In plaats van jongens

RENSKE (11) HEEFT een paardedekbedovertrek. Dat heeft ze van Sinterklaas gekregen. Ze heeft ook een paardekalender, en paardepostpapier, en een paardenencyclopedie. Er hangen paardeposters en hoefijzers aan de muur, en er liggen pluchen paardeknuffels op het bed, boven op het paardedekbedovertrek. Renske wil niet nóg meer paardedingen in haar kamertje, want er bestaan kinderen die niet van paarden houden en die wil ze ook kunnen ontvangen. ‘Anders vind ik het zo lullig voor ze.’

Als Renske trots haar paardenagenda laat zien, valt er een foto van de Spice Girls uit. ‘Die vind ik best goed, hoor’, zegt Renske, 'ik houd wel van dat brutale. Maar ik geef mijn geld liever uit aan paarden of aan goede doelen. De Spice Girls hebben toch al geld genoeg.’
'Ik zou liever bij de fanclub van Anky van Grunsven gaan dan bij die van de Spice Girls’, zegt haar hartsvriendin Manon (10).
Sinds drie jaar rijden Renske en Manon paard, in De stal van Brenk in Utrecht. Ze zijn echte paardegekken, vertellen ze op Renskes meisjeskamer in de Utrechtse binnenstad. Renske wisselt nog een laatste tand, en draagt haar blonde haar in twee vlechten. Manon heeft twee paardestaarten, en paardeoorbelletjes in haar oren. Samen giechelen ze veel, heel veel.
De vriendinnen spelen graag met hun paardeplaymobil. Ze haten barbies. 'Dat zijn domme poppen’, vindt Renske. 'Tutten’, giechelt Manon. Renske: 'Paarden zijn tien miljoen keer leuker.’
EEN KEER per week hebben ze samen paardrijles. In het weekend gaan ze bijna altijd naar de manege om de paarden te verzorgen en te helpen met het schoonmaken van de stallen. Zijn ze niet bang voor die grote beesten? Soms wel, zegt Manon, die al acht keer van een paard is gevallen. Renske: 'Wij waren samen Rakker aan het borstelen en toen ging hij mij zowat trappen en toen lagen wij helemaal in een deuk. Van de zenuwen.’
Bijna al hun vrije tijd gaat in de paarden zitten. En hun geld. 'Als we heitje voor karweitje doen’, vertelt Renske, 'sparen we dat op voor het paardenrusthuis in Soest. Dat is voor oude paarden die niet geslacht worden maar nog een goed leven krijgen.’ Ze hebben al zestien gulden bij elkaar, en als het nóg meer is, gaan ze het persoonlijk naar het rusthuis brengen. Ondertussen dromen ze van een eigen paard. Maar, zegt Renske, dat kost wel honderd gulden per week. 'En ik vind dat je dan een supergroot weiland moet hebben en dat heb je niet zo gauw in een stad.’ Manon heeft bedacht hoe ze altijd bij paarden in de buurt kan zijn: zij wordt later veearts. 'Als er dan een veulentje geboren wordt, kun je erbij zijn. Of je kunt een paard helpen als het kreupel wordt.’
In de keuken bij Renske thuis staat één houten paardekaarsenstandaard. Vastberaden trachten haar ouders paardeprullen uit de rest van het huis te weren. 'Heel soms’, zegt de moeder van Renske, 'praten we ook over andere dingen dan over paarden. Een jaar geleden was dat nog niet mogelijk.’
IEDEREEN kent ze, want in iedere generatie duiken ze weer op. De paardegekken, zoals ze zichzelf niet zonder trots noemen. Zij rijden niet alleen paard, ze hangen ook altijd in de manege rond, praten over niets anders, spelen met paardespeelgoed en hebben een abonnement op Ponyclub of Penny. En ze zijn altijd meisje.
Paardemeisjes hebben een heel eigen cultuur. Met hun eigen vakliteratuur, hun favoriete vakantiebestemmingen (ponykamp of jeugdruiterkamp) en een Anky van Grunsven-fanclub met wel duizend leden.
