In memoriam j. tipker kzn

Hij was in den lande een der klassieke schrijvers van ingezonden stukken en in zijn naam en woonplaats - J. Tipker Kzn uit Eerste Exlooërmond - hoort men de poëtische en muzikale echo van het Hooglied en de Harpe Davids.

Ik wist niets van die man, behalve dat hij in dierbare bevindelijkheden grossierde. De dag na de overlijdensadvertentie maakte het dagblad Trouw, waarin hij zijn brieven publiceerde, mij wat wijzer. Als ik het niet dacht: de overledene was landbouwer, gepokt en gemazeld op het Drentse platteland. Zijn beroep staat in de intellectuele hiërarchie niet hoog aangeschreven. Niettemin had J. Tipker Kzn overal een mening over, gestaald door een gietijzeren bijbelkennis waar menig dominee hem om zal hebben benijd en gevreesd.
Natuurlijk was het allemaal schriftuurlijke folklore over vraagstukken die de ongelovigen onder ons geen ene rotmoer interesseren. Kan het u wat schelen of de aanstaande euro al dan niet het randschrift ‘God zij met ons’ zal dragen? J. Tipker Kzn brak zich over dit probleem wel degelijk het doorgroefde boerenhoofd. 'Als men de Allerhoogste erbuiten wil houden’, waarschuwde hij, 'waar komt dan de hoogmoedige mens terecht?’ Immers: 'Wie God verlaat heeft smart op smart te vrezen.’
Daar wordt door ons, ongelovigen, hoogmoedig om gegrinnikt. Voor mij, niet minder ongelovig, is het de vraag of zo'n mening echt zoveel minder eerbaar is dan de meningen van de complete verzameling goddelozen, die de zaterdagse pagina U van de Volkskrant domineert, een rubriek die mij stijft in de overtuiging dat een zichzelf respecterend dagblad of weekblad eigenlijk zijn lezers zou moeten balloteren.
De regelmatige schrijver van ingezonden stukken staat in een kwade reuk, althans in Nederland. Hij oogt oppervlakkig gezien als een querulant, ongeschikt voor reguliere medewerking en is daarom veroordeeld tot een semi-democratisch instituut als de lezersrubriek. Toch was J. Tipker Kzn géén querulant, hoogstens een man wiens beleveniswereld wellicht niet van deze wereld is. Zoals een brievenschrijver als Marius Flothuis, gespecialiseerd in verkeerde naamvalsverbuigingen, allesbehalve een querulant is, integendeel, hij is iemand die ons er terecht op wijst dat er inmiddels geen mens in Nederland meer is die een correcte Duitse zin kan formuleren. Is Henriëtte Boas, Israels stedehoudster te Badhoevedorp, een querulante? Laat ik niet al te mild worden… zij is het een beetje… maar tegelijkertijd is zij een monument, met een indrukwekkende intellectuele en historische potentie. Net als - om een andere vermaarde brievenschrijver te noemen - een man als E.M. Janssen Perio, die altijd iets wezenlijks te melden heeft, en aan zijn eeuwige gelijk de reputatie van een drammer heeft overgehouden, zodat zijn prachtboek over de Europese ontdekkingsreizen en renaissance (Een Nieuwe Wereld, 1994) tot op heden onbesproken is gebleven, want zo gaat dat in Nederland.
Nee, de getrainde schrijvers van ingezonden brieven zijn, uitzonderingen daargelaten, zo gek nog niet. Wij, journalisten, zijn trouwens geen haar beter of slechter. Alleen vermommen wij, journalisten, onze ingezonden stukken als commentaren of columns en krijgen er uiteindelijk nog geld voor óók.