In Marokko

In Marokko

Het artikel over kardinaal Simonis, een paar weken geleden in deze krant, herinnerde me eraan hoe snel je geneigd bent te vergeten wat voorbij is. Is homoseksualiteit in Nederland nog een taboe? Ik vermoed dat de meeste Nederlanders daar nee op antwoorden. We hebben nu toch het homohuwelijk? Simonis vond niettemin dat ‘een katholieke huisbaas’ homoseksuele huurders moest mogen weigeren, op grond van gewetensbezwaren. En zo zijn er ook nog ambtenaren van de burgerlijke stand die liever geen homohuwelijk inzegenen. Die ambtenaren en de kardinaal zijn relicten van een voorbije tijd, die, hoe verouderd termen als ‘katholieke huisbaas’ inmiddels ook klinken, toch nog niet zo heel lang geleden is.

Hoe lang? Hooguit twee generaties. Een oom van mijn moeder bijvoorbeeld was homoseksueel maar toch met een vrouw getrouwd. ‘Die man’, zei ze, ‘heeft een afschuwelijk leven gehad.’ Zijn vrouw waarschijnlijk ook. Homo’s van mijn generatie hebben dat niet meer gedaan, trouwen om erbij te blijven horen.

Twee generaties, dat is het verschil tussen Marokko en Nederland. Net als Simonis zijn de meeste Marokkanen tegen homo’s. In de week dat De Groene Amsterdammer over de kardinaal schreef, publiceerde het Franstalige weekblad Telquel een artikel over de 34-jarige schrijver Abdellah Taïa. ‘Homosexuel’ stond in grote letters over de hele breedte van de cover, boven een portret van Taïa. Onder aan de pagina stond: ‘Het aangrijpende verhaal van de eerste Marokkaan die de moed had in het openbaar zijn anderszijn uit te dragen’. Het klinkt stroef in mijn vertaling, maar dit is wat er stond.

Die kop, ‘homosexuel’, zegt genoeg: in Marokko ís dit een kop. Hij dekt de coverstory van het grootste Franstalige, Marokkaanse weekblad. Hier wordt een taboe doorbroken. We zijn beland in de tijd van Wolkers’ Turks fruit, van expliciete seks dus, van Reve die even expliciet is over zijn homoseksualiteit.

Anders dan Reve heeft Abdellah Taïa niets van een provocateur. Het is het weekblad dat een taboe doorbreekt door de jonge schrijver zo provocerend op de cover te zetten, dat is niet het werk van Taïa, al zal het met hem besproken zijn. Taïa is een ingetogen, zelfs wat timide maar daarom niet minder vastberaden man met een nog jongensachtig uiterlijk, zo op het oog eerder een twintiger dan een dertiger, een gevoelige, serieuze schrijver, die in zijn laatste twee romans (waarvan er één op dit moment in het Nederlands wordt vertaald) openlijk voor zijn homoseksualiteit uitkomt, niet omdat hij het schandaal zoekt, zo zit hij niet in elkaar, maar omdat hij gekozen heeft voor een bepaalde manier van leven. ‘Ik wil tot het uiterste gaan: van de ballingschap, van het schrijven, van de homoseksualiteit. Ik heb de weg van de vrijheid gekozen, ik moet die tot het einde bewandelen.’

Ik schreef al eens eerder over Taïa, toen ik hem in een boekhandel in Rabat een verhaal had horen voorlezen. Zijn derde boek was juist verschenen. Hij gaf interviews. Hij meed het onderwerp homoseksualiteit niet. Ook in de volkswijk in Salé, waar hij vandaan komt, drong door wat Taïa allemaal over zichzelf opbiechtte. Taïa zelf keerde terug naar Parijs, waar hij woont, zijn familie in Salé onderging de gevolgen. Abdellah Taïa heeft zichzelf en zijn familie beschaamd. Dat komt in Salé hard aan. Een broer wordt op straat nageroepen, een zus krijgt moeilijkheden op haar werk. Zijn 74-jarige moeder belt hem huilend op: waarom moest hij al die dingen, die men niet uitspreekt, hardop zeggen? En ook: ze had haar zoon zo graag gelukkig willen zien. ‘Zeg me niet dat je nooit gaat trouwen, nooit op bedevaart zult gaan, dat ik je kinderen nooit in mijn armen zal houden. Ik wil alleen het beste voor je.’

Zijn tien broers en zussen laten niets van zich horen. Zijn vader is overleden, alleen zijn moeder belt van tijd tot tijd. Taïa voelt zich schuldig, om het leed dat hij zijn familie heeft aangedaan, maar ook onbegrepen, alleen. Op Marokkaanse discussiefora op internet gaan homofoben tegen hem tekeer. Het zijn zwarte weken.

Dan ontvangt hij een sms van een oudere, analfabete zus, die hem nooit eerder belde of een sms stuurde, die dit berichtje door haar dochter heeft laten schrijven: ‘Mijn broer hoe gaat het met je? Ben je nog altijd zo mager of ben je wat aangekomen? We groeten je allen.’

Een lichtpuntje. Maar hoe moet het verder? Als homoseksuele balling, onlosmakelijk aan Marokko verbonden, heeft Taïa nog een lange weg te gaan. Sinds die interviews, bijna een jaar geleden, is hij nog niet terug geweest in Salé. Hij wil wel maar hij durft nog niet, hij vindt het nog te vroeg, trop chaud, te heet.