In Marokko

In Marokko

Hoe lang moet je in een land wonen om gevoel te krijgen voor de tijdgeest? Die is toch niet onbelangrijk. Wanneer publiceerde W.F. Hermans Onder professoren? Dat boek is in nog geen drie decennia bijna een historische roman geworden. Wie niets van onze jaren zeventig weet – en er zijn misschien buitenlanders of jongeren die niets weten van de betrekkelijke tirannie van links in die jaren; hoe fascistisch en fout rechts of alleen al burgerlijk Nederland geworden was – voor diegenen is Onder professoren misschien leerzaam, al vrees ik dat het door hen moeilijk zonder annotatie in zijn finesses kan worden begrepen. Men zal niet al het venijn dat Hermans erin stopte herkennen, terwijl dat het lezen van dat boek juist zo leuk maakte.

De tijd waarin wij nu leven lijkt in niets meer op de jaren zeventig. De jaren tachtig, negentig, elk decennium had zijn eigen karakter, en ik denk dat dat in Marokko ook zo is. Dat hoeft misschien niet eens – er zijn tijden geweest waarin alles ongeveer hetzelfde bleef en er zijn misschien nog steeds landen, al of niet dictaturen, die als stilstaand water zijn, waar bijna niets beweegt. Maar Marokko verandert. Het heeft onder andere een nieuwe koning gekregen en sindsdien, sinds acht jaar, zo zegt iedereen, waait er een nieuwe wind. Die pik ik misschien nog op, al weet ik niet precies welke wind daarvoor waaide, onder Hassan II.

Als je dat niet hebt meegemaakt, kun je erover lezen. Zo weet ik, als iedereen die enigszins met dit land bekend is, dat Hassan zijn best heeft gedaan links uit te roeien, onder andere door de islamisten te steunen; verdeel en heers. Wel, in die opzet is hij geslaagd. Links zoals dat zich in die tijd manifesteerde bestaat hier niet meer (maar waar ter wereld nog wel?) en de islamisten worden bij de verkiezingen van aanstaande 7 september vermoedelijk de grootste partij – en je zou kunnen zeggen dat koning Mohammed VI hier een probleem van zijn vader heeft geërfd, al denk ik niet dat dat causale verband er is. Ook zonder Hassans steun waren die fundamentalisten in deze tijd wel boven komen drijven, eenvoudig omdat hun tijd nu gekomen lijkt. Het is de tijdgeest. Die ademt fundamentalisme. Let wel: als tegenbeweging, een behoorlijke krachtige.

Maar de tijdgeest is overal. Neem de persvrijheid. Ik schreef daar vorige week over. Veel bladen, hoofdredacteuren en redacteuren worden aangeklaagd. En toch heb ik het gevoel dat de persvrijheid steeds groter wordt. Men blijft de grenzen verleggen, en als de staat daar vooralsnog op blijft reageren, dan is dat met een zekere machteloosheid. Een zomernummer van TelQuel uit de kiosk halen komt op mij over als pesten. ‘Jullie zijn het hele jaar al vervelend, nu pakken we je eens.’ Pesten is een zwaktebod.

Tweede terrein: seks. ‘Als maagd het huwelijk in’ is bezig te verdwijnen – zeker in de steden, waar al meer dan de helft van de Marokkanen woont – maar blijft voorlopig omgeven door hypocrisie. Je kunt je aanstaande man wel vertellen dat je geen maagd meer bent, die pikt dat wel, maar je ouders nog lang niet. Dat betekent dat je als meisje of jonge vrouw nog vaak moet liegen over waar je met wie geweest bent.

Homoseksualiteit. Blijft onverminderd taboe. Kun je niet in de openbaarheid tonen. Toch: er zijn jongens die zich op straat onmiskenbaar als homo gedragen, zo nichterig als ze gekleed gaan, lopen, praten. Er zijn disco’s waar homo’s samen dansen. Er zijn er die samenwonen. Maar ouders mogen dat in geen geval weten, zelfs vrienden niet.

Alcohol. In steedse grotere mate geconsumeerd. Maar: nooit op een terras. Altijd binnen. Thuis, in een bar of restaurant. Tegelijkertijd blijft het moskeebezoek constant.

Onafhankelijkheid van vrouwen. In de stad, het ‘publieke domein’, lopen ze er sexy bij en niet begeleid door een man. Ze werken. Ze gaan uit. Ze nemen hun vrijheid. Zelfstandig wonen doen ze ook steeds vaker, maar toch nog niet veel. Ze willen hun moeders niet kwetsen, die dan bang zijn dat ze nooit meer aan de man zullen komen (want welke man wil een vrouw die alleen woont, op wie niet wordt toegezien?).

Dus die tegenbeweging van fundamentalisme is begrijpelijk. Ze maakt deel uit van de huidige tijdgeest van verwarring. De werkelijkheid is bezig de regels die er eeuwenlang waren in te halen. Neem als symbolisch voorbeeld het dariezja, die vulgaire straattaal, zo denkt men erover, die door iedereen wordt gebruikt. Zo is het met al die ivoren torens die, doordat de zee ertegenaan klotst, langzaam ondermijnd worden.