In Marokko

In Marokko

Voor het eerst sinds hij 32 jaar geleden de Spaanse troon besteeg, bezocht koning Juan Carlos de Spaanse enclaves Ceuta en Melilla. De Marokkaanse koning Mohammed VI reageerde woedend, riep zijn ambassadeur uit Madrid terug en sprak in een communiqué van een flagrante schending van de vriendschappelijke verhoudingen en het goede nabuurschap. En toch was dat Spaanse koninklijk bezoek niet bedoeld om Marokko een hak te zetten, want waarom zou Spanje dat willen? Vooral sinds de socialist José Louis Zapatero in 2004 premier werd, onderhouden de twee landen uitstekende relaties, en geen van beide heeft baat bij een crisis. Wat opnieuw de vraag oproept: vanwaar dan toch dat plotselinge koninklijk bezoek begin deze maand? En: was Mohammed VI echt kwaad?

Hiermee betreden we het glibberige terrein van de binnenlandse politiek, zowel de Spaanse als de Marokkaanse. In Spanje vinden in 2008 verkiezingen plaats. Het schijnt dat de oppositionele Partido Popular in de polls aan de winnende hand is. De PP speelt de nationalistische kaart. In Barcelona verbrandden Catalaanse separatisten onlangs portretten van de koning. Probeert de Spaanse socialistische premier Zapatero wat stemmen van rechts af te snoepen door zijn koning naar Ceuta en Melilla te sturen, door zo te laten zien dat hij hecht aan de integriteit van heel Spanje? Zo wordt dat in Marokko gezien, ook door koning Mohammed VI. Hij houdt er niet van, liet hij weten in hetzelfde communiqué als waarvan ik hierboven sprak, dat zijn land wordt gebruikt voor interne Spaanse politieke spelletjes, ik parafraseer nu. Mohammed VI was wel degelijk kwaad. Het ging hem niet eens om de claim die Marokko open heeft staan op de twee enclaves. Nee, de gemoederen hier verhitten een beetje, en oude wonden openrijten om in Spanje stemmen te winnen is gewoon een misselijke streek.

Zoiets heeft Mohammed VI ook niet verdiend. Ten eerste niet omdat hij de enclaves nooit openlijk opeist, zoals zijn vader nog wel deed. Dat betekent niet dat hij minder waarde hecht aan die stukken Marokko. Hij weet dat de enclaves Marokko op een goede dag wel zullen toevallen, zoals Gibraltar ooit weer Spaans zal worden, en doet ondertussen zijn best de regio economisch te versterken, zodat de betekenis van Ceuta en Melilla voor het noorden afneemt – transitzones die smokkel, drugshandel en witwassen van geld mogelijk maken, waarvan tienduizenden Marokkanen in de regio leven. Nog altijd zijn het de economische hoofdsteden van het noorden, schemergebieden waarvan de economische activiteiten de staatskas niet spekken en dus schaden, en die bovendien criminaliteit en corruptie in de hand werken, die zelfs het lokale bestuur aantasten. Mohammed VI doet zijn best de hasjteelt, waarvan de ene helft van de Rif leeft, en de smokkel, waarvan de andere helft leeft, tegen te gaan en initieert in de regio tegelijkertijd allerhande projecten, geeft Nador een boost en pompt Tanger op tot economisch centrum van de toekomst. Zo wordt in Tanger de megahaven Tanger Med gebouwd, ijvert de stad voor de organisatie van de wereldtentoonstelling in 2012 en is er een contract gesloten voor de vestiging van een enorme Renault-fabriek. Op die manier doet Mohammed VI dat, efficiënt en zonder er voortdurend vruchteloos bij Spanje op te hameren dat…

En dan zijn er nog de Subsaharanen, de vluchtelingen en gelukszoekers afkomstig uit landen ten zuiden van de Sahara, die in de herfst van 2005 met honderden tegelijk Ceuta en Melilla bestormden, Europa dus, en van wie sommigen zich in de prikkeldraadversperring vastliepen. Zij zijn er nog altijd, deze Subsaharanen, ze zijn alleen niet meer in het nieuws: als het nieuwe eraf is, ebt ook de westerse morele verontwaardiging weg over de handelswijze van de Marokkaanse autoriteiten, die deze vluchtelingen oppakten, in bussen laadden en een paar honderd kilometer verderop in de woestijn uit lieten stappen.

Marokko bewees Spanje in die herfst van 2005 een dienst door gendarmerie en zelfs het leger in te zetten om enclaves die het land nota bene zelf opeist te beschermen tegen de bestorming van Subsaharanen. Degenen die de enclaves bijna wisten binnen te dringen – zij die zich tussen de dubbele versperringen rondom de steden bevonden, dus op Spaans grondgebied – werden zonder problemen weer door Marokko opgenomen. En ook de 73 Subsaharanen die Melilla zelf wisten binnen te dringen, werden na een telefoontje van de Spaanse koning Juan Carlos door Mohammed VI stilzwijgend weer in Marokko ‘toegelaten’, lees: Europa uitgezet. Voor deze dienst, zo moet de Marokkaanse koning dat begin november gevoeld hebben, betalen Zapatero en Juan Carlos mij zó terug, schreef de Spaanse journalist en Marokko-kenner Ignacio Cembrero in El País. Met een bezoek aan diezelfde enclaves.