Opruiming in de favelas

‘In Rio verwerkt men de coke die in Nederland wordt gesnoven’

Rio de Janeiro wil uit het lijstje van gevaarlijkste steden ter wereld. Het WK voetbal en de Olympische Spelen komen eraan. Tijd voor militairen om de sloppenwijken te bezetten.

RIO DE JANEIRO - Hij moet jaar of vijftien zijn, de jongen die in niet meer dan een surfshort op straat wiet en cocaïne zit te wegen. Een ouderwets ogende kalasjnikov leunt nonchalant tegen het plastic tafeltje waarop zijn koopwaar ligt uitgestald, naast een stapeltje bankbiljetten. Collega-drugskoeriers scheuren met machinegeweer op de rug voorbij op geconfisqueerde motortaxi’s, door de hoofdstraat en in en uit het doolhof van duizenden steil oplopende steegjes. Zij zijn de loopjongens en de gevechtstroepen. In dienst van drugsbende ADA, Amigos dos Amigos (‘Vrienden van Vrienden’), verdienen ze gemakkelijk achthonderd euro per week, een loon waar hun vrienden met reguliere baantjes alleen van kunnen dromen. Hier willen kinderen geen voetballer of rockster worden, maar drugsbendeleider. Ze zien hun bazen als keizers over de favela heersen, in luxe baden en wilde, oorverdovende Baile Funk-feesten organiseren om hun macht ten toon te stellen en nieuwe loopjongens te rekruteren. Rocinha, met tussen de honderd- en tweehonderdduizend inwoners de grootste sloppenwijk van Zuid-Amerika, was tot zondagochtend 13 november het koninklijke cliché onder de Braziliaanse favelas.
Die zondagochtend hield miljoenenstad Rio de Janeiro zijn adem in. Al dagen van tevoren was aangekondigd dat een troepenmacht van drieduizend man sterk Rocinha zou 'pacificeren’, wat wil zeggen dat soldaten en elitetroepen van het Batalhão de Operações Policiais Especiais (BOPE) de drugsbendes ontwapenen en de favela uit schoppen. Dat door de heuvel waarop Rocinha ligt uitgespreid de tunnel loopt die de rijke, toeristische zuidzone van de stad verbindt met de sportinfrastructuur in het westen maakte controle over Rocinha met het WK voetbal en de Olympische Spelen in het vooruitzicht van staatsbelang. Toch wilde niemand die zondagochtend een herhaling zien van het bloedbad een jaar eerder, toen de bestorming van de favelas Vila Cruzeiro, Complexo de Alemão en Parque Proletário da Penha uitmondde in dagenlange gevechten en tientallen doden. Toen elitetroepen enkele uren na de inval de Braziliaanse vlag in Rocinha plantten zonder dat er een schot was gelost, won naïeve euforie het van wantrouwen en ongeloof.
Het grootste wapenfeit was dan ook vier dagen eerder al geleverd, toen ADA-leider Antônio Bonfim Lopes, alias Nem, uit de kofferbak van een Toyota Corolla werd geplukt toen hij de favela wilde ontvluchten. De 35-jarige Nem, boven aan het lijstje van Brazilië’s meest gezochte criminelen, had al jaren de touwtjes stevig in handen in Rocinha. In tegenstelling tot andere drugsbazen die zich enkel op hun core business - de drugshandel - toeleggen, had Nem een meer totalitaire aanpak. Hij controleerde urbanisatieprogramma’s, het sport-, kunst- en jeugdbeleid en besliste wie in de favela mocht blijven, wie verbannen werd en wie een kogel in het hoofd kreeg. De voorzitters van de bewonersassociaties, de voornaamste politieke entiteit in de favelas, werden door Nem zelf voorgedragen. Dat werd enkele weken na de pacificatie nog pijnlijk duidelijk met de arrestatie van voormalig associatievoorzitter William de Oliveira. Op een uitgelekt filmpje is te zien hoe De Oliveira, die vlak na de pacificatie criminelen nog opriep om zich bij de politie te melden, geld ontvangt van Nem en met hem onderhandelt over de aankoop van een AK-47 machinegeweer. Dat heel wat beroemdheden en politieke zwaargewichten zoals de Amerikaanse president Barack Obama, zijn Braziliaanse ambtgenote Dilma Rousseff en haar voorganger Luiz Inácio Lula da Silva eerder vrolijk met 'William da Rocinha’ op de foto gingen, maakt het des te gênanter. Zij wisten blijkbaar niet wat in Rocinha wel algemeen bekend was.
Naar aloude gewoonte kwamen ook de nauwe banden tussen de drugshandel en een deel van het politiekorps weer bovendrijven. Militaire en civiele politieagenten probeerden enkele dagen voor de aangekondigde pacificatie notoire drugsbendekopstukken als Anderson Rosa Silva en Nems rechterhand Sandro Luís de Paula Amorim de favela uit te smokkelen, maar werden onderschept door hun collega’s van de doorgaans heel wat minder corrupte federale politie. In een van zijn eerste politieverhoren gooide Nem nog wat kolen op het vuur door gedetailleerd zijn boekhouding uit de doeken te doen. De helft van zijn inkomsten ging volgens de crimineel naar het uitbetalen van politieagenten 'da banda podre’, de 'verrotte’ agenten. Nems inkomsten worden op meer dan honderd miljoen real (43 miljoen euro) per jaar geschat. Het enorme wapenarsenaal dat tijdens de pacificatie in Rocinha werd gevonden, bleek in grote mate van politiediensten afkomstig te zijn.

