In ‘Red Light’ wordt prostitutie op geen enkele manier verfraaid

Walter van der Kooi ziet veel meer dan hij in zijn wekelijkse kroniek kan bespreken. In Nader bekeken doet hij verslag. Deze aflevering: Carice van Houten en Halina Reijn in het tv-drama Red Light, een tiendelige misdaadserie.

Carice van Houten in de serie ‘Red Light’ © VPRO

Halina Reijn vond ik geweldig als de drugsverslaafde verpleegkundige Nurse Jackie, hier Charlie geheten (AVRO, 2013) – remake van een zwartkomische Amerikaanse serie. Zo, dan is dat vast gezegd. Ik vond haar bar slecht in De leerling (NTR, 2015), vijftigminutenfilm in de reeks One Night Stand, over de relatie tussen een lerares en haar zestienjarige leerling. Ook gezegd. Ik vind haar daar ergens tussenin, maar wel weer boven het midden, als sopraan Esther Vinkel in Red Light, de tiendelige misdaadserie die BNNVARA momenteel uitzendt. Maar man, sinds wanneer beginnen we een groot dramaproject te beoordelen op één rol en sinds wanneer doen we dat op basis van kreten als ‘geweldig’ en ‘slecht’? Toch misschien uit ergernis over de manier waarop werkelijk bijna alle media, zowel van papier als van al dan niet bewegend beeld, zich stortten op – ja, waarop? Twee diva’s die niet alleen acteercollegae maar ook hartsvriendinnen zijn; die beiden van louter instrument van regisseur en schrijver tot creatief audiovisueel maker zijn geworden; en die ook nog eens polemiseren met de mannelijke dominantie in de beeldcultuur en daar een feminien alternatief voor aandragen. Maar dat is, op divaschap na, toch alleen maar moedig en interessant en als het lukt belangrijk? Zeker, en mijn onbehagen is ook niet in de eerste plaats gericht op de geïnterviewden (die hebben een al te begrijpelijk belang), als wel op interviewers en opdrachtgevers. En ook weer niet individueel maar op de collectiviteit, massaliteit. Nou ja, als je iedereen beschuldigt, beschuldig je automatisch niemand, dus dit is een doodlopend pad. Maar vergelijk deze vloedgolf van Carice-Halina met de golfjes die andere grote series kregen, waaronder uitstekende, dan ga je je ergeren. Ik neem aan dat de makers van het voortreffelijke Hollands hoop (Nechushtan, Ribbens, Hensema e.v.a.) niet te klagen hadden over aandacht, maar die stond geheid niet in verhouding tot deze personality-show, mede uitvloeisel van het DWDD-effect. En dat buitenproportionele verschil in publiciteit geldt ook voor meer vergelijkbare grote projecten (want Vlaams-Nederlandse misdaad) Grenslanders en Undercover. En ja, dan erger ik me toch ook enigszins aan de dames, die vrolijk meedoen aan alle glamour rond de vraaggesprekken, al zal het ze heus wel soms de strot zijn uitgekomen. En dan ga je net iets scherper letten op hun pretenties, of liever ambities, en in hoeverre die waargemaakt worden. (Deels, lijkt me het antwoord.)