Penny alleen al heeft ruim 40.000 lezertjes, waarvan zeker 95 procent meisjes. Bijna alle lezeressen zijn tussen de acht en elf jaar oud, met een enkele uitschieter naar veertien. 'We hebben wel last van de Spice Girls op het ogenblik, want dat is precies dezelfde doelgroep’, zegt Mark Tuynman van Penny. 'We zien een lichte daling in de verkoop, net als in de tijd van Doe Maar.’
Het blad wordt gemaakt en verspreid in nauwe samenwerking met landen als Spanje en Finland. 'Het paardegevoel in Europa is vrij uniform’, aldus Tuynman. Penny is twintig jaar geleden ontstaan als een afsplitsing van Debby, stripblad voor meisjes. De paardeverhalen daarin bleken zo populair dat werd besloten een apart paardeblad uit te geven. En daaruit blijkt dat paardeliefde een serieuze zaak is. 'Als je het mij vraagt moet je maar niet meer naar die pony toe gaan’, adviseert Miriam haar vriendin Fay in het laatste nummer van Penny. 'Maar dat is niet zo makkelijk, Miriam. Ik hou van hem.’
EEN WILLEKEURIGE zondag in de Hollandsche Manege aan de Amsterdamse Overtoom. In de stallen is het vergeven van de tienermeisjes die de paarden borstelen en voeren, de boxen uitmesten, het hooi verversen. De lessen zijn net afgelopen. Midden in de 'bak’ staan een stuk of tien vriendinnen perfect synchroon een dans uit te voeren. Alsof ze thuis of op een klasseavond zijn. Zingend, swingend doen ze hun stapjes. Drie paarden rennen er omheen, draven lekker af. Ze zijn niet bang voor elkaar, de paarden en de meisjes.
Carlijn, Reina, Stella, Patty, Zohra en Lot kennen elkaar van de manege. 'Paarden binden je ook aan anderen’, verklaart Lot van 14. 'Er gaat heel veel tijd in zitten’, zegt Carlijn (13). 'Als ik geen huiswerk heb, ga ik na school meteen naar de manege. En in het weekend zijn we hier de hele dag.’ Stella (16) en Zohra (16) zijn vorig jaar blijven zitten doordat ze te veel tijd bij de paarden hadden doorgebracht.
In de Hollandsche Manege kosten tien lessen 180 gulden. En daar komt nog heel wat bij, want de echte paardegek heeft haar eigen borstels, halsters en soms zelfs een zadel. 'Ik spaar al mijn zakgeld het hele jaar op om in de zomer een pony te kunnen huren’, vertelt Zohra. 'Ik heb daar al tweeduizend gulden aan uitgegeven. Dan is die pony even van mij.’
Zohra wordt op school soms gepest. 'Ze noemen mij vaak Shitlander.’
'Ja’, roept Patty (13) verontwaardigd, 'of paardekut. Of ze zeggen: het stinkt hier naar paard.’
Lot: 'Misschien dat ze het tuttig vinden, of bekakt. Net als tennis en hockey, daar lopen ook veel kakkers rond.’
Zohra: 'Maar wij zijn absoluut geen kakkers.’
Carlijn: 'Als ik naar de manege ga, zeuren de andere kinderen daar vaak over. Ze vinden het stom, of snappen het niet.’
Reina (15): 'Nou, ik snap ook niet waarom anderen uren achter een computer zitten. Of uitgaan, ook zoiets stoms. Je kunt toch ook thuis een biertje drinken?’
Lot: 'Ze zijn gewoon jaloers. Wij hebben een heel eigen wereld waar zij niets mee te maken hebben. Als wij een probleem hebben, bespreken we dat met een paard.’
Zohra: 'Het paard reageert ook op je, het troost je. Dan wrijft het zijn neus tegen je wang.’
'Victor was mijn beste vriend’, zegt Reina en zwijgt dan bedrukt.
Paardemeisjes hebben zo hun eigen paardeleed, want zij die geen eigen paard maar alleen een verzorgpaard hebben, en dat zijn de meesten, lopen de kans op een dag voor een lege box te staan. Omdat het paard dat zij zo liefdevol verzorgden, is verkocht of naar de slacht gebracht. Zoals met Victor is gebeurd. 'Reina was echt verliefd op Victor’, zegt Zohra zachtjes. 'Ze mist hem heel erg.’
