In memoriam peter giele

Soms gaat het leven wat harder. Een maand geleden interviewde ik Peter Giele. ‘s Ochtends wachtte hij me op boven aan de trap van zijn restau rant Inez. Hij gaf me een hand en vroeg of ik wist hoe zijn koffieautomaat werkte. Toen de koffie gemaakt was, voelde het of ik lid was geworden van een geheime jongensclub.

Wat een man! In plaats van een uurtje brachten we de hele dag door in het grote pand. Achter de ramen lonkte Amsterdam, maar binnen raakte ik omhuld met verhalen. Over Fodor, Amok, Aorta, het CGDDK, de Roxy en nu Inez. Ik slurpte gulzig de verhalen op, vergat te eten die dag. Alles wilde hij me vertellen als ik maar beloofde later terug te vertellen. Op een goed moment stonden we boven op het dak tegenover de Munttoren. De stad suisde onder onze oren. Grote wolken trokken langs. Even waren we stil. Wat een man! Een geweldenaar. Een ‘bouwstofbeest’ noemde hij zich. Ik dacht: als ik hem vraag om een schilderij, dan breekt hij mijn huis af, bouwt het eigenhandig weer op, richt het in en dan krijg ik dat schilderij nog ook. Hij had plannen! Inez moest af, boven het restaurant zou een nieuwe plek komen. Geen simpele hangclub maar dé plek waar álles gebeurde. Hij ging iedereen leegtrekken. Wacht maar. Hij ging de hele zolder verbouwen. Stop. Nu is hij dood.