Om bij personage Esther te blijven: ze is en heeft alles wat een vrouw van klasse in dubbele zin maar kan wensen. Groot muzikaal talent; bijpassende internationale carrière; rijk van huis uit plus fraaie honoraria voor optredens en lessen; gelukkig getrouwd met een Nederlandse hoogleraar filosofie die Kierkegaard doceert aan de Universiteit van Antwerpen. Toegegeven, de duvel die op een grote hoop talenten schijt en er nog even een bovenmodaal uiterlijk aan toevoegt, dat komt vaker voor, zeker in de wereld van de klassieke muziek. Er is wel één echt verdriet in dit leven: ongewenste kinderloosheid, deels wegens uitstel ten gunste van de zangcarrière (een zeer reëel probleem), al is er nog hoop. Dat al kort na begin van de serie haar vader plots overlijdt met achterlating van een recent ingestort en schuldbelast prachtbedrijf – en dat tegelijkertijd haar man in Antwerpen spoorloos verdwijnt – het is wat veel van het kwade. Voor een mens, zeker, maar wat mij betreft voor drama ook. Al is voor drama, toegegeven, tegenslag en wrijving nodig, en zoals goden of lot die graag in het echt aan ons uitdelen, zo doen dramaschrijvers dat om ons, het publiek, te vermaken. Wij smullen immers van tragedie – als bezwering van angst, als (h)erkenning van eigen sores; als troost dat we niet de enigen zijn (zelfs de machtigen lijden en sterven) en dat het zelfs nog erger kan. Die tragedie krijgt ze volle bak. Met als extra dat ze moet ontdekken dat haar man haar wilde verlaten (zei ik ‘gelukkig getrouwd’?). Acteer al dat verdriet maar eens. Dat is Halina als bekend toevertrouwd, maar voor mijn gevoel is het net te veel en net niet altijd overtuigend. Ik vind Esther als personage eigenlijk een beetje vervelend, en het is voor schrijvers en acteur altijd een lastige opgave daar iets toch interessants van te maken (maar misschien vinden die haar helemaal niet vervelend en ligt het aan deze kijker). Haar verdwenen man? Die leren we niet erg goed kennen (ik ben nu aan aflevering negen). Zomin als haar vader. Is dat erg? Niet echt, want Red Light gaat, dat is bewuste keus, om drie vrouwen.

Intermezzo: de serie is geschreven door nog een Esther, een echte. En nog wel een heel leuke, ‘zij van Gerritsen’, een van mijn favoriete columnisten. (Het script kwam trouwens tot stand met assistentie van Christophe Dirickx, Frank Ketelaar en Halina zelf). Esther G., die rampjes en menselijk tekort in het algemeen buitengewoon raak beschrijft, maar toch niet met zulke donderslagen als in Red Light. Nou ja, misschien was het verhaalschema wel van iemand anders, dat gebeurt vaker en er staat verdomd veel tegenover. De kracht van het script schuilt naar mijn smaak veel meer in ‘het kleine’, scènes en dialogen, dan in de Grote Vertelling. Soms is het echt heel mooi en waar, wat daar tussen mensen gebeurt. Dan schuurt het even langs arthouse.

Esthers pad kruist dat van Sylvia Steenhuyzen (Carice), hoer en, als bedrijfsleider van het bordeel van haar Antwerpse geliefde en pooier Ingmar, zelf ook hoerenmadam. Ze komt uit Amsterdam, lower class, en dat is uitstekend te zien en horen. Accenttechnisch beter en geloofwaardiger dan menig ander acteur (v/m) die Mokums probeert te praten. En ze krijgt teksten die gruwelijk levensecht en ad rem zijn, die ze perfect behandelt. Zij en haar Ingmar (Geert Van Rampelberg, die ik niet kende en die volstrekt gelijkwaardig is) vormen een angstaanjagend koppel, in aantrekken en afstoten, hardheid, onberekenbaarheid, liefde en haat, als in weertypes waarbij zon en schaduw elkaar razendsnel afwisselen. Verwante tegenpolen, zij het dat het Kwaad toch meer in de man schuilt. Wat niet vertekend lijkt.

