In Marokko

In Marokko

‘Jezus man, kom een keer op tijd!’

‘Kom een keer op tijd? Moet jij zeggen!’

‘Moet ík zeggen? Wie is hier nou altijd te laat?’

We zijn hier getuige van wat Thomas d’Ansembourg communication violente noemt. Een kenmerk van gewelddadige communicatie is de beschuldiging, de veroordeling. ‘Je luistert nooit naar me.’ ‘Je bent een egoïst.’ ‘Wanneer ruim je die troep eindelijk eens op.’ Het is niet wat je een goed begin zou kunnen noemen – onontkoombaar schiet de ander in de verdediging, of kiest de tegenaanval. Erg vruchtbaar is dergelijke communicatie niet. Wel is ze zeer alledaags.

De Amerikaan Marshall Rosenberg schreef een boek over non violent communication. De Franstalige Belg Thomas d’Ansembourg is een van zijn opvolgers en ook hij schreef er een boek over, een goed boek, dat ik las, en toen ik hoorde dat D’Ansembourg naar Rabat kwam om er een training te geven, schreef ik me in. Het leek me ook aardig zoiets eens met Marokkanen te doen.

Met ‘zoiets’ bedoel ik dat we in Nederland inmiddels in het therapeutische tijdperk leven – iedereen naar de psycholoog. We zijn constant bezig onszelf of ‘de relatie met onszelf’ te verbeteren. Marokko daarentegen is een ontwikkelingsland waar de mensen nog in het pre-therapeutische tijdperk leven. Wie naar een psycholoog gaat, is gek. Maar ik heb al vaker geschreven dat een deel van Marokko eerste wereld is, een klein, rijk deel. Ik vroeg me af wie hier op een zelfhulpachtige training af kwamen en of ik het gevoel zou hebben in Nederland te zijn.

Ik ben geporteerd voor het idee van niet-gewelddadige communicatie. Een van de pijlers is de feiten te laten spreken, dus in plaats van iemand te vragen waarom-ie altijd te laat moet komen, te zeggen: ‘Het is nu tien uur. We hadden een afspraak om negen uur. Ik ben boos en ongerust. Ik heb behoefte aan respect voor mijn tijd, ik wil graag weten of ik in de toekomst op je kan rekenen en wat er vandaag aan de hand was. Kunnen we het hier even over hebben?’

Het is moeilijk voor de ander zich geschoffeerd te voelen, want er wordt geen enkele beschuldiging geuit, ook niet impliciet. Integendeel, degene die een uur heeft zitten wachten blijft bij zichzelf, hij spreekt over zijn gevoelens (boos en ongerust) en over zijn behoeften en vraagt de ander of hij akkoord gaat daarover te spreken. Het is een wat schools voorbeeld, maar wel duidelijk: bij de te-laat-komer wordt geen schuld gelegd, maar hij wordt wel geconfronteerd met zijn gedrag, omdat de wachter zichzelf en zijn behoeften serieus neemt.

Op de training kwamen twintig cursisten af en we bevonden ons in een villa met een mooie tuin met zwembad in de chique wijk Souissi. Een oud-cursiste, die overdag toch aan het werk was, stelde haar woning graag ter beschikking voor het nobele doel de wereld te verbeteren door middel van niet-gewelddadige communicatie. De meeste cursisten waren vrouw en allemaal waren ze goed opgeleid en spraken ze veel beter Frans dan ik. Er waren jonge ambitieuze vrouwen bij en oudere vrouwen die het jachtige leven eraan hadden gegeven om zich aan het schilderen te wijden. De mannen, allemaal jong, waren in de minderheid, maar ook zij waren zonder uitzondering cadre en verantwoordelijk voor een afdeling binnen een bedrijf. Opvallend veel mensen bleken lid van een stichting met een goed doel: gehandicapten of weeskinderen helpen, de natuur beschermen, het bewustzijn van het concept ‘burgerschap’ vormgeven.

En inderdaad voelde ik me de drie dagen dat de training duurde alsof ik in Nederland op cursus was. Een afwachtend begin – men kijkt de kat uit de boom –, een paar mensen die het hoogste woord voeren, anderen die niets zeggen, en aan het eind een gevoel tot een soort geheim broederschap te behoren, vrouwen (niet de mannen) die de trainer huilend bedankten en vertelden hoe enorm ze geholpen waren met wat hij ze had gezegd. Ook tijdens die drie dagen huilden sommigen af en toe, onder wie een vrouw die al drie keer een cursus ‘rebirth’ had gevolgd. Ik had tot dan toe niet geweten dat ook dat hier bestond.

Na die derde dag ging ik voldaan naar huis. Ik had wel het gevoel dat het voor mijn Marokkaanse medecursisten moeilijker zou zijn de niet-gewelddadige communicatie in praktijk te brengen, omdat dit nog zo’n traditioneel land is – ook in die chiquere kringen worden mannen en vrouwen meer dan in Nederland gedwongen een bepaalde rol te spelen.

Een homo moet en plein public al helemaal niet aankomen met zijn behoeften, want dan belandt-ie in de bak. Daarover volgende week meer.