TWEE MAANDEN na de pacificatie rijden zwaarbewapende BOPE-patrouilles in gepantserde voertuigen af en aan door de hoofdstraat van Rocinha, hun machinegeweren dreigend op de stoep gericht. De meterslange vlag met het BOPE-symbool - een op een dolk gespietste doodskop voor twee gekruiste pistolen - betekende ooit: dit gebied behoort weer aan de staat toe, maar de vlag heeft de afgelopen maanden veel van haar prestige verloren. Een onverwachte reeks winkelovervallen toonde aan hoe fragiel de politiecontrole in Rocinha is. Ordinaire caféruzies of uitstaande schulden worden steeds vaker met een mes tussen de ribben beslecht.
De 25-jarige Angela verwoordt de ironie van de oorspronkelijke pacificatie-euforie. Met Braziliaanse flair bedient ze de klanten in het pizzarestaurantje waar ze werkt. 'Voor het eerst ben ik bang om ’s avonds op straat te komen’, zegt ze. 'Gisteren is een vriendin van me overvallen. Dat gebeurde vroeger niet. Diefstal was onder ADA-bewind verboden.’ Angela begrijpt niet waarom de BOPE niet ingrijpt. 'Gisteren stonden ze hier. Er speelde een muzikant op de bovenverdieping van het restaurant, de klanten dansten. Om middernacht kwam de politie ons feestje stilleggen na klachten van de buren.’ Via de befaamde kliklijn Disque-Denúncia kunnen bewoners illegale activiteiten anoniem aangeven, een dienst waar sinds de pacificatie gretig gebruik van wordt gemaakt, ook om oude rekeningen te vereffenen. Die vervelende buur even gauw aangeven als drugsdealer en klaar ermee.
Volgens de Nederlandse ontwikkelingswerker Nanko van Buuren herhaalt zich in Rocinha wat ook andere gepacificeerde favelas overkwam. Als oprichter van de ngo IBISS werkt Van Buuren al ruim twintig jaar in tientallen door drugsbendes gedomineerde sloppenwijken. Gerespecteerd door de overheid, de bevolking én de drugsbendes is IBISS een speler van belang in Rio de Janeiro. Van Buuren: 'In Vila Cruzeiro worden nieuwe wegen aangelegd, maar ondertussen raakt de wijk moreel compleet verloederd. Initiatieven als Disque-Denúncia zaaien tweedeling, ze maken de menselijke relaties kapot. Er zijn ook steeds meer diefstallen en inbraken, terwijl die er vroeger helemaal niet waren. Drugsbendes hanteerden strenge wetten. Wie iemand van de favela verkrachtte, werd geëxecuteerd.’

DUIZENDEN KOGELGATEN in muren en deuren zijn de stille getuigen van de vuurgevechten tussen drugsbendes en politie in Vila Cruzeiro. Bij de laatste pacificatie-actie sloegen de militaire elitetroepen hun slag. De imposante huizen van leiders van drugsbende Comando Vermelho ('Rode Commando’) dienen sindsdien als uitvalsbasis van het leger, dat al meer dan een jaar Vila Cruzeiro bezet in afwachting van een UPP, een politie-pacificatie-eenheid. Van Buuren zit daar niet op te wachten: 'De politie bezorgt de bevolking heel wat meer last dan de drugsbendes, die de eigen bevolking gewoonlijk met rust laten. Het is trouwens een illusie te denken dat Comando Vermelho nu plots geen macht meer heeft in de wijk. De koeriers zijn niet meer bewapend, maar het is nog steeds Comando Vermelho-leider Fabiano die beslist of een feest al dan niet plaatsvindt.’
De 23-jarige Rafael Mota is een van de vele voormalige koeriers die door IBISS uit het criminele milieu werd weggehaald. Tot vier jaar geleden was Mota een van de leiders van Comando Vermelho in Vila Cruzeiro. In enkele jaren tijd zou hij meer dan honderd tegenstanders en politieagenten hebben neergeknald. 'We vochten regelmatig met de politie. Ook vielen we andere wijken aan om terrein te winnen op de rivaliserende bende Terceiro Comando’, legt hij uit. 'Ik besloot eruit te stappen. Mijn familie leed eronder, het was te gevaarlijk.’ Nu werkt Mota als jeugdbegeleider voor IBISS. Hij belichaamt de keuze die jongeren hebben om uit de drugshandel te stappen. Over de komst van de pacificatiepolitie is ook Mota maar matig enthousiast: 'De drugsbazen waren een slecht voorbeeld voor kinderen, maar geen gevaar voor de eigen wijk. De politie is geen haar beter en biedt geen degelijk alternatief.’
In Vila Aliança weerklinkt dezelfde afkeer tegenover de politie. De wijk valt nog steeds onder de controle van de drugsbende Terceiro Comando ('Derde Commando’) en is een van de beruchtste favelas van Rio de Janeiro. Barricades op straat moeten een politie-inval verijdelen. In de striemende regen bewaken jongeren met vuurwapens de ingang van de wijk. 'De jongste schiet het best’, zegt Van Buuren. Hij is tien jaar oud. De goedlachse Andre Play leidt hier voor IBISS een voetbalproject dat aan die jongeren een alternatief voor de drugshandel moet bieden. Play hoopt dat de pacificatiepolitie wegblijft: 'De politie is corrupter dan de drugsbendes. Ze vragen smeergeld aan zelfstandigen en zitten in de drugshandel. Soms trekt een koerier naar de stad om een politieopleiding te volgen en komt terug als agent om dezelfde activiteiten voort te zetten. Zelfs de politiechefs hier werken samen met Terceiro Comando.’
Verdwaalde politiekogels en corruptie