EEN PAAR DAGEN later, op een doordeweekse middag, zijn ze er allemaal weer. Zohra is bezig haar lievelingspony Pinto te zadelen voor de les van vier uur. 'Soms kom ik alleen maar gedag zeggen’, vertelt ze. 'Even knuffelen, praten, hoe gaat het met je.’ Stella staat haar verzorgpaard Cheyenne te borstelen. 'Goed borstelen duurt ongeveer een uur’, zegt ze. Cheyenne is geboren op 23 mei 1973 als dochter van een Amerikaanse hengst. Stella kent de hele familiestamboom uit haar hoofd.
Om vijf uur fietsen de vriendinnen naar het huis van Zohra voor thee. Zohra’s kamertje hangt vol met paardeposters, met foto’s van Pinto, en met rozetten, gewonnen met dressuurrijden. 'Het valt mee, hoor, die kamer’, zegt Zohra’s zusje. 'Het was tien keer erger. Vroeger gaf Zohra mij vaak paardecadeautjes. Ze wist dat ik die niet leuk vond en dat zij ze dan kreeg.’
'Het is soms om gek van te worden’, verzucht haar moeder. 'Ze komt altijd vlak voor het eten thuis en dan stinkt de hele tafel naar paard.’
De meiden zijn ondertussen op de bank geploft en bekijken albums met paardefoto’s. Gierend van het lachen vertellen ze dat ze een paardekerstkaart wilden maken, maar dat de foto is mislukt omdat de poserende paarden elkaar in de haren vlogen. Nu sturen ze die toch maar rond, met als begeleidende kerstwens: 'Vrede op paarden’.
Reina heeft haar 'Victorplakboek’ meegenomen. Met pagina’s vol foto’s van haar helaas overleden vriend, en zelfgemaakte tekeningen. In het boek zit ook een prachtige zwarte vlecht, als herinnering aan zijn weelderige manen.
Carlijn heeft de gewoonte om de haren te bewaren die loslaten bij het borstelen van haar paard, vertelt ze. Op een mooie dag had ze er zo veel dat ze er een kussentje van kon maken. Met een leuk sloopje eromheen. Ze was er dolblij mee. Haar moeder iets minder.
Reina laat een gedicht lezen uit haar Victorcyclus. 'Ik mis je/ ik wil nog één keer op je rug./ Leef je nog? Kom dan terug!/ Waar ging je heen/ toen de trailer wegreed?/ Waar ging je heen,/ toen de pijn door mij heen sneed?’
'DE LIEFDE GAAT heel ver’, zegt Mark Tuynman van Penny. 'Als je de brieven leest die die meiden aan Penny sturen, schrik je je soms het rambam. We krijgen veel liefdesgedichten, en stapels foto’s van droompaarden. Het is een complete fantasiewereld. Ze vertellen dat paard alles wat hun dwars zit en gaan door roeien en ruiten om elke dag bij hun dier te kunnen zijn.’
'Sommige meisjes hangen hier de hele tijd rond’, zegt Ton de Jong, die al vijftien jaar betrokken is bij de Hollandsche Manege. 'Als je er niks van zegt, gaan ze gewoon niet meer naar school. Ze zouden het liefst naast de paarden in het stro gaan liggen. De hele dag willen ze de paarden borstelen, verzorgen en knuffelen, dat doen ze liever dan rijden. We moeten daar paal en perk aan stellen, anders krijgen die dieren nooit rust. Je mag het tegenwoordig niet meer zeggen, geloof ik, maar je ziet hier heel duidelijk dat verzorgen en liefde geven in de genen van de vrouw zit.’
Wat is leuker, vragen we de vriendinnenclub, een paard berijden of verzorgen? 'Verzorgen!’ roepen ze in koor. Lot: 'Van het verzorgen krijg je de sterkste band.’ Zohra: 'Daar moet je ook echt de tijd voor nemen.’ Patty: 'Sowieso drie kwartier per dag, vind ik.’ Stella: 'Ja, want je bent ook aan het knuffelen en praten.’ Reina: 'Victor verzorgde ik met liefde, dus als ik daar op reed deed ik dat ook met liefde.’
We vragen het ook aan Simon (9), een van de weinige jongetjes in de stallen. Simon houdt spontaan een kleine enquête onder vier meisjes en één jongen uit zijn paardrijklasje. Triomfantelijk komt hij melden dat alle meisjes liever verzorgen. 'Siebe en ik zijn de enigen die liever rijden, want wij zijn jongens.’
