In ‘Nooit meer thuis’ zien we de Werdegang van Anil Ramdas tot toonaangevend intellectueel

Walter van der Kooi ziet veel meer dan hij in zijn wekelijkse tv-kroniek kan bespreken. Vandaag: de documentaire Anil Ramdas - Nooit meer thuis.

‘Het boek dat een heel leven goed moest maken’, zegt Stephan Sanders over Badal (2011) van zijn vriend Anil Ramdas, die bij de presentatie ervan 53 was. Maar die roman slaagde daar net zo min in als ‘het jongetje dat alles goed zou maken’. Ischa moest ‘alles’ bewerkstelligen voor zijn ouders, voor alle lijden, alle doden: een van buiten opgelegde ‘mission impossible’. Badal moest Ramdas’ eigen leven … ja, wat? Herstellen? Rechtvaardigen? Duiden? Volgens de meeste recensenten ging het om beschrijven, maar daar was Ramdas het niet mee eens: elementen uit eigen leven, ja, maar hoezo autobiografisch? Hij kreeg in De Groene steun van Manon Uphoff die in een vlammende bespreking de volgens haar ernstig tekortschietende recensenten opdroeg: ‘léés het ding’.

‘Het razend spannende boek verrijst. (Klein)geestig, treiterig, pijnlijk, saai, boeiend, gloeiend.’ Blijf niet bij de oppervlaktelaag van gelijkenissen tussen Badal en Ramdas, maar duik eronder, was haar opdracht. Maar ook Stephan Sanders wilde of kon toch niet om die gelijkenissen heen, zoals te zien en horen is in de documentaire Anil Ramdas – Nooit meer thuis, van Paul Cohen. Uit Sanders’ mooie boekje over hun vriendschap, Iets meer dan een seizoen, blijkt dat hij ook onder de oppervlakte minder aantrof dan Uphoff. De receptie van zijn Grote Roman moet een enorme teleurstelling zijn geweest voor Ramdas, maar zelfs als hij er de Nobelprijs voor had gekregen, zegt Sanders, dan nog had het zijn leven waarschijnlijk niet kunnen redden. Figuurlijk, maar uiteindelijk dus ook letterlijk.

Hoe kon Stephan denken dat de zelfmoord van Badal iets met Anil zelf van doen had, vroeg Anil hem: hij stond hier immers? En verdomd, uit Ramdas’ aantekeningen voor de roman (in de film bestudeerd door schrijfster Karin Amatmoekrin) blijkt dat in de schema’s Badal zou blijven leven. Maar om artistieke(?) redenen of uit innerlijke noodzaak werd dat toch kennelijk veranderd. Vriend Sanders had na lezing nog gewaarschuwd: ‘Als jij dat zelf doet, denk maar niet dat ik je ga vergeven, begrijpen.’

Het hielp niet: in 2012, op zijn 54ste verjaardag maakte Anil er een eind aan. En ja, het kwam uiteindelijk ook voor Stephan toch totaal onverwacht, want je wilt, je kunt, je mag van jezelf zoiets niet geloven. Met alle gevoelens van rouw, spijt, schuld, mededogen, boosheid, woede die zo een fatale daad bij intimi oproept als gevolg. Al was de gelukzalige fase van de vriendschap toen al heel lang voorbij en was hun relatie moeizaam geworden.

We bezien in biografie of bio-film het leven zelden vanuit de dood. Die is ‘gewoon’ het doek dat valt. Maar wie de dood zelf kiest werpt daarmee een gigantische schaduw over wat vooraf ging, ook als dat lange tijd een succesverhaal was. Want succesvol moet je de Werdegang van een Hindoestaans-Surinaams joch uit rijstprovincie Nickerie, dat als kind migreert naar Paramaribo en als aankomend student naar Nederland, om daar na een doctoraal sociale geografie uit te groeien tot toonaangevend intellectueel (De Groene, VPRO, NRC, De Balie) toch noemen. De Hollandse versie van V.S. Naipaul, niet voor niets lang een van zijn helden als non-fictie- én fictie-auteur. De geweldige roman Een huis voor meneer Biswas (1961, hier vertaald in 1985), enigszins gebaseerd op het leven van Naipauls vader op Trinidad, heeft voor Anil eindeloos veel meer betekend dan voor deze witte polderlezer.

