Media

In Memoriam

Drie op het eerste gezicht ongerelateerde nieuwsberichten: ik zag ze de afgelopen twee weken de revue passeren en begroette ze alledrie in eerste instantie met een verveeld schouderophalen.

‘Zat eraan te komen’, dacht ik toen ik las dat Google, in navolging van Facebook, persoonlijke aanbevelingen van zijn gebruikers gaat tonen in advertenties.

‘Was te verwachten’, verzuchtte ik toen ik las dat de Rabobank een schikking van 774 miljoen euro had getroffen voor het frauderen met de zogenoemde Libor-rente.

‘Klinkt best logisch’, mompelde ik toen ik las dat er in een nieuwe transatlantische handelsovereenkomst tussen de Verenigde Staten en Europa een voorziening was opgenomen die het voor grote bedrijven mogelijk maakt om een rechtszaak tegen een deelnemend land aan te spannen als wetgeving in dat land de vrije handel belemmert.

Ieder bericht op zich was mij als weinig spectaculair voorgekomen: een zoekgigant heeft weer eens een nieuwe manier gevonden om geld te verdienen aan advertenties; een bank is weer eens bestraft voor het frauduleuze gedrag dat we al een tijdje van ze gewend zijn, en een handelsovereenkomst probeert de wereldmarkt verder te liberaliseren. What else is new?

Tot ik wat dieper over de drie berichten nadacht en plots een buitengewoon zorgelijke ontwikkeling ontwaarde.

Dat Google – net als Facebook – onlangs zijn privacyvoorwaarden heeft aangepast zodat het voortaan, zonder jouw expliciete toestemming, jouw voorkeuren, interesses en aanbevelingen op het web met naam, toenaam én foto mag gebruiken in andermans advertenties is een bizarre nieuwe stap in het eigenaarschap van Google over zijn miljarden gebruikers. De facto betekent het dat jij en ik voortaan zomaar kunnen opduiken op de virtuele reclameposters van bedrijven die op Google adverteren: als jij ooit ergens op de diensten van de zoekgigant hebt aangegeven dat jij Fructis een lekkere shampoo vindt, is de kans aanwezig dat anderen jou opeens met je blije hoofd en je dansende haar op een shampooreclame voorbij zien komen. Stel je eens voor dat zoiets in de niet-virtuele wereld zou gebeuren: je zit met je vrienden in de kroeg, proost gezellig op dat ‘lekkere, welverdiende biertje’ en aan het einde van de avond, op weg naar huis, zie je jezelf plotseling in een bushokje op een Heineken-poster terug.

Leuker kunnen we het niet maken, wel pot-sierlijker

Heerlijk. Helder. Holy crap!

Dat de Rabobank jarenlang met de Libor-rente, de belangrijkste rentestand ter wereld, mag rommelen, daar miljarden mee mag verdienen en vervolgens strafvervolging ontloopt, door de zaak te schikken met een paar honderd miljoen aan boetegelden, is niet veel minder zorgwekkend: het betekent in feite dat, als het bedrijf in kwestie maar groot en rijk genoeg is, de straf op witteboordencriminaliteit niet veel meer is dan het afromen van de winst. Erger nog: als de boete door een buitenlandse autoriteit wordt opgelegd – zoals in dit geval: de Britse en Amerikaanse financiële autoriteiten – is deze in Nederland nog belastingaftrekbaar ook, blijkt uit het antwoord van staatssecretaris Weekers van Financiën op Kamervragen van PvdA-leden Nijboer en Groot over de zaak. Ja, dat leest u goed: niet alleen koopt de bank zo strafvervolging af, ze mag de kosten ook nog keurig declareren bij de fiscus.

Leuker kunnen we het niet maken, wel potsierlijker.

Helaas voert het hier te ver alle details van de nieuwe handelsovereenkomst tussen de Verenigde Staten en Europa uit de doeken te doen, maar het meest verontrustende onderdeel ervan staat in juristentaal bekend als de ‘investeerder-staat-arbitrage’: een voorziening in de wet die erop neerkomt dat bedrijven op grond van het vrijhandelsverdrag beslissingen van een overheid mogen aanvechten bij de rechter als dat hun zaken-doen belemmert. In de praktijk betekent dat meer dan eens dat wetgeving die burgers en consumenten moet beschermen tegen, bijvoorbeeld, gezondheids- of veiligheidsrisico’s van producten door multinationals succesvol de nek wordt omgedraaid. Deskundigen noemen het al een ‘geprivatiseerd rechtssysteem voor multinationals’.

De rode draad moge duidelijk zijn: het corporatisme viert hoogtij deze dagen. De macht van grote bedrijven neemt zienderogen toe. Ze hebben een monopolie op onze digitale identiteit, staan boven de wet en hebben de parlementaire democratie in hun zak. Niets staat ze nog in de weg om al onze persoonsgegevens te verzamelen, daar structureel identiteitsfraude mee te plegen, de strafvervolging af te kopen met een schikking van een paar miljoen, de boete af te trekken van de nettowinst en met het overgebleven geld een rechtszaak te beginnen om strengere wetgeving te voorkomen. Hoe zou de kop boven zo’n nieuwsbericht luiden?

In Memoriam: Democratie (320 v. Chr. – 2013 n. Chr.)