In de Hollandsche Manege zijn 55 paarden gestald. Er rijden ongeveer 1500 mensen, van wie zeker tachtig procent vrouw is. Bij de kinderen ligt dat percentage nog hoger. Daar is zeker negentig procent meisje. Aan de zaterdagse 'ponycarrousel’, waarin twee aan twee figuren worden gereden, doen vijftien meisjes mee en één jongen.
WAAROM houden vooral meisjes van paarden? Freud zou het wel weten, zo'n meisje met een warm, krachtig lijf tussen haar benen. Volgens het Duitse boek Warum Mädchen und Frauen reiten moet de paardeliefde worden gezien als een eerste poging tot het loskomen van de ouders. De liefde van het meisje voor haar ouders verschuift eerst naar de paarden, later naar de jongens. En volgens het tijdschrift J/M (Jongen/Meisje) is het voor meisjes aantrekkelijk om de baas te zijn over zo'n krachtig en machtig dier. 'Zo'n kolos aankunnen, dat geeft een goed gevoel.’ Maar waarom trekt dat zo weinig jongens?
Reina: 'Ik weet hoe dat komt! Wij zijn eerder rijp dan jongens. Jongens van onze leeftijd spelen nog met autootjes. Daarom zoeken wij de liefde bij een paard. Dat zegt Midas Dekkers. Weet je trouwens dat bijna de hele paardentop in Nederland wél uit mannen bestaat? Mannen gaan meteen fanatiek rijden.’
Patty: 'En dan mogen de vrouwen de paarden verzorgen.’
Reina: 'Meisjes kunnen meer liefde geven. Jongens dúrven dat gewoon niet.’
Zohra: 'Dat komt omdat het niet past bij hun imago. Ze moeten macho zijn.’
'Mannen houden hun verdriet binnen’, weet Stella.
Lot: 'Een gevoelige jongen is ook gauw een watje, vind ik.’
'Zoals Maarten’, giechelt Reina.
Zohra: 'Hockey of voetbal hoort bij jongens. Als een jongen zegt: ik ga paardrijden, dan denk je toch: wat een mietje. Je moet daar als jongen best moed voor hebben.’
Lot: 'Jongens zullen ook nooit met een rijbroek over straat gaan. Ik vind dat ook een eng gezicht, hoor, een jongen in zo'n nauwsluitend broekje…’
'Het komt ook gewoon door de motoriek’, zegt instructrice Karin van der Velde van de Hollandsche Manege. 'Jongens van negen pikken het veel minder snel op. Waar meisjes meteen doodstil zitten, wiebelen jongens alle kanten op. Ze haken dan al gauw af, omdat ze niet vooruitgaan. De echte freaks komen terug als ze een jaar of dertien zijn, maar dan zitten ze meer achter de meiden dan achter de paarden aan. De meisjes knuffelen de dieren veel meer.’
'ROND HUN vijftiende verschuift die knuffelbehoefte naar een andere doelgroep’, zegt Mark Tuynman. 'Wij zijn ze dan ook kwijt als abonnee. De paarden krijgen de volle laag totdat de jongens in hun leven komen.’
De moeder van de zestienjarige Zohra wacht hoopvol op dat moment, al vindt ze het wel verdacht lang duren. De kalverliefde gaat ook niet altijd voorbij. Voor schrijfster Yvonne Kroonenberg draait het leven om man en paard. En voor de twintigjarige Claudia, die ook bij de Hollandsche Manege rijdt, gaat het paard voor het vriendje. Als zij verkering heeft, krijgt de gelukkige te horen dat hij pas op de tweede plaats komt.
Denken de meisjes zelf dat de liefde over gaat als ze een vriendje krijgen? 'Nee!’ roepen Manon en Renske. 'Er bestaan geen leuke jongens’, zegt Manon. Renske: 'Wij haten jongens. Hoewel jongens die paardrijden iets aardiger zijn dan de andere.’
Maar Reina van vijftien zegt wijs: 'Iedereen maakt op een gegeven moment de overstap van de manege naar een andere wereld. Dan ontdek je dat er ook andere dingen zijn. Lot en ik zijn nu aan het overstappen. Dat komt door onze leeftijd.’