Is de ondertitel van Cohens documentaire, ‘nooit meer thuis’, al veelzeggend (en essentie van de ‘condition migrante’), de film opent met een prachtig beeld van een prachtige Anil, wit overhemd, goed gekapt, brilletje halverwege de neus, sigaret opstekend, op het punt te gaan praten. Waarna ruim een minuut lang fragmenten uit een scala van tv-optredens voorbij komen waarin hij zichtbaar bevlogen met uiteenlopende talkshow-hosts spreekt. Zijn teksten horen we maar vaag. Wel verstaan we duidelijk fragmenten uit een radio-interview dat Stephan in een van zijn laatste jaren met hem had. Anil: ‘Eigenlijk ben je aldoor aan het redderen. Altijd het uiterste randje en denken “als ik nou zo doe, red ik het net”. Elke week het gevoel “dit gaat nu echt een keertje fout”.’ Stephan: ‘Want dan ga je door de mand vallen, het ijs zakken. Wat doe je dan?’ Lachend: ‘Dan weet ik me eruit te kletsen.’

Het is een verrassende, zelfs onthutsende opmaat voor wie hem kende als eloquente, schijnbaar zelfverzekerde, soms licht arrogante vertolker van scherpe, tegendraadse, weerbarstige analyses. Maar misschien waren zijn twijfels er pas langzamerhand in geslopen, door maatschappelijke en politieke ontwikkelingen, door veranderde tijdgeest, door worsteling met demonen, van mondiale tot hoogstpersoonlijke. Hij was als een komeet verschenen, al snel in De Groene waar hij de aanbeden Sanders letterlijk en figuurlijk opzocht. Dan optredend op de televisie met als openingsbazuinstoot het Zomergasten-interview met Peter van Ingen (urenlange stoot, dat wel, maar ik moet toch echt aan die triomfantelijke openingsmaten van Monteverdi’s Orfeo denken in de prachtige, haast megalomane versie van Jordi Saval).

A star was born. Bij De Groene nam hij in die tijd waar voor mede-wonderkind Sanders, die, na terugkeer uit het buitenland vaststelde dat Anil inmiddels van onbekend tot fenomeen was geworden. Althans, voor ‘ons soort mensen’. Het was ook bijzonder, een gekleurde migrant uit de kolonie die de lof van vooruitgang, modernisering en de westerse variant van beschaving zong. En die, zijn Conrad goed kennende (voor wie kolonialisme vooruitgang plus vernietiging betekende) verbaasd was dat juist hier door intellectuelen vooral dat laatste benadrukt werd. Verwestersen was de enige weg die de mensheid kon gaan, wat ook inhield dat dat Westen geen muren mocht bouwen voor wie op zijn welvaart en vrijheden af kwam. Xandra Schutte begon ongeveer tegelijk met Anil bij De Groene. Zijn stukken waren al bijzonder en opvallend, vertelt ze, maar door Zomergasten werd hij overnight een ster: het was of hij ook fysiek veranderde, van iel onopvallend in een mooie, goedgeklede jongen. ‘Koning van de allochtonen’. Zo herinner ook ik me hem en Stephan als ik wel eens ter redactie kwam: twee prinsen van kleur met vlijmscherp verstand en fraaie stijl van schrijven. Helden van deze tijd, bijna intimiderend.

De televisiesuccessen gingen door, wat mij betreft culminerend in Het blauwe licht (VPRO), waarin het duo samen met gasten inzake tv-programma’s deed wat close reading doet met teksten. Het kon alle kanten uit vliegen, maar als het geouwehoer werd rustte vaak toch Gods zegen erop. Het had toen al, en dat op televisie, iets van de vrijheid die je bij voorbeeld treft in de Groene-literatuurpodcasts van Buurman, Deckwitz en De Vries. Uit dat eerder genoemde radio-interview blijkt dat het Anil was die met dat programma-idee kwam en die er al zijn energie en hartstocht in stopte. Zoals hij het ook was geweest die, als wildvreemde, contact met Stephan had gezocht en samenwerking en vriendschap had aangeboden, bijna afgedwongen. Wat zeg ik, vriendschap? – het werd liefde, zonder de fysieke kant, en ze werden broers. Dat moeten we niet licht opvatten want Stephan ging werkelijk bij Anils familie horen. Toen de contacten tussen de mannen verwaterden bleven die van Stephan met Anils familieleden.

