In memoriam ischa meijer

Het is de bittere ironie van het lot dat Ischa Meijer is overleden in dezelfde week dat de Nieuwe Revu die shit-reportage publiceerde van die investigating journaliste, die met het blocnote in de kontzak drie avonden lang de hoer speelde, teneinde aan te tonen dat hoerenlopers ‘geile krentenkakkers’ zijn.

Ischa Meijer had het al eerder en beter gedaan, zij het vanuit de optiek van de client. Hij wist dit ranzige thema in kristalhelder en loepzuiver proza gestalte te geven, waaruit bleek dat zowel hoeren als hoerenlopers eigenlijk schlemielen zijn. Het stuk liet slechts een vraag open: Hoe durfde hij het!
Het stond in Panorama. En natuurlijk werkte hij ook voor Nieuwe Revu. Hij werkte voor alles en iedereen, van de hooghartige VPRO tot het ordinaire RTL5. Is hem eigenlijk ooit het verwijt gemaakt dat hij zich daarmee zelf zou prostitueren? Niet dat ik weet. Het zou ook niet terecht zijn geweest. Ischa Meijer stond boven de wet. Alles, alles wat hij deed had kwaliteit. Zijn columns in Het Parool, zijn onsterfelijke portretten (van Lou de Jong tot Ida Wasserman) in de Haagse Post, zijn radio- en televisiegesprekken en de interviews die hij enige tijd voor Vrij Nederland maakte.
Hoe kreeg hij het voor elkaar! Zijn slachtoffers wisten immers dat zij een man over de vloer kregen die gespecialiseerd was in het door de wringer halen van babbelzieke, in het eigen mes tuimelende ijdeltuiten? Toch gingen de deuren altijd weer voor hem open. Met als hoogtepunt het gesprek met het Rotterdamse burgemeestersechtpaar Peper, dat zich publiekelijk bezondigde aan een egotrip (‘Bram en ik doen deze job helemaal samen’) die zijn weerga niet kende in de vaderlandse publistiek.
Bleef de verbazing over de vraag hoe 'die leuke dondersteen met zijn gezellige moppen’ (Ischa Meijer over Ischa Meijer) het weer voor elkaar had gekregen om Bram-en-alleman tot hun confidenties te verleiden.
Noem het vakmanschap.
Ja, hij durfde alles. Na een generatie in hun retoriek vervette acteurs en actreutels te hebben afgeschoten bracht hij de moed op zelf op het toneel te gaan staan. Ik durfde nooit te gaan kijken, ik vond Ischa Meijer te aardig om getuige te willen zijn van een eventuele publieke afgang. Maar het is niet relevant of hij nu mooi of lelijk zong, goed of slecht acteerde; relevent is het feit dat hij daar stond, als 'Izzy M., der sympathische Jude’, onverschrokken zijn critici tegemoet treden, zowel die in Appingedam als die in Berlijn.
Zijn Brief aan mijn moeder was natuurlijk in feite aan zijn vader gericht, met wie hij zo'n gefrusteerde verhouding had dat hij hem decennia lang niet heeft willen zien. Totdat zijn ouders kort geleden stierven. Toen ging naar huis terug en legde publiekelijk verantwoording af, als Dikke Man, zijn alter ego in zijn rubriek in Het Parool. Het was andermaal grote, hartbrekende literatuur. Wie had op dat moment kunnen vermoeden dat hij, de omnipotente alleskunner en allesdoener, die oude mensen nauwelijks twee jaar zou overleven?