In memoriam

Dennis Potter. Het arbeiderskind dat uitblonk in Oxford, dat zich tussen die elite - voor wie niets van wezenlijk belang leek - nooit thuis voelde, maar dat ook de Forest of Dean met zijn mijnwerkersbevolking, inclusief zijn ouders, ontgroeid was. Sterker, hij had hen naar eigen gevoel verraden door een BBC-documentaire over hen te maken (zijn eerste tv-programma) met een mengsel van liefde en distantie. Dit verraad komt letterlijk voor in zijn autobiografisch aandoende eerste dramaproduktie, Nigel Barton, daarna blijft het in veel verschijningsvormen in zijn werk opduiken.

In The Singing Detective zelfs cumulerend: het overspel van de moeder, letterlijk onder ogen van de jonge Philip Marlow; het beschuldigen van een klasgenoot van poepen op de tafel van de juf (wraak voor dat eerste verraad en verraad in het kwadraat omdat de beschuldigde onschuldig is); en, het meest aangrijpend, het verraad van vader door zoon. In zijn koortsherinnering zit de zieke Marlow weer als kind in de Working Men’s Club waar zijn vader zingt; wanhopig probeert hij mee te applaudiseren - vergeefs, want reuma en psoriasis maken het onmogelijk; zegt een stem: ‘Niks nieuws; toen hij nog leefde had je ook geen hoge pet van hem op’; verdrietig beseft de zieke opnieuw dat zijn vader al lang dood is en dat niets meer ongedaan te maken is. Hoe diep dit gevoel zit, blijkt uit het laatste (Channel 4-)interview: het ontroerende verhaal over de geniale jongen die zit te schrijven en de vader die eigenlijk bang is voor de zoon omdat hij daar niets van begrijpt, maar die toch belangstelling toont: deur op een kier en 'Gaat het, our Den?’ De spijt dat hij nooit zei 'kom binnen vader’, maar eerder geirriteerd was door de storing.
Wat Potter zijn vader tekortdeed (als hij hem trouwens al iets tekortdeed) maakte hij goed aan zijn klasse. Via een Labour-carriere, al snel door ziekte afgebroken. Daarna door zijn dramaprodukties voor de televisie. Niet op de manier van radicaal-links via sociaal-realisme of zelfs agit-prop; hij ontwikkelde een afkeer van de haat die in neomarxistische kring de boventoon voerde, en van gedram over structuren die gerechtigheid zouden opleveren, terwijl geen hond zich bekommerde om het lijden van zieken en eenzamen. (In dat opzicht vond hij Christus veel inspirerender met zijn boodschap van vergeving en liefde, juist voor het zwakke.) Wel door zijn geloof in televisie als het 'ware National Theatre’, als de enige niet-elitaire kunstvorm die de droom kon verwezenlijken van een common culture van hoog niveau, dwars door sociale lagen heen. De tragiek is dat de televisie, door economische en technologische ontwikkelingen, in het tegendeel van die droom lijkt te verkeren. Het indrukwekkende is dat Potter zelf een van de weinigen was die er, gezien het enorme succes van zijn werk in Engeland, in slaagde een brug te slaan tussen publieken en smaken. Met drama dat qua inhoud en vorm weerbarstig en confronterend was, aan realisme em naturalisme ver voorbij. Potters werk verdient menig essay. Alleen al over zijn gebruik van muziek. Dit is niet de plek. Wel een tip. Vanaf 7 juli Potters laatste (zesdelige) serie bij de Humanistische Omroep Stichting: Lipstick on Your Collar.