Ambitieus was Anil, ook zoekend naar aanzien en roem. Na de wat duistere beëindiging van Het blauwe licht, waar Anil mee door had willen gaan, werd hij correspondent voor de NRC in India. Een buitenkans, althans zo bracht hij het. Dat daar de afdaling begon lijkt duidelijk. De confrontatie met die samenleving in combinatie met een toenemend drankprobleem maakte krassen, later kraters. Na terugkeer bleef hij schrijven, presenteren en werd hij Balie-directeur, maar de euforie van de vuurpijl die hij ooit was, werd nooit meer teruggevonden.

Ik had meer te weten willen komen over wat ‘India’ met hem gedaan heeft. Leverden daar de vragen over ‘identiteit’ geen of te onaangename antwoorden op? Heeft dat het gat in zijn ziel vergroot? Bij terugkeer trof hij een door populisme totaal veranderd Nederland. Stephan: ‘Nederland werd zijn nachtmerrie. Hij zag Fortuyn als een fascist, Wilders als de SA.’ En hij tierde tegen het ‘white trash’ dat hen op het schild hief. Elke nuance zoek.

De film biedt veel fraais. Zoals daar zijn de Surinaamse archiefbeelden, waarbij blokfluit- en balletles en de rijdende bibliotheek prachtig illustreren wat jochies als Naipaul en Ramdas ontlenen aan westerse cultuur. En er is die fascinerende jeugdvriendschap met buurjongen Emile, Creools, die in Paramaribo ontstond. Emile was, kon, durfde alles wat Anil niet was, kon, durfde. En Emile was bereid letterlijk pijn te lijden om gepeste Anil te beschermen. Ook Emile maakte de grote oversteek, maar belandde niet zoals Anil in het brave deel van de Bijlmer en in Loenen aan de Vecht (hij wilde het liefst burgerman zijn) maar bijna rechtstreeks op de Zeedijk en waar die destijds voor stond: drugs en criminaliteit.

O ja, ook in de Bijlmer want daar lag de bajes. Anil zocht hem, trouw als hij was, daar op en nog straalt Emile als hij zegt dat de bewakers daarna respect toonden vanwege zijn vriendschap met wat ik maar even Bekende Nederlander noem.

Niet helemaal gelukkig ben ik met een vormaspect: we zien onder meer Xandra Schutte en Pieter Hilhorst (die Ramdas’ genuanceerde stem in het debat over identiteit node mist) soms luisterend naar geluidsfragmenten van Anil. Je verwacht dan dat ze commentaar zullen geven, maar we moeten het kennelijk doen met hun gelaatsuitdrukking. En dat werkt niet. Het werkt juist wel als we Stephan zien, luisterend naar hun interview en daarop commentaar leverend. Verhelderend vaak. En met pijn, omdat hij vindt dat zijn vragen en reacties te kritisch zijn, er te weinig begrip, genegenheid, liefde uit spreekt. ‘Met de kennis van nu. Al had dat hem niet gered.’ Maar Sanders’ kritische vragen zijn kinderspel vergeleken bij die van de mij onbekende interviewer Jurgen Maas (IKON-radio) die het varkentje Anil Ramdas met zijn praatjes wel eventjes zal wassen. The horror.

Sonja Barend zegt tegen de dan nog rising star: ‘Je moet je hier dus thuis voelen.’ Anil: ‘Dat lukt nooit meer. Ook niet in Suriname. Altijd het gevoel dat je in andermans huis loopt te dwalen.’ Om uiteindelijk definitief te verdwalen.


Paul Cohen, Anil Ramdas – Nooit meer thuis, NTR Het uur van de wolf. Donderdag 2 mei, NPO 2, 22.55 uur.