In Marokko

In Marokko

Ook de weekbladen in Marokko komen met dubbeldikke zomernummers, begin augustus, waarna ze drie weken niet meer verschijnen. Met zo’n nummer moet je dus een maand doen – de augustusmaand is voor redacties een vakantiemaand. In wel meer sectoren wordt collectief vakantie genomen: de maand ramadan bijvoorbeeld, die helaas weer voor de deur staat (vanaf half september), is voor de eigenaren van drankzaken en hun personeel een verplichte vrije maand. Kleine restaurantjes gaan uit ellende ook dicht: er komt nu toch niemand eten, niet overdag, want dan mag het niet, en niet ’s avonds, want dan verbreekt men de vasten gezellig samen thuis. De tent dichtgooien en maar vrij nemen is dan een goede oplossing, al lijkt het mij een nadeel altijd vakantie te hebben tijdens de ramadan. Maar de Marokkanen in kwestie denken daar waarschijnlijk anders over, voor hen is het tenslotte een feestmaand. Gezegd moet dat de sfeer op straat na zonsondergang en nadat men gegeten heeft inderdaad feestelijk is, men maakt een vrolijke en zorgeloze indruk, tot na middernacht zitten de terrassen stampvol, een heel verschil met de doodse sfeer overdag.

TelQuel, het populairste Franstalige weekblad in Marokko, en het Arabischtalige zusterblad Nichane kwamen beide met nummers van meer dan honderd pagina’s en drie bijlagen: één over de aanstaande verkiezingen (7 september), één over auto’s en motoren en één met alleen maar advertenties. TelQuel zit sowieso altijd boordevol advertenties, het blad doet het goed. Beide bladen bevatten ook iedere week een soort hoofdredactioneel commentaar van de jonge directeur-uitgever Ahmed Benchemsi, en dit keer, zoals wel vaker, ging dat over de toespraak die koning Mohammed VI had gehouden tijdens het jaarlijkse kroningsfeest. De regering zag er reden in de dubbeldikke zomernummers van zowel TelQuel als Nichane onmiddellijk te laten vernietigen. Nichane heeft nog een paar uur in de kiosk gelegen, TelQuel haalde de kiosk niet eens.

Honderdduizend nummers weg, vijftigduizend TelQuels en vijftigduizend Nichane’s. Al het werk voor niets en een verlies van honderdduizend euro. Benchemsi werd twintig uur lang verhoord door de politie: zaterdag 4 augustus van zes uur ’s avonds tot twee uur ’s nachts, en de zondag daarop van negen uur ’s ochtends tot negen uur ’s avonds. Volgens Benchemsi heeft de politie hem niet slecht behandeld, maar had men wel de bedoeling hem te ‘ontregelen’. Urenlange ondervragingen door verschillende rechercheurs, dezelfde vragen die telkens terugkeerden, lange periodes van stilte, tot twee uur achtereen, en, wat hij het moeilijkst te verdragen vond: een voortdurend wantrouwen, ondervragers die veinsden hem niet te begrijpen, zijn woorden die keer op keer verkeerd werden uitgelegd, de woorden ook uit dat gewraakte commentaar, terwijl zij die woorden toch heel goed moesten begrijpen, hij had het commentaar immers geschreven in het Marokkaans-Arabisch.

Het Marokkaans-Arabisch. Het blijft een heet hangijzer. Het is, volgens Benchemsi, de ‘taal van alle Marokkanen’, maar tegelijkertijd blijft die beschouwd worden als een ‘straattaal’ met een bedenkelijke status. Benchemsi meent dat het zijn grootste fout is geweest zijn commentaar in Nichane in dit Marokkaans-Arabisch te schrijven, lees: de hoogverheven woorden van de koning, die uiteraard het Standaard Arabisch gebruikt, te interpreteren, ja te bezoedelen, met dat vulgaire taaltje. Benchemsi is aangeklaagd voor ‘gebrek aan respect voor de koning’, iets waar hij vijf jaar cel voor kan krijgen. Volgens de uitgever-directeur ligt dat niet zozeer aan wát hij heeft gezegd – wat de rol van het parlement nog is en wat de verkiezingen nog voor nut hebben als de koning in zijn toespraak bevestigt dat de absolute macht bij de monarchie ligt – maar aan de taal waarín hij dat heeft gezegd.

TelQuel ligt nu toch weer in de kiosk. Men heeft het zomernummer laten herdrukken, alleen Benchemsi’s commentaar eruit weggelaten. Het Nichane-zomernummer wordt binnenkort ook herdrukt. Voor dit blad, dat nog niet eens een jaar bestaat, is het al de tweede keer dat het uit de handel wordt gehaald, eerder omdat het moppen publiceerde die met de islam zouden spotten – en de islam is minstens zo heilig als de koning. Zowel TelQuel als Nichane beweegt zich voortdurend op de rand van taboes, en in het Arabisch is dat gevaarlijker dan in het Frans, want het komt dichter bij de mensen.

Om volledig te zijn: vorige maand werd ook al een krant verboden, Al Watan, omdat die ‘geheime staatsdocumenten’ over de dreiging van terrorisme in Marokko had gepubliceerd. Zowel de hoofdredacteur als de redacteur van het stuk werd gevangen gezet en urenlang verhoord – de redacteur is nu, een paar weken later, nog steeds niet vrij. Dit soort incidenten genereert veel publiciteit; alle kranten en bladen schrijven erover. Tot nog toe weerhoudt dat de staat er echter niet van keer op keer als door een wesp gestoken te blijven reageren.