In memoriam karl popper de waarheid en haar tegendeel

Hij was de Karel van het Reve van de wijsbegeerte en het is niet toevallig dat zij beiden de op het oog curieuze stelling verkondigden dat er na Franz Schubert eigenlijk niets behoorlijks meer is gecomponeerd.

Daar valt het een en ander tegen in te brengen. Deze theorie weerspiegelt een in extremis doorgevoerde intellectuele geesteshouding, die vanuit hun gezichtspunt bezien begrijpelijk is. Want na Schuberts overlijden (in 1828) brak de hoogromantiek uit, een tijdsgewricht waarin de boudste beweringen werden gedaan, gevolgd door de twintigste eeuw, die gedomineerd werd door totalitaire systemen - fascisme en communisme - die eveneens voor geen enkele rede vatbaar waren.
Karl Popper (1902-1994) was van mening, aldus Karel van het Reve, dat ‘iedereen die probeert iets mee te delen, de dure plicht heeft dat zo duidelijk en eenvoudig en eerlijk en naief mogelijk te doen’. Daarom verkocht hij, zoals de amateur-filosoof W. F. Hermans hem verweet, waarheden als koeien, waarbij de schrijver lichtvaardig voorbij ging aan het feit dat er nu eenmaal elementaire waarheden zijn waarvoor men weinig woorden nodig heeft. Waarom is men, met name in academische kring, geneigd zo schamper over Popper te spreken? Omdat hij geneigd is de 'wetenschappelijke methode’ te relativeren waarmee menige academicus nu eenmaal zijn brood verdient. En omdat hij, anders dan bijvoorbeeld de 'pseudofilosoof’ Hegel, niet geneigd was zich achter een rookgordijn van abstracties te verschuilen. Zijn wereldbeeld was van een bedrieglijke eenvoud. Hij voelde niets voor Plato’s hierarchische, autarkische maatschappij, met zijn geboden en verboden; hij was meer verwant aan Socrates, die wist dat wij bedroevend weinig weten.
Een theorie stelt op zichzelf niets voor, betoogde Popper. De waarheid wordt veeleer gediend door een theorie te ondergraven. Of om het in maatschappelijke termen te vertalen: een 'gesloten samenleving’, die geen kritiek verdraagt, is per definitie conservatief. Dus is het zaak om in een 'open samenleving’, argumenterend en discussierend, naar de best mogelijke sociale alternatieven te zoeken. Hij geloofde niet, als Marx, in de 'leer van de historische noodzakelijkheid’ en hij had zijn twijfels over de 'koninklijke weg naar het onbewuste’ die Freud meende te bewandelen. Bovenal, had hij na twee wereldoorlogen geleerd, is het levensgevaarlijk om te trachten de mensheid gelukkig te maken. 'Maar wij moeten desondanks wereldverbeteraars blijven. Wij moeten ons tevreden stellen met de nooit eindigende taak het lijden te verminderen, vermijdbaar kwaad te bestrijden en misstanden op te ruimen.’
Inderdaad, het is eerder Drees dan Marx, eerder Eduard Bernstein dan Vladimir Iljitsj Oeljanov, alias Lenin.
Laten Poppers linkse critici, geneigd als zij zijn hem als een 'terrible simplificateur’ af te schilderen, zich niets verbeelden. Met zijn bezwaren tegen 'het dogmatische karakter van het communistisch geloof en de ongelooflijke arrogantie ervan’ had hij reeds driekwart mensenleven geleden het grootste gelijk van de wereld.
Poppers probleem was zijn ondubbelzinnigheid, zijn vermogen om, in tegenstelling tot de meeste politici en filosofen, uitstekend uit zijn woorden te komen. Hij representeert het verschil tussen wat zijn stadgenoot Arthur Schnitzler 'Tiefsinn’ en 'Klarsinn’ noemde, waarbij de Weense schrijver, die eveneens veel verstand van de mensheid had, vanzelfsprekend verreweg de 'Klarsinn’ prefereerde. 'Het geschrevene is zo helder dat het zijn eigen diepte maskeert’, zegt Poppers commentator Brian Magee, zelf auteur van een kristalhelder boek over de diepduistere denker Richard Wagner. Poppers Open Society and its Enemies bevat 'de meest nauwgezette en indrukwekkende kritiek op de wijsgerige en historische leerstukken van het marxisme, door welke levende schrijver ook’, constateert Isaiah Berlin, zelf auteur van een monumentale Marx-biografie.
Totalitaire stromingen garanderen iedereen een staatsbegrafenis eerste klasse. Het is ongetwijfeld een waarheid als een koe, die niettemin door generaties semi-kritische intellectuelen is genegeerd. Karl Poppers flirt met het marxisme heeft precies drie maanden geduurd. Hij was toen een bloedjonge student aan de universiteit van Wenen. Vervolgens was hij er getuige van hoe jonge socialisten en communisten door de politie werden doodgeschoten, slachtoffers van een leer die voorschreef dat het plicht was je leven op te offeren voor een onkritisch geaccepteerd dogma. Dus besloot de jonge Karl Popper om in het vervolg zijn hersenen te gebruiken en in de toekomst elk intellectueel probleem met optimale scepsis te bezien.
Een interessante denker. Toch nog tweeennegentig geworden - tenzij iemand het tegendeel bewijst.