Maar Esther en Sylvia kruisen ook elkaars pad, steeds vaker, steeds heftiger. Tegenpolen, maar minder verwant, of het moet zijn in de condition féminine. Op deze twee pilaren steunt de serie, maar er is een even belangrijke derde in het spel: Antwerps politievrouw Evi Vercruyssen, gespeeld door Maaike Neuville. In mijn ogen de interessantste en meest controversiële rol in de serie. Hier hebben we een vrouw die in niets op een man lijkt, maar toch in bijna alles op de in het feminisme Bekritiseerde Man. Omdat haar werk zo belangrijk voor haar is dat ze het regelmatig voor laat gaan op het gezinsleven. En, nog verder en dieper gaand, omdat ze werk en kinderen maar met moeite kan en (soms) wil combineren. De meeste zorg overlatend aan haar partner. Bekend gegeven toch, maar dan omgekeerd. Er zijn momenten dat ze hém nog wel wil hebben maar hén niet. Ze kan het niet aan. En heeft een drankprobleem (zoals talloze mannelijke speurders in geschreven en gefilmde misdaad). De scène waarin een kinderpartijtje haar weer aan de fles brengt is behoorlijk overtuigend. Ze heeft geluk met haar Gust: hij is het prototype van de moderne, zorgende vader, maar meer en meer overschrijdt ze zijn grenzen. Zowel die bij de zorgtaken als inzake drankgebruik. De relatie loopt steeds moeizamer, hoewel hier aan beide zijden een type liefde in het spel blijft dat beduidend inniger is dan de gewelddadige variant die Sylvia en Ingmar kenmerkt. Maar als hij haar rode lingerie geeft als signaal en in hoop op terugkeer van fysieke intimiteit slaat hij de plank hard mis. Terwijl Evi bij begin al meer lust voelt dan haar vermoeide goedzak en (zeldzaam in film) zichzelf dan maar genot bezorgt. En ze tijdens haar werk in de ‘Red-Light-wereld’ een zekere fascinatie lijkt te hebben voor zelfs die vorm van lichamelijke liefde. Zonder dat dat de serie iets ranzigs geeft, als zou prostitutie de daarin werkzame vrouwen veel meer opleveren dan geld. Dat wereldje (en de handel in vrouwen) wordt op geen enkele manier verfraaid. Wat trouwens niet revolutionair is: in veel series wordt prostitutie, of beter de positie van vrouwen daarin, als onaantrekkelijk, vaak verwerpelijk voorgesteld. Sterker: tv-drama waarin dat niet gebeurt lijkt nauwelijks serieus te nemen. (Maar als altijd is de werkelijkheid beduidend complexer dan morele schema’s, zoals ik er hier weer een neerleg: in interviews benadrukten Van Houten en Reijn dat hun research nogal wat vrouwen opleverde die zich absoluut niet als slachtoffer voorgesteld wilden zien. Vrije keus en baten die de lasten overstijgen.) Hoe dan ook: Evi wijkt ver af van de mal van de Grootste Gemene Moederdeler. En Maaike Neuville doet dat geweldig. Wat haar niet sympathiek maakt. Zomin als een man die niet of weinig naar zijn kinderen omkijkt, alleen wordt dat zelden geproblematiseerd.

Ik kijk vanaf een heuvel terug op het panorama van Red Light. En zie drie vrouwen met extreem problematische relaties met twee verwerpelijke mannen en één goedwillende. Een van hen wil een kind maar kan het niet krijgen; de ander verwacht een kind maar mag dat niet krijgen van haar partner; de derde heeft twee kinderen en ervaart ze als last. We zien Echte Liefde bij een kinderloos stel (geweldig gespeeld door Koen De Bouw in een grote en Ruth Becquart in een kleine bijrol), maar deze Veerle is ernstig ziek en haar Sam, naaste collega van Evi, is treurend parttime mantelzorger. Evi, die een tijdje bij hen intrekt, kijkt intensief naar die liefde en je vraagt je af wat ze denkt en voelt (onzekerheid die me als kwaliteit voorkomt).

Ik zie nog iets: ontbrekende moeders. Die van Esther is al heel lang dood. Er is een tante die enige steun geeft. Sylvia’s moeder lijkt op het zwakbegaafde af, egocentrisch en niet in staat tot enige steun van betekenis. Evi’s moeder maakte een eind aan haar leven toen Evi nog kind was. Wat misschien iets van haar geworstel met het moederschap verklaart. Maar alweer: het is erg veel van het Kwade. En ik begrijp ook niet goed of er iets mee gezegd wil worden. En wat dan? En of dit wel het onvermijdelijke effect van de ‘female gaze’ is.

Het is waarschijnlijk een rare manier om een grote serie te ‘wegen’. De intenties zijn lofwaardig. De uitvoering is goed tot uitstekend, waarbij het Vlaamse deel, filmend, acterend, zeker zo sterk is als het Nederlandse. Dat Reijn en Van Houten voor die samenwerking hebben gekozen is meer dan begrijpelijk. En wijs. Het betere tv-drama, ergens tussen drie en vier sterren. Ik heb geprobeerd dit spoilerproof te houden.


Anke Blondé, Wouter Bouvijn, Red Light, tien delen, BNNVARA, NPO 1, vrijdags sinds 19 februari, 21.25 uur

Wie Esther Gerritsen niet kent, kijkt even naar De geknipte gast van 3 maart