In opstand tegen de moslimmannen

Naima El Bezaz
De verstotene
Contact, 254 blz., € 16,90

Steeds meer moslimmeisjes grijpen de westerse vrijheid met beide handen aan en bepalen zelf hun levensplan. Tegen de zin van hun ouders studeren ze verder, kleden zich volgens westerse normen, maquilleren zich om hun vrouwelijkheid te beklemtonen, gaan op stap met andere mannen en bepalen zelf met wie ze een seksuele relatie aangaan. In eigen kringen worden ze vaak beschouwd als hoeren. Ze worden uitgespuwd en letterlijk verstoten. Over zo’n vrouw verhaalt de Nederlands-Marokkaanse schrijfster Naima El Bezaz in haar nieuwste roman De verstotene. El Bezaz, Nederlandse schrijfster van Marokkaanse afkomst, debuteerde op haar 21ste met De weg naar het Noorden en schreef daarna de roman Minnares van de duivel. Regelmatig geeft ze lezingen waarbij ze hamert op het belang van het individu boven de gemeenschap. Moslims die verstandelijk en kritisch met de islam omgaan, durven hun visie niet te verkondigen, uit angst voor verstoting uit de gemeenschap. Niet toevallig verwijst ze in haar nieuwe roman naar Kant, de vader van de Europese Verlichting, die in twee woorden de essentie van zijn gedachtegoed weergaf: ‘Sapere aude’, durf je van je verstand te bedienen.

De verstotene is geen doordeweekse tekst, maar een authentieke en volgroeide publicatie die aantoont dat Naima El Bezaz een schrijfster van formaat is. Mina, het hoofdpersonage, voelt zich verstoten uit de hedendaagse samenleving, zowel de westerse waarin ze leeft en werkt, als de allochtone gemeenschap waarin ze is opgegroeid. Ze hunkert naar warmte, liefde en erkenning maar botst op een muur van koele onverschilligheid, berekening, egoïsme en liefdeloosheid in haar werkomgeving en bij haar familie. Eerst lijkt alles mee te zitten, ze heeft een vriend, een baan en een huis in een prestigieuze buurt. Maar ondanks alle materiële welvaart is ze niet gelukkig en als haar vriend de relatie beëindigt, valt ze in een zwart gat. Dat zorgt voor latente depressies en suïcidale neigingen, die ze tracht te onderdrukken met alcohol en puur fysieke seks. Ze gedraagt zich als een verslaafde die steeds grotere kicks nodig heeft om in een roes te raken, waarna ze weer dieper wegzakt in psychische ellende. Mina gaat eenzaam en ongelukkig door het leven, enkel rekenend op zichzelf. Uiteindelijk probeert ze houvast te vinden in het verleden, bij haar vader en zuster, maar ook daar krijgt ze geen gehoor. Ze is letterlijk verstoten, waarop ze besluit het lot naar zich toe te trekken.

Mina doet denken aan Harry Halter, de hoofdfiguur in De steppewolf van Herman Hesse, een man die als een wolf verweesd door de steppe van de wereld doolt, ertegen in opstand komt en overal doorheen wil breken. Tegelijk is hij onderhevig aan felle driften, hartstocht, twijfel, nihilisme en zelfmoordneigingen. De verstotene is geen autobiografisch werk, maar refereert aan tal van bestaande, vaak schrijnende situaties en praktijken, waarvan moslimvrouwen en -meisjes het slachtoffer zijn. Evenzeer schetst het boek de radicalisering die zich in de voorbije jaren binnen de moslimwereld heeft voorgedaan en waarbij fundamentalistische imams vaak een dubieuze rol spelen. De toename van gesluierde moslima’s, niet alleen met gewone hoofddoekjes maar ook met alles verhullende chadors en niqaabs, is daar een van de zichtbare gevolgen van. Minder zichtbaar is de manier waarop orthodoxe moslimmannen steeds nadrukkelijker hun dominante positie binnen het gezin en de familie met geweld en onderdrukking afdwingen.

Op subtiele wijze legt Naima El Bezaz een andere tendens in de westerse moslimwereld bloot: het groeiende onbegrip tegenover mensen met andere geloofsopvattingen, ongelovigen en vooral joden. ‘Was ik maar met de stroom meegegaan, dan was me dit niet overkomen, dan was ik niet verworden tot een verschoppeling’, overdenkt Mina. Het is blijkbaar de prijs die heel wat zelfstandige moslimmeisjes en vrouwen moeten betalen voor hun vrijheid. Naima El Bezaz eindigt haar roman met een verwijzing naar de ijtihad, de traditie van onafhankelijk denken tijdens de gouden periode van de islam van de achtste tot de twaalfde eeuw. Toen werden Griekse teksten vertaald, bestond er veel verdraagzaamheid tegenover andersdenkenden, werden ideeën uitgewisseld en ontwikkelde men universiteiten en bibliotheken. De moslimbeschaving was in die tijd veel hoogstaander dan de christelijke. Tal van moslima’s, zoals de Canadese Irshad Manji, streven naar een hedendaagse operatie ijtihad, naar een meer individuele benadering van de islam zodat ze hun traditionele manier van kritisch denken kunnen herontdekken. Ze weigeren zich aan te sluiten bij het leger van radicale en kritiekloze gelovigen die handelen in naam van Allah. Naima El Bezaz maakt met haar boek duidelijk dat de strijd voor onafhankelijkheid en zelfbeschikking voor velen hard zal zijn. De reden ligt voor de hand: hoe meer vrouwen op hun vrijheid staan, hoe meer moslimmannen aanvoelen dat ze hun dominante positie verliezen. Daarom gaan radicale moslims zo heftig tekeer en wensen ze boeken als die van Naima El Bezaz, en de schrijfster zelf, op de brandstapel.