In Mosul kan iedereen schuldig zijn

Mosul – Na het keiharde dichtslaan van de toegangspoort heeft Mohammad (26) niets meer vernomen van zijn broer. Een zwaarbewapend arrestatieteam noemde hem ‘fout’ en had hem in het holst van de nacht de straat op gesleept. ‘Maar’, tiert Mohammad vanuit Mosul, ‘mijn broer hoorde niet bij Islamitische Staat’.

Het is deze week een jaar geleden dat het Iraakse leger de officiële herovering op terreurgroep IS afkondigde. Maar hier, in de voormalige hoofdstad van het kalifaat, weet iedereen dat de extremistische groep niet helemaal verslagen is. Vorige maand nog ontplofte er een autobom, de eerste sinds de herovering. Ook sluipen er nog altijd IS-strijders langs de Syrische grens en door de bergen in het noorden van het land.

Toch zijn het niet alleen de radicale strijders die Irakezen vrezen. Sinds de ontmanteling van het kalifaat zijn ze ook bang voor elkaar. Want steeds vaker vereffenen de inwoners van Mosul hun oude rekeningen door elkaar te beschuldigen van IS-collaboratie, met ellendige massa-arrestaties als gevolg. Naar verluidt houden de autoriteiten nu zo’n 19.000 IS-verdachten vast.

Een gevaarlijke dynamiek, zeker in een land waar de nationale vervolging van IS’ers flink te wensen overlaat. Want volgens mensenrechtenorganisaties kun je als Irakees in bewaring allesbehalve rekenen op een eerlijk proces. Integendeel, hun kritische rapporten spreken over corrupte rechters en door foltering afgedwongen bekentenissen. Ook kregen zeker drieduizend vermeend IS’ers de doodstraf opgelegd en zijn al een paar honderd van hen geëxecuteerd.

Minister Sigrid Kaag (Ontwikkelingssamenwerking) bestempelde deze praktijken eerder dit jaar terecht als ‘zorgelijk’. Maar veel beweegruimte voor actie is er niet. Irak eist namelijk dat de berechting op eigen grondgebied gebeurt, terwijl Nederland weigert steun te verlenen zolang het land de doodstraf hanteert.

Ondertussen groeit onder de inwoners in Mosul de angst dat hun propvolle detentiecentra veranderen in broedplaatsen voor terroristen. Net zoals dat gebeurde na 2003, toen de Amerikanen en de interimregering aanhangers van ex-president Saddam Hoessein massaal de bak in gooiden. Dat ook daar flink werd gemarteld, was een ‘welkom’ geschenk voor gedetineerde ronselaars die er een hele lichting jihadi’s aan overhielden. Herhaalt de geschiedenis zich? Mohammad denkt er liever niet over na. Zelf kwam hij een paar maanden geleden vrij nadat zijn rancuneuze ex hem uit wraak als collaborateur had aangegeven. Hij zucht: ‘Het enige wat ik nu wil, is dat mijn broer heelhuids terugkeert.’