In Marokko

TANGER – Ik keer graag terug, en ik zal de enige niet zijn, naar waar ik eerder ben geweest, naar wat bekend is. Het is al enerverend genoeg in een vreemd land aan te komen en niet te weten waar je precies bent – ja, je kunt het op de kaart wel aanwijzen, maar hoe ís het daar? Als ik een hotel neem in die ene straat, wat voor straat is dat dan, chic of juist armoedig of ergens daartussenin, is het een straat in een woonwijk of zijn er veel winkels, en wat voor mensen lopen daar? Moet ik voor ze op mijn hoede zijn of hoeft dat helemaal niet? Ik voel het wel wanneer ik zo overduidelijk niet meer op eigen terrein ben. Die nervositeit, zeg maar gerust angst, lijkt me even dierlijk als die van leeuwen of apen die zich buiten hun territorium begeven; dat iedereen altijd een reisgids aanschaft is niet alleen omdat men graag wil weten waar de bezienswaardigheden zich bevinden.
Nee, je wil weten wat je te wachten staat,
enige greep op de on be kende omgeving krij- gen, zeker als je alleen bent, en het is daarom dat ik bij aankomst in Tanger, als ik de boot af rijd en de douane gepasseerd ben, mijn intrek neem in Hotel
Rembrandt. Ik was er in het voorjaar ook, met een groep collega’s, het is een aangenaam hotel in het hart van de ville nouvelle, dat door zijn ruime opzet en donkere kleuren nog een koloniale sfeer ademt. Ik ken niet alleen die sfeer, die van vergane glorie, maar ik weet ook waar het hotel is, daar waar boulevard Pasteur overgaat in boulevard Mohammed V, ik weet zelfs hoe ik er vanaf de boot naartoe moet rijden en dat ik er mijn auto kan parkeren. Dat soort dingen te weten, als je verder bijna niets weet, geeft rust.
Met de auto aankomen heeft het grote voordeel dat je niet wordt lastiggevallen door de zogenoemde faux guides die Marokko lange tijd tot een land hebben gemaakt waaraan veel toeristen behalve mooie ook bittere herinneringen bewaren. Onbevangen rondlopen in een stad als Tanger, Fez of Marrakesj was er niet bij, de nepgidsen pikten de toeristen er zo uit, vooral degenen die nog niet zo lang in Marokko waren. Aan hen drongen de hustlers, zoals Engelstalige reisgidsen ze noemen, zich bij voorkeur op; als ze hun klauwen eenmaal in de prooi hadden, lieten ze die niet meer los.
Ikzelf heb het vijftien jaar geleden mee gemaakt, toen ik nog met een rugzak de boot af liep en als iedereen vrijwel meteen werd overweldigd door het enorme cultuur verschil. Zo nabij, de zuidkust van Spanje en het noordelijke Tanger, slechts een paar kilometer zee ertussen, en tegelijkertijd zo verschillend. Ik had me indertijd voorgenomen me direct en volledig in Marokko onder te dompelen, door mijn intrek in een hotel in de medina te nemen, de oude stad, die wirwar van nauwe straatjes en steegjes. Het heeft me uren gekost om de gidsen die me besprongen mét dat ik voet aan wal zette, en die me maar al te graag naar dat hotel in de medina brachten, me er lieten verdwalen en uren bij tapijthandelaren thee lieten drinken, om deze gidsen weer van mij af te schudden zonder ze al mijn geld te geven. Ze waren dan weer vriendelijk, dan weer agressief, maar altijd vasthoudend en ik heb nooit, in geen enkel ander land, later ook niet, gidsen meegemaakt die je zo aan je kop bleven zeuren en die zo irritant waren.
Het kostte me indertijd een week om aan deze faux guides te wennen, uiteindelijk leer je wel hoe je ze het best van het lijf kunt houden. Die vaardigheid, nooit verleerd, heb ik nu in Marokko niet of nauwelijks meer nodig. Zodra ik mijn koffers in het hotel heb neergezet en een douche heb genomen, ga ik de straat weer op, om ergens te eten. Nergens faux guides. Nergens hustlers. Niemand die mij op straat aanspreekt en lastigvalt, of het moest Souf½an zijn, een twintigjarige jongen met grote lichtbruine ogen en lange wimpers, die naast me komt lopen en met witte tanden bijna vrouwelijk naar me lacht en vraagt hoe ik heet. Ik ben juist bezig terug te lopen naar mijn hotel en doe geen moeite Souffian van mij af te schudden, tot ik voor het hotel sta en zeg dat ik hier verblijf en dat ik nu ga slapen. Souffian, verbaasd: slapen? Maar wil je niet nog even koffie met me drinken? Ik zeg nee, dat ik ga slapen. Maar wil je dan misschien een koffie voor mij betalen?
Het schijnt dat Marokko de nepgidsen een paar jaar geleden de oorlog heeft verklaard, vooral in steden als Tanger, Fez en Marrakesj, kennelijk met succes. Ik vond Tanger indertijd het ergste, misschien omdat ik er zo groen aankwam, en al blijf ik er nu maar één avond, het is genoeg om te merken dat ik als toerist in Marokko niet meer vogelvrij ben.