In memoriam een voorbeeldig econoom

Vorige week donderdag is professor dr. Jan Tinbergen overleden. Tinbergen was behalve een groot geleerde ook een aimabel mens, wars van conflicten en steeds bereid tot steun, of het nu om hulp bij wetenschappelijk onderzoek ging of om steun in het menselijke vlak.

Tinbergen werd gedreven door het verlangen zijn gaven in dienst te stellen van de oplossing van belangrijke sociaal-economische problemen op wereldniveau. Hij studeerde natuurkunde in Leiden, maar uit het proefschrift dat hij in 1929 schreef over analogieen tussen minimumproblemen in de natuurkunde en in de economie bleek reeds zijn belangstelling voor zijn latere werkterrein. Die natuurkundestudie lag waarschijnlijk ook ten grondslag aan zijn uitgesproken voorkeur om economische beschouwingen te baseren op kwantitatief onderzoek.
Van de jaren dertig tot l945 was Tinbergen hoofd van de afdeling conjunctuuronderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Hoogtepunt uit die periode was wel de bouw van een model voor de Nederlandse economie waarmee hij de effecten van economische maatregelen kon berekenen. Dat model zou dienen als voorbeeld voor vele economen.
Onmiddellijk na de oorlog kreeg Tinbergen de opdracht een bureau voor economisch onderzoek op te richten, het Centraal Planbureau. In korte tijd verzamelde hij een groep bekwame economen om zich heen en de adviezen van dit bureau, onder andere in de vorm van centraal economische plannen, hebben bij de wederopbouw een belangrijke rol gespeeld.
In het begin van de jaren vijftig had hij de overtuiging dat de meest urgente zaken in ons land waren opgelost en wilde hij zich inzetten voor de problemen van de ontwikkelingslanden. De Rotterdamse Economische Hogeschool stelde hem daar in l955 toe in de gelegenheid door zijn bijzonder hoogleraarschap om te zetten in een ordinariaat.
Tot aan zijn emeritaat heeft Tinbergen voor verschillende landen ontwikkelingsplannen uitgewerkt. Hij was actief in organisaties als de Oeso en Unesco. Op verzoek van de Verenigde Naties heeft hij de befaamde steunnorm van anderhalf procent van het nationaal inkomen voor de ontwikkelingslanden uitgewerkt, die door onder andere de Nederlandse regering is aanvaard.
Het heeft Tinbergen niet aan eerbetoon ontbroken. In 1969 ontving hij samen met zijn Noorse vriend Frisch de eerste Nobelprijs voor de economie. Hij kreeg vele eredoctoraten. Koningin Juliana verleende hem bij zijn emeritaat persoonlijk de huisorde van Oranje. Hij was ook groot-officier in de Orde van Oranje-Nassau. En reeds in 1946 werd hij benoemd tot lid van de Koninklijke Nederlande Academie van Wetenschappen.
Tinbergen stierf in het harnas. Tot aan zijn overlijden heeft hij zich ingezet voor de oplossing van wereldproblemen. Speciaal de kloof tussen arm en rijk had zijn grote belangstelling. Idealist als hij was, had hij het liefst gezien dat de rijke landen hun bestedingen op peil zouden houden of zelfs zouden verlagen om de vrijkomende middelen te besteden aan meer steun voor de arme landen. Op zijn overlijdensaankondiging staat een zin waarmee ik graag wil eindigen: ‘Zijn inzet voor een betere wereld blijft voor ons een voorbeeld.’