Ze krijgen een stuk grond toegewezen, ontvangen een werkvergunning en mogen zich vrij bewegen. Oeganda heeft op papier misschien wel het ruimhartigste vluchtelingenbeleid van Afrika. Omringd door brandhaarden is het land dan ook een geliefd toevluchtsoord dat tot wel anderhalf miljoen vluchtelingen opvangt.

Maar hoe verhoudt het Oegandese vluchtelingenbeleid zich tot de realiteit? Een meerdaags verblijf in Kyangwali, met 125.000 vluchtelingen een van de grootste vluchtelingensteden van het land, beantwoordt die vraag. Gebruik van het woord ‘kamp’ wordt in Oeganda overigens gemeden omdat plekken als Kyangwali in niets op een vluchtelingenkamp lijken. Ze zijn niet omheind met hekken en men woont er in kleine huizen in plaats van tenten.

Ntakamaze verzorgt een rondleiding door de uitgestrekte stad, voorzien van een bruisende winkelstraat, scholen, restaurants en een plaatselijke bibliotheek. Eindpunt is een bar waar bierdrinkende Congolezen, Burundezen en Zuid-Soedanezen gebroederlijk naar voetbal kijken. Zelf vluchtte Ntakamaze decennia geleden uit Oost-Congo naar Kyangwali waar hij tegenwoordig een vluchtelingenorganisatie leidt. Destijds was het een gehucht van duizend zielen zonder basisvoorzieningen, maar tegenwoordig wordt het geroemd als meest humane vluchtelingenstad van Oeganda. Toch ziet de Congolees ruimte voor verbetering. ‘Er zijn meer kerken dan scholen terwijl de klassen uitpuilen, de medische zorg is ontoereikend en vluchtelingen die geen Engels spreken krijgen weinig begeleiding.’

Hoewel de realiteit dus minder rooskleurig is dan op papier, prijst Ntakamaze de zelfbeschikking die vluchtelingen in Oeganda ten deel valt. ‘Mensen kunnen vanaf het eerste moment een onafhankelijk, zelfvoorzienend bestaan leiden.’ Dat brengt waardigheid en een thuisgevoel terug in hun leven, vindt hij. ‘Mensen zijn hier gelukkig.’

Hij is ook positief over de relatie met de bevolking. Die was slecht omdat Oegandezen vonden dat vluchtelingen meer privileges genoten, maar hij ziet dat sentiment veranderen. De zelfredzaamheid van vluchtelingen zorgt voor werkgelegenheid. Oegandezen bevoorraden de winkels en restaurants in Kyangwali en sommige worden zelfs financieel ondersteund door welvarende vluchtelingen. Wat volgens hem ook meespeelt is dat veel Oegandezen in het verleden zelf voor geweld vluchtten, waardoor ze het als plicht zien om de steun nu terug te geven. Ntakamaze: ‘We zijn allemaal broers en zussen, de grenzen die jullie tijdens de Conferentie van Berlijn op een landkaart hebben getrokken, zijn niet de onze.’