Blank terrorisme in Amerika

In naam der vrijheid

De VS zetten vol in op de bestrijding van moslimterrorisme, alsof rechts-extremistisch geweld in eigen land niet bestaat.

Medium rts87ct

In de dagen na de aanslagen in San Bernardino van begin december, waarbij veertien doden en 22 zwaargewonden vielen, zette een geschokt land zich vermoeid aan een oud debat over vuurwapens. Voorstanders van een strengere wapenwetgeving (‘gun control’) wezen op het gemak waarmee de daders wapens hadden kunnen verkrijgen, het gigantische aantal doden door schietwapens in de Verenigde Staten vergeleken met andere westerse landen, en al dies meer. Tegenstanders van meer gun control beriepen zich op de grondwet en het in de VS zo rekkelijke begrip ‘vrijheid’, en stelden dat een gewapende bevolking zich tenminste tegen kwaadwillenden kan verdedigen. Al gauw waarschuwden rechtse politici en commentatoren, niet voor het eerst, dat ‘Obama onze wapens gaat afpakken’.

Dit nogal onproductieve debat stokte toen enkele dagen later bekend werd dat de daders van ‘San Bernardino’ met Islamitische Staat sympathiseerden. In een tv-toespraak liet president Obama weten dat de aanslag als een ‘terroristische daad’ diende te worden gekwalificeerd. De angst voor moslimterrorisme, toch al flink aangewakkerd na de aanslagen in Parijs van november, bereikte volgens een peiling door The New York Times en cbss het hoogste niveau sinds 9/11. Zeven op de tien Amerikanen gaf aan IS als een ‘directe bedreiging’ van hun veiligheid te beschouwen.

Een week later vond in las Vegas een debat plaats tussen de Republikeinse presidentskandidaten met – ongelukkig genoeg – ‘nationale veiligheid’ als vooraf vastgesteld thema. Naast oproepen om simpelweg een oorlog tegen IS te beginnen, werd daarin onder meer voorgesteld om voortaan alle moslims toegang tot de VS te ontzeggen, alleen christelijke Syrische vluchtelingen toe te laten, meer geld aan grensbewaking uit te geven en de bevoegdheden van de veiligheidsdiensten te vergroten.

In de daaropvolgende dagen zag het land een aanzienlijke intensivering van anti-moslimgeweld, variërend van aanvallen op moslima’s op straat tot vuurbommen op door moslims bestierde winkels en gewapende burgerwachten die moskeebezoekers intimideerden. Mark Potok, senior fellow bij het Southern Poverty Law Center, een non-profitorganisatie die sinds 1971 extremistische groeperingen in het land monitort, was niet verbaasd. ‘Uit onze jarenlange research blijkt dat dergelijke uitspraken altijd, zonder uitzondering, tot door haat gemotiveerd geweld leiden. We zagen dat al toen Donald Trump in zijn eerste speech over immigratie Mexicanen verkrachters en moordenaars noemde. Een paar weken later werd in Boston een Latino zwaar mishandeld met loden pijpen door twee mannen, die later tegen de politie zeiden dat ze door Trump waren geïnspireerd.’

Het afgelopen jaar was toch al ongekend gewelddadig, vervolgt Potok. ‘Massamoorden, samenzweringen om de overheid omver te werpen en om agenten te vermoorden, politiegeweld tegen zwarten, de aanslag op Planned Parenthood, de slachtpartij in Charleston. Zo erg hebben we het sinds Oklahoma City (aanslag in 1995 op een overheidsgebouw door de rechtse extremist Timothy McVeigh waarbij 168 mensen omkwamen – mvg) niet meer gezien.’

Hij benadrukt dat het steeds om ‘rechts’ geweld gaat: ‘We hebben in dit land sinds de jaren zestig al geen links geweld meer gezien, tenzij je sporadische beschadigingen van eigendom door bijvoorbeeld milieuactivisten als geweld beschouwt. En het geweld wordt steeds begaan door blanke mannen uit de lagere middenklassen.’

Hun motivaties zijn volgens Potok grotendeels gelijk aan factoren die in 2009 aan de opkomst van de Tea Party ten grondslag lagen. Hij noemt demografische ontwikkelingen (de angst dat blanken op enig moment niet meer de meerderheid in het land vormen), verdwijnende fabrieksbanen, en rechtse politici en opiniemakers die op dit ressentiment inspelen – en concludeert: ‘Als maatschappij en als cultuur moeten we duidelijk zijn: blank terrorisme is momenteel een groter probleem dan islamitisch terrorisme.’

