In memoriam roelof kiers

Ik was bezig met het knippen in wat oude weekbladen, onderwijl met een half oog naar de televisie kijkend, toen een foto van Roelof Kiers op het scherm verscheen. Hij was die zondag overleden.

Ik schrok mij te barsten en uit louter consternatie vergat ik het toestel uit te schakelen, zodat ik in de eerste minuten van de VPRO-show van Paul Haenen terechtkwam. Deze verontschuldigde zich enigszins clumsy voor het feit dat hij nu drie kwartier de nar ging uithangen, ‘maar het is nu eenmaal van tevoren opgenomen’. Je zou zo'n schertsprogramma toch ook doodgewoon kunnen annuleren, bedacht ik in mijn ergernis, om het bij wijze van postuum blijk van respect door een van Kiers eigen, veelgeprezen documentaires te vervangen?
Maar nee. Laten wij het erop houden dat Kiers’ plotselinge vervangers in hun radeloosheid niet wisten wat wijsheid was.
Dat stapeltje kranteknipsels bevatte toevallig een van de eerste interviews met Roelof Kiers, d.d. 14 november 1979, een paar maanden nadat hij als VPRO-televisiedirecteur was aangetreden. De vraag was wat een programmamaker als hij in een typische beleidsfunctie deed. Zou dit hem niet frustreren in zijn creativiteit?
Nee, zei Kiers, het samenstellen van een televisieavond is ook een vorm van programmamaken. 'Het is eigenlijk programmamaken op een andere schaal.’ Daar zit - ik weet het zelf - wel wat in. De verantwoordelijkheid voor het totaalprodukt, een krant hetzij een televisieavond, is ten diepste bevredigend, ook al brengt het in praktische zin veel gelazer met zich mee, van het tekenen der declaraties tot het blussen van personeelspolitieke binnenbranden.
En zijn VPRO, onder zijn beheer van C- tot A-omroep uitgegroeid, is typisch de omroep van de documentaire gebleven, het laatste baken in een mediawoesternij die wordt gedomineerd door spelletjes en navenant zevenderangs amusement.
Bovengenoemde Paul Haenen, die ik overigens geen zevenderangs amuseur zou willen noemen, overweegt om die reden bij de VPRO weg te gaan, zo blijkt uit de Vara-gids van deze week. Hij denkt 'dat de VPRO toch vooral documentaire-omroep wil zijn en amusement als een bijzaak ziet’.
God zij geloofd, laten wij blij zijn dat er in Nederland althans een omroep is die de juiste prioriteiten stelt.
Ik ben, toen Kiers nog praktizerend programmamaker was, eens met hem op stap geweest bij het maken van een documentaire over de Bondsdagverkiezingen, x jaar geleden. Het betekende veertien dagen kilometervreten voor slechts twintig minuten film, want Kiers was een harde werker. Bij zijn collega Ben Elkerbout heb ik trouwens ook een keer in de kofferbak mogen zitten, vier jaar en een verkiezing later. Ook dat was geen vakantietripje. Het waren allebei werkezels, die maar een ding aan hun hoofd hadden en het alle twee voortijdig hebben moeten bekopen.
Ik trof zijn vrouw een kleine week geleden in de trein van van Amsterdam naar Bussum. Lang niet gezien, eigenlijk sinds de jaren dat onze kindertjes nog op de lagere school zaten. 'Nee, met Roelof gaat het goed. Ik zie hem niet zo veel, maar als ik hem zie, is het wel gezellig. En hoe gaat het met jou? Tja. Kom eens bij ons langs. Zal Roelof leuk vinden.’
De uitnodiging is dus door de wrede feiten achterhaald. Allemachtig, sommige dingen zijn werkelijk te ongelooflijk voor woorden.