In Marokko

In Marokko

We herinneren ons dat de Marokkanen op 7 september naar de stembus mochten, dat één op drie van dat recht gebruik maakte, en dat de ingevlogen waarnemers allemaal zeiden dat er niet was gesjoemeld. Vervolgens wees de koning de leider van de winnende partij als premier aan, ook weer volgens de regels der democratie. Deze premier, Abbas al Fassi, heeft de onderhandelingen met de verschillende partijen inmiddels achter de rug en kon zijn kabinet op 12 oktober presenteren, bij de opening van het parlementaire jaar. De nieuwe regeringsploeg, bestaande uit 33 ministers en staatssecretarissen, kan aan het werk.

Inmiddels valt op het democratisch gehalte van de hele procedure toch wel wat af te dingen. Het blijkt nu dat er een hoop stemmen zijn gekocht – een oude, moeilijk uit te roeien praktijk. Zelfs ik ken een ober die een paar honderd dirham heeft gekregen om de koffiedrinkers op zijn terras over te halen op deze of gene kandidaat-gedeputeerde te stemmen. Dat heeft hij niet gedaan, want hij wilde zichzelf niet belachelijk maken, maar het geld stak hij natuurlijk wel in zijn zak. Dat soort praktijken speelt zich af lang voor de eminente waarnemers zijn ingevlogen, waarmee ik wil zeggen dat dat waarnemen in het vervolg beter overgelaten kan worden aan bijvoorbeeld de Marokkaanse pers, het onafhankelijke deel daarvan is daar goed toe in staat. En geef het geld dat gemoeid is met het overvliegen en onderbrengen van de waarnemers dan aan degenen die werkelijk iets doen voor de inwoners van dit land. Ik ken een vrouw die anders volstrekt kansloze straatkinderen aan een onderkomen, een opleiding en zelfs een baan helpt – en zo zijn er meer projecten hier die zoden aan de dijk zetten maar allemaal met geldgebrek kampen. Neem gerust contact op met mij. Geld dat bij die projecten terecht komt, is oneindig veel beter besteed dan aan het waarnemen, iets wat achteraf als niet veel meer dan een snoepreisje voor dove en blinde toeristen moet worden beschouwd.

De moeilijkheid van Marokko is dat politiek iets anders is dan in een democratie als bijvoorbeeld die van Nederland. We moeten niet vergeten dat Marokko decennialang – onder koning Hassan II – een dictatuur was die zich staande hield door keiharde repressie. Inmiddels, hoewel de repressie goeddeels is verdwenen, zou je Marokko nog steeds een dictatuur kunnen noemen, maar dan een geïnstitutionaliseerde dictatuur, gelegitimeerd door de politiek, zowel door de regeringspartijen als door de oppositie, want iedereen speelt het spel mee. Waar Hassan II het bij verkiezingen niet op het toeval liet aankomen, maar de politieke elite vervolgens wel een zekere ruimte gaf, doet zijn zoon Mohammed VI nu het omgekeerde: die bemoeit zich minder met de verkiezingsuitslag, die dus veel democratischer is, geeft volk en pers ook veel meer vrijheid, maar houdt vervolgens de elite veel steviger in zijn greep. Dat betekent dat premier Abbas al Fassi wel met de verschillende politieke partijen heeft mogen onderhandelen over welke en hoeveel ministersposten, maar dat de koning uiteindelijk gewoon de ministers heeft aangewezen. Daaronder zijn opvallend veel ‘technocraten’, die helemaal niet tot een politieke partij behoren – op wie dus ook niet is gestemd – maar daar eenvoudig op het allerlaatste moment zijn ondergebracht. Met democratie heeft dat weinig te maken.

Even weinig hebben de ‘ministeries van soevereiniteit’ te maken met het democratische proces. Die ministeries, ook wel ‘koninklijke ministeries’ genoemd, zijn een Marokkaanse eigenaardigheid en illustreren goed wat ik hierboven zei, dat de koning graag greep houdt op zijn elite. Zelfs de winnende Onafhankelijkheidspartij bijvoorbeeld kan niet zeggen: wij hebben gewonnen en eisen het ministerie van Binnenlandse Zaken op, want dat is nu zo’n soeverein ministerie. Dat gooit de koning niet te grabbel, integendeel, hij plaatst daar een van zijn vertrouwelingen, een boven de partijen staande technocraat. Zo vallen de zes belangrijkste ministeries – verder onder andere Buitenlandse Zaken, Religieuze Zaken, Justitie, Defensie – onder zijn directe toezicht. De overige ministeries mogen de politieke partijen onderling verdelen, hoewel ze zelf niet beslissen wie er aan het hoofd komt te staan.

In de onafhankelijke pers wordt hierover uiteraard veel gemopperd. Het zou allemaal veel democratischer worden, de verkiezingen zelf waren – ja, waarnemers – bíjna een toonbeeld van democratie, de premier werd democratisch aangewezen, maar helaas, het samenstellen van het kabinet heeft weer niets met democratie te maken. En inderdaad wordt dit land gewoon geregeerd door een oligarchie. Maar niemand stelt ooit de vraag of Marokko, waar de helft van de bevolking nog altijd analfabeet is, eigenlijk wel zo goed af is met, of al toe is aan, wat dan heet een volwaardige democratie. Terwijl je die vraag toch ook mag stellen.