Potoks stelling wordt door de nodige cijfers gestaafd. Het Police Executive Research Forum ondervroeg bijvoorbeeld een kleine vierhonderd politiekorpsen over terroristische dreiging. De uitkomst: rechtse extremisten vormen een twee keer zo grote bedreiging als al-Qaeda of gelijkgestemde terroristische organisaties. Arie Perliger, verbonden aan het Combatting Terrorism Center van de U.S. Military Academy, becijferde dat rechtse extremisten tussen 9/11 en 2012 gemiddeld 337 aanslagen per jaar hebben gepleegd, waarbij in totaal 254 doden vielen. Volgens de New America Foundation, een meer linkse denktank, hebben rechtse terroristen sinds 9/11 ongeveer twee keer zo veel Amerikanen gedood als er door radicale islamisten werden vermoord.

Toch vreest het publiek vooral moslimterroristen en gaat het debat zelden of nooit over blank terrorisme. Potok wijst ter verklaring daarvan allereerst op de berichtgeving in de media: ‘Als een blanke een terroristische daad verricht, wordt die daad veroordeeld, maar heet het geen terrorisme.’ Hij noemt de aanslag op de zwarte kerk in Charleston van juni 2015, waarbij negen kerkgangers omkwamen, als voorbeeld: ‘De reacties in de media waren ronduit walgelijk. Eerst was het een antichristelijke aanslag, toen was de dader een drugsverslaafde. Maar het was in ieder geval niet politiek. Terwijl Dylan Roof gewoon een blanke racist is die een rassenoorlog hoopte te initiëren. Een terrorist, dus.’

De autoriteiten reageerden geen haar beter. ‘De directeur van de fbi bestond het te verklaren dat de aanslag niet onder de definitie van een terroristische daad viel. Onbegrijpelijk. Want hoe luidt die definitie? Een gewelddadige actie tegen burgers, met politieke intimidatie en manipulatie als intentie.’

Volgens Mike King, hoogleraar criminal justice aan de kleine Bridgewater State University, moet het hedendaagse blanke terrorisme gezien worden als ‘een poging om de bestaande raciale orde in stand te houden’, zo schreef hij onlangs in een essay op de website CounterPunch.

‘Sommigen zijn bereid te sterven in een apocalyptisch vuurgevecht met de autoriteiten’

Blank terrorisme is volgens King dan ook niets nieuws: ‘Het is het gebruiken van geweld tegen kwetsbare doelen teneinde blanke politieke en economische dominantie in de Amerikaanse maatschappij te behouden.’ Pogingen om dit geweld als iets anders te zien dan terrorisme vergelijkt hij met ‘het afdoen van de lynchpartijen van een eeuw geleden als op zichzelf staande incidenten’.

Maar wat voor King zo helder zichtbaar is, is dit lang niet voor iedereen. Zo bleek uit een recente peiling van het Public Religion Research Institute dat 44 procent van alle blanken (en 61 procent van de Tea Party-aanhangers) ervan overtuigd is dat discriminatie jegens blanken even groot is als jegens raciale minderheden. Het illustreert volgens King fraai wat terrorisme bewerkstelligt: het dwingt mensen een kant te kiezen: ‘Miljoenen blanke Amerikanen drapeerden na de aanslagen in Parijs meteen een Franse vlag over hun Facebook-profiel. Diezelfde mensen moeten worden gedwongen om in te zien dat ze zelf falen door het systematische geweld tegen zwarte Amerikanen en immigranten niet te veroordelen voor wat het is: verholen steun aan blank terrorisme.’

Jaarlijks geven de VS naar schatting honderd miljard dollar uit aan de bestrijding van terrorisme, zei onlangs Gordon Adams, een expert in nationale-veiligheidsbudgetten, tegen cnn. Het monitoren van rechts, binnenlands terrorisme – zeg maar het boze-blanke-mannen-terrorisme – bestrijkt slechts een fractie van dat budget. Zo werkt volgens voormalig Homeland Security-official Daryl Johnson momenteel slechts één expert in binnenlands terrorisme op dat departement. Johnson was een van de opstellers van een in 2009 gepubliceerd rapport over het toenemende gevaar van rechts extremisme. Toen dat rapport uitlekte, bekritiseerden enkele toonaangevende Republikeinse politici de bevindingen, waarop het departement de analyse-afdeling van binnenlands terrorisme opdoekte. ‘Het contrast met de aanhoudende surveillance en infiltratie van bijvoorbeeld Occupy en Black Lives Matter kan niet groter zijn’, concludeerde Johnson in een interview met Intelligence Report, de publicatie van het Southern Poverty Law Center. ‘Extreem-rechts wordt met fluwelen handschoenen aangepakt.’

