In plaats van dansen

Is er een saaiere wereld denkbaar dan die van de diplomatie en de Verenigde Naties? Nauwelijks. Bobo’s zijn altijd het tegenovergestelde van fascinerend, maar bobo’s die zich bezighouden met allerlei VN-vaags spannen de kroon. Een kantoorleven in het kwadraat, met slappe kantoorhumor op z'n Jiskefets, maar dan niet leuk. Bloedeloze mannen en vrouwen, die alleen voor het geld de wereld rondreizen, telkens een andere functie bekledend en telkens andere gaapverwekkende onderzoekjes uitvoerend, zich ondertussen met andermans vrouw of met andervrouws man verpozend.

Dat is wat we lezen in het tweede boek van Michel Krielaars, die in 1996 debuteerde met het wisselend ontvangen Meeuw. Krielaars kreeg grofweg het voordeel van de twijfel: men wachtte even af hoe zijn tweede boek zou worden voor het echte oordeel geveld zou worden.
Dat boek is er nu. Krielaars, redacteur bij NRC Handelsblad, heeft een forse roman geschreven over de diplomaat Joan van Lotringen, die na enkele diepe teleurstellingen afreist naar Letland om daar aan zijn volgende VN-baantje te beginnen. Van Lotringens motivatie is niet, zoals bij alle andere klerken wél het geval is, het vergaren van bergen geld, maar een diepgewortelde behoefte de confrontatie aan te gaan met zijn vader. Joan van Lotringen is de buitenechtelijke zoon van de Nederlandse ambassadeur in Letland, meneer Heineman. Hij werd verwekt bij een meisje bij wie Heineman vandaan vluchtte toen zij in blijde verwachting bleek te zijn. De weg naar Joans vader leidt via diens echtgenote, Jacobien.
En het dansen gaat door begint aldus: ‘De Nederlandse ambassadeur hield zich doof en blind voor mijn onheilspellende rapporten toen hij eenmaal had ontdekt dat ik de minnaar van Jacobien was. De stakker. Iets ergers had hem niet kunnen overkomen: zijn vrouw die hem bedroog met zijn eigen zoon.’
Joan heeft zich net losgemaakt uit de omhelzing van Jacobien, een plompe, ietwat uitzakkende vrouw, die in bed echter een dierlijkheid aan de dag legt waar zelfs Joan u tegen zegt. Dan komt vader binnen, net als Joan naast het bed staat en zijn sokken wil optrekken. 'Ik kreeg medelijden met hem en wilde mijn excuses aanbieden. Ik hou niet van haar maar van jou, had ik hem willen zeggen. Maar ik hield me op de valreep in, omdat ik besefte dat het onzin was mijn liefde te verklaren aan iemand die niets met me te maken wilde hebben. Gelukkig herkende hij me eerst niet, zo zonder broek en das en met mijn haar in de war.’
Michel Krielaars laat zijn protagonist vervolgens ruim 250 pagina’s lang een zoektocht naar zijn vader afleggen. Die queeste voert hem door alle rangen van de Verenigde Naties, waar hij steeds verder in doordringt. Tot zijn verrassing merkt hij hoe corrupt die wereld is. Alle diplomaten hebben minnaressen. Iedereen is alleen geïnteresseerd in geld en seks.
Na een tranentrekkend huwelijk met Elsbeth, die hij van een andere hoge kantoormeneer afpikt, reist Van Lotringen naar Letland om er zijn vader te ontmoeten, die daar inmiddels is gestationeerd. Opnieuw is het Jacobien, nog uitgezakter geraakt, die de deuren moet openen die normaal voor hem gesloten blijven. Via het bed, de echtelijke sponde van de Heinemannetjes, hoopt hij eindelijk de confrontatie te kunnen aangaan met de man die hem heeft verwekt maar die hem altijd heeft verloochend. De man van wie hij ondanks alles houdt.
De buitenlanders in Letland zijn allemaal op de vlucht voor hun verleden. Het zijn de zielepoten van de westerse wereld. Ze zijn gescheiden, mislukt of mismaakt. 'Vroeger zouden ze op kruistocht zijn gegaan om hun woede en verdriet af te reageren op de islamitische aartsvijand in het Heilige Land. Maar in de twintigste eeuw gedragen ze zich wat beschaafder, al hebben ze er soms grote moeite mee zich als heren te gedragen. Gelukkig is er de vertroosting van het grote geld en dat is hier met bakken binnen te halen, als je de juiste paden weet te bewandelen.’
Joan van Lotringen daarentegen is juist op zoek naar zijn verleden, en ook op het gebied van geldzucht wijkt hij af van de anderen. Daarbij is hij nauwelijks corrupt, en toont hij zelfs bij vlagen een ongewone eerlijkheid. Maar zijn meest opvallende eigenschap deelt hij wel met de anderen: zijn saaiheid.
In En het dansen gaat door weet Michel Krielaars heel knap de oppervlakkigheid en bloedeloosheid van de diplomatieke wereld krachtig en overtuigend op de lezer over te dragen. Sterker nog: hij roept een grijsheid op die de lezer stevig op de zenuwen gaat werken. Zijn stijl heeft hij in overeenstemming gebracht met het milieu dat hij beschrijft: vlakke zinnen, monotone monologen en zwakke tweegesprekken. Zijn beeldspraak slaat vaak - opzettelijk? - de plank mis ('ik sloeg mijn handen voor mijn kruis, als een voetballer in afwachting van een strafschop’) en het tempo houdt hij - bewust? - zo stroperig laag dat het lezen van de roman even zwaar en moeilijk wordt als het leven binnen die roman.
Op zijn zoektocht naar zijn vader wordt Van Lotringen afgeleid door vreemd politiek gekonkel in Letland. Er is daar een gevaarlijk politicus bezig het land in de ondergang te storten. Hij moet natuurlijk worden tegengehouden. En wie kan dat beter doen dan Joan van Lotringen? Maar ook in die opdracht staat hij alleen: iedereen die de macht en de mogelijkheid heeft om in te grijpen, laat het afweten, gedreven door eigenbelang en andere lage instincten.
En het dansen gaat door presenteert een wereld die voor het gros van de lezers exotisch is, maar die langzaam, stukje bij beetje, herkenbaar wordt - dat moet althans de bedoeling van de auteur zijn. Mensen zijn altijd egoïsten. Mensen zullen altijd voor zichzelf kiezen. Iedereen stelt het eigen belang boven dat van het collectief. Of dat nu uit frustratie is of uit pure slechtheid, dat doet er niet toe. Het is zo. Dat bijna naturalistische gegeven wordt door Michel Krielaars helaas uitgewerkt tot een roman die nergens danst, in weerwil van de titel. De confrontatie met de vader is een anti-climax, en de brave held is zo braaf dat hij slechts geeuwen opwekt. En geen dansen.