In Marokko

In Marokko

Soms vragen mensen mij of Marokko een leuk land is, omdat ik er inmiddels bijna twee jaar woon. Is Marokko dan zo’n leuk land? Nee. Maar waarom blijf je er dan? Omdat het me er wel bevalt.

Het woord leuk is niet van toepassing op Marokko. Je kunt er natuurlijk wel leuke dingen doen. Naar het strand gaan. Kitesurfen. Door de Hoge Atlas trekken. Over pistes rossen met een katkat, zoals de Fransen het noemen, een four wheel drive. Allemaal leuk. Maar het zegt niet zoveel over Marokko.

In Marokko is te veel armoede, voor te veel mensen is het leven een gevecht om het bestaan. Het is niet leuk om een paar colbertjes op straat te verkopen voor zeven euro het stuk en tegelijkertijd de politie in de gaten te moeten houden, en, als er een agent aankomt, je boeltje snel op te pakken en ermee weg te moeten rennen.

Marokko denkt dat het een Arabisch land is – en daar zit ook wel wat in. Het is in ieder geval een islamitisch land. Dat zijn al twee dingen die niet leuk zijn – voor mij. Ik als Europeaan (zo word ik hier gezien en zo begin ik mezelf ook te zien) zal hier nooit helemaal wennen. Nooit zal ik eraan wennen met mijn handen uit een schaal te moeten eten, waar ook nog anderen tegelijkertijd uit eten. Even kun je dat wel leuk vinden, maar later keer je onherroepelijk terug tot jezelf en ga je denken dat Marokkanen in wezen rare jongens zijn.

Ik weet niet of Paul Bowles het hier leuk vond, maar hij zal het hier zeker interessant hebben gevonden. Maar Paul Bowles was zelf ook een rare jongen, anders hou je het hier geen veertig jaar uit. Misschien was het in zijn tijd, vooral in het begin, wel leuker in Marokko.

Ik vind een bar met alleen mannen ook niet leuk. Op zo’n plek ontbreekt het aan hygiëne en aan licht, het is er op een smoezelige manier duister, of er hangt juist een tl-buis aan het plafond. Er komen mannen die niet veel geld hebben maar die wel graag veel drinken. De smoezeligheid, het halfduister, of het te kille licht, die arme dronken stumpers – even kun je zo’n ambiance wel leuk vinden, totdat je er zelf depressief van wordt.

Soms komen in zo’n bar ook vrouwen, dan wordt het er weer wat leuker op, voor die mannen. In dit soort gelegenheden gaan die vrouwen onveranderlijk gekleed in djellaba. Ook dat vind ik raar: een hoer in een djellaba. Die mannen maakt het niet veel uit.

Ik vind zoiets typisch voor een islamitisch land, zo’n spagaat te moeten maken: de hoer uithangen, maar wel een djellaba dragen. Die bar zelf is eigenlijk ook al zo’n spagaat, want alcohol drinken mag eigenlijk niet.

Het wordt gedoogd. Ondertussen zie je aan die mannen dat ze iets doen wat niet mag. De hele ambiance ademt gewetenswroeging. We bevinden ons in het duister, achter geblindeerde ramen. En daar doen we stiekem iets wat niet mag en waar we onder lijden. Voor de toerist die van die sfeer houdt heeft ’t wel wat, maar echt leuk blijft het niet lang.

Op straat kan de sfeer best vrolijk zijn, vooral ’s avonds en vooral tijdens de ramadan – en toch heb ik altijd het gevoel dat je niet alles ziet, dat iedereen altijd iets verbergt. Misschien omdat ik Marokko nog niet goed genoeg ken. Maar ik heb al vaker gedacht dat het is alsof er over het openbare leven een deken ligt, die alles smoort. Alsof in de collectieve geest allerlei verboden aanwezig zijn, waardoor de mensen geremd worden, of misschien hebben ze dromen waarvan ze nu al weten dat het illusies zijn. Onbezorgde Braziliaanse vrolijkheid kom je in Marokko niet gauw tegen – terwijl de potentie daarvoor toch aanwezig lijkt. Het idee dat men bezig is iets verkeerds te doen, of dat men dat zou willen, of dat men daar toch geen geld voor heeft, lijkt altijd ergens aanwezig.

Met andere woorden: dit land is au fond zwaar op de hand. Ik zie ook niet hoe dat anders zou kunnen in een door koning en islam geregeerde dictatuur waar de armoede overheerst.

Onbekommerd lol maken – leuk! – zie ik Marokkanen vooral doen aan het strand, waar ze altijd voetballen, altijd. Daar kunnen ze zich zonder enige gêne uitleven. Ze voetballen ook op pleintjes of braakliggende terreintjes in de stad, vooral nu, tijdens de ramadan. Vlak voor de avondmaaltijd, het verbreken van de vasten, voetbalt men graag, en het trekt altijd publiek.

In een zwaarmoedig land, waar de ramadan alles nog zwaarder maakt, lijkt zo’n onbekommerd partijtje voetbal, ik weet niet, meer dan een onbekommerd partijtje voetbal.