht.
Ik dacht even na over wat Tou-ria zei. Wat ze eigenlijk zegt, dacht ik, is dat veel mensen in dit land honger lijden. De vrouwen in het parlement? Daar had ik nu geen tijd meer voor, en dus begon ik weer in de Franse tijdschriften te bladeren. Ik vergat de Saoedi.
Op 1 mei worden overal in Marokko demonstraties gehouden, de vakbonden organiseren die. 1 mei leeft hier nog, het is een vrije dag. Sommige van die demonstranten schreeuwen dan leuzen, zoals: ‘Het geld van het volk, waar gaat dat heen? Naar jetski’s en naar feesten!’ In het Marokkaans-Arabisch is dat een goede, ritmische leuze. Iedereen weet dat de koning graag op een jetski zit. De twee demonstranten die dit riepen, in Agadir, werden veroordeeld tot twee jaar ge-vangenisstraf. Een arme sloeber die recentelijk een tijdschrift verscheurde dat een foto van de koning bevatte, moet drie jaar zitten. Er zijn meer voorbeelden van het ‘beledigen van de koning’, soms wordt het ook een ‘aanval op heilige waarden’ genoemd, altijd gevolgd door harde straffen.
Ik las dat in een van die Franse tijdschriften, terwijl ik nadacht over wat Touria tegen me had gezegd. Ik dacht ook aan Driss Benzekri. De broer van de koning was op zijn begrafenis, Moulay Rachid. Hij liep mee met de begrafenisstoet en ik las dat de mensen het mooi vonden dat deze belangrijke man meeliep. In Marokko lopen belangrijke mensen niet mee met het volk maar blijven ze zo lang mogelijk in hun auto zitten. Maar hier wilde het koningshuis kennelijk een boodschap afgeven.
Die jaren van lood, dacht ik, zijn toch nog niet helemaal verdwenen – getuige de strenge straffen op het roepen van bepaalde slogans. Arme Benzekri. Ondertussen bleef ik denken aan iets positiefs om over Marokko te schrijven, om Touria een plezier te doen.