Die terughoudende aanpak is een probleem, vindt Potok van het splc. Hij noemt de situatie in het plaatsje Burns, in Oregon, als voorbeeld. Daar bezet sinds begin deze maand een tot de tanden gewapende groep blanke mannen het Malheur National Wildlife Refuge, een federaal natuurreservaat, dat ze pas zullen verlaten als het land aan lokale boeren wordt overgedragen.

‘Ik ben ervan overtuigd dat deze gewapende extremisten zich gesterkt voelen door wat ze zien als een overwinning tijdens de confrontatie op de Bundy-boerderij in april 2014’, zegt Potok. Cliven Bundy is een boer uit Nevada die sinds 1993 geen graasrechten meer betaalt aan de federale overheid, ook al grazen zijn koeien op overheidsland. Toen agenten hem wilden arresteren, wachtte Bundy hen op met een gewapende militie, waarop de agenten onverrichterzake vertrokken. ‘Federale overheidsagenten met wapens bedreigen is een zwaar vergrijp’, zegt Potok. ‘Dat sindsdien nog altijd niemand daarvoor is gearresteerd, heeft de extremisten vertrouwen gegeven.’ De militie die het natuurreservaat in Oregon bezet, bestaat uit leden uit verschillende staten, en wordt geleid door Cliven Bundy’s zonen, Ammon en Ryan Bundy.

Het zachtaardige overheidsoptreden is opzichtig hypocriet, vindt Potok: ‘We weten donders goed wat gebeurd zou zijn als zwarten hun wapens op agenten hadden gericht: die hadden dat niet kunnen navertellen.’

De huidige situatie in Oregon is levensgevaarlijk, stelt Potok: ‘Het lijkt erop dat de militanten openstaan voor onderhandelingen, maar sommigen zijn bereid te sterven in een apocalyptisch vuurgevecht met de autoriteiten.’

Dat is wel het laatste wat de federale overheid wil, wijs als ze is geworden van een vergelijkbare situatie in Texas, in 1993. Destijds had een van wapenhandel verdachte religieuze sekte, de Branch Davidians, zich teruggetrokken in een ranch bij het plaatsje Waco. Toen de sekte zich na een kleine twee maanden nog niet wilde overgeven bestookte de fbi de ranch met traangas. Bij de brand die ontstond, kwamen 76 sekteleden om het leven – en werden in de ogen van sommige militieleden in Oregon ‘martelaren voor de vrijheid’.

Tot nu toe laat de Amerikaanse overheid de militie in het natuurreservaat dan ook met rust. Dat heeft een interessant neveneffect: beetje bij beetje maakt het Amerikaanse publiek kennis met de militieleden. Zo is er Jon Ritzheimer, die uit onvrede met de flauwe pakketjes die de groep blijkbaar ontvangt, een video van zichzelf maakte waarin hij woedend een doos dildo’s op de grond smijt (de video ging viraal). Ritzheimer blijkt in het verleden een protest te hebben georganiseerd bij een moskee in Phoenix, Arizona, waar tweehonderd merendeels gewapende mannen op af kwamen.

Of neem Kenneth Medenbach, de kettingzaag-beeldhouwer die gearresteerd werd omdat hij in een auto van het natuurreservaat door het dorp reed. Medenbach werd in 1996 veroordeeld voor het onrechtmatig bezetten van federaal land, dat hij ‘bewaakte’ in een tent gevuld met explosieven (ammoniumsulfaat) en een handgranaat. En Darrow Burke, uit Californië, vloog met zijn auto uit de bocht, waarop de politie ontdekte dat hij geen rijbewijs had. Burke werd per takelwagen terug het dorp in gereden.

De bezetting van het natuurreservaat in Oregon gaat haar vierde week in en onderhandelingen tussen bezetters en overheden hebben nog niets opgeleverd. De militieleden kunnen nog altijd gaan en staan waar ze willen, teneinde ongehinderd hun nobele zaak te ondermijnen en zichzelf – al dan niet op video – te compromitteren of belachelijk te maken.


Beeld: Burns, Oregon, 2016. Duane Ehmer, bezetter van het Malheur National Wildlife Refuge (Jim Urquhart / Reuters)