In Marokko

In Marokko

Tijdens de ramadan kunnen de mensen wel eens chagrijnig zijn, overdag althans, maar het komt niet vaak voor dat men massaal zó chagrijnig is dat het uitmondt in een volksoproer, zoals vorige week zondag in de kleine, provinciale stad Sefrou, niet ver van Fez. Een middag lang bekogelde een menigte van enkele duizenden Sefrouis de politie met stenen, trok door de straten van de stad, gooide de ramen in van overheidsgebouwen en banken, plunderde en vernielde archieven, stak de auto’s van lokale autoriteiten in brand en deed zelfs een poging de muren van de plaatselijke gevangenis neer te halen. De rust keerde weer tegen zonsondergang, toen de duizenden zich naar huis spoedden om de vasten te verbreken. Zo’n driehonderd Sefrouis, van wie de helft dienders, raakten gewond.

Wat was hier aan de hand?

Het begon die zondag met een door de plaatselijke afdeling van de Marokkaanse Vereniging van de Rechten van de Mens (AMDH) georganiseerde demonstratie tegen la cherté de la vie, die op zichzelf vredelievend verliep. Nu al twee jaar lang wordt overal in het land met grote regelmaat gedemonstreerd: in heel Marokko komen de mensen in opstand tegen de verhoging van de prijzen van elementaire levensmiddelen, zoals brood, suiker, plantaardige olie, maar ook groenten en fruit. Voor de meeste van dergelijke producten is Marokko maar voor een deel zelfvoorzienend, de rest moet geïmporteerd worden. Als de regering de prijs van het graan hoger belast, wordt het brood duurder. Waar een klein rond brood een paar jaar geleden nog maar een dirham kostte (tien eurocent), betaalt men daar nu bijna anderhalve dirham voor. De prijs van overige basisproducten is navenant gestegen. Dat maakt het leven van mensen die toch al moeten sappelen, meer dan de helft van de Marokkanen, er niet gemakkelijker op, zeker als de salarissen – voor hen die werk hebben – niet meestijgen.

Vandaar de demonstraties. Nu verlopen die in Marokko in het algemeen vredelievend, zeker als een gerespecteerde vereniging als die van de mensenrechten zich de zaak heeft toegeëigend en die demonstraties organiseert en, zoals dat hier heet, encadreert. Waar de boel in Europa al lang uit de hand gelopen zou zijn, blijven zelfs getergde Marokkanen zich netjes gedragen. Ze posteren zich massaal voor gemeentehuis of prefectuur, scanderen een paar uur lang leuzen en gaan dan weer naar huis. In Rabat ben ik dagelijks getuige van de demonstraties van honderden hoogopgeleide werklozen – ze eisen werk – voor het parlementsgebouw aan boulevard Mohammed V. Nog nooit, in al die jaren dat zij daar nu demonstreren, zijn deze ongelukkigen op het idee gekomen de betrekkelijk chique winkels aan de boulevard te plunderen, bankgebouwen te vernielen, of alleen maar stenen naar de politie te gooien. Iedere dag weer gedragen ze zich voorbeeldig. Het loopt alleen uit de hand – als je dat zo mag noemen – als de politie vindt dat het lang genoeg heeft geduurd en de boulevard schoonveegt. Men mept er dan op met zijn wapenstok, de meute spat uiteen in kleinere groepen, er ontstaat een kat-en-muis-spel, dat grofweg een uur duurt. Sommige hoger opgeleiden moeten het bekopen met een kneuzing, of een bult op het hoofd, en collega’s of omstanders zijn zichtbaar verontwaardigd over dat soort incidenten, een dergelijke barbaarse behandeling, maar dan met stenen gaan gooien? Nee.

Te Sefrou liep het anders. De menigte die gedemonstreerd had, had niet zo veel zin weer naar huis te gaan, het was zondag, vroeg in de middag, het was ramadan, wat moest men thuis doen, en een politieman beging de fout een meisje een te harde schop te geven. De Sefrouis ontstaken in woede, jongeren begonnen stenen op te rapen en er ontstond een waar ‘broodoproer’. Het chagrijn van de ramadan als katalysator, mogelijk, maar er speelt meer mee. Dat de overheid deze demonstraties, waarvan er de afgelopen twee jaar ook te Sefrou al eerdere waren, geenszins serieus lijkt te nemen: men luistert eenvoudigweg niet. Daar komt bij dat door het vergroten van het kiesdistrict de bevolking van Sefrou haar eigen afgevaardigden in het parlement niet meer herkent, wat het gevoel van onmacht nog versterkt en wat verklaart waarom de opstandelingen hun woede ook richtten op het huis van een juist verkozen parlementslid van de conservatieve Onafhankelijkheidspartij. En dan is er nog de verpaupering waaraan Sefrou al jaren onderhevig is.

Had dit ‘broodoproer’ in Casablanca plaatsgevonden, dan was het uitgelopen op een bloedbad, zoals eerder in 1965 en 1981. Men is dus geschrokken. De minister van Binnenlandse Zaken kondigde afgelopen week aan de belastingen op graan en enkele andere producten te verlagen tot het niveau van vorig jaar. Voor de AMDH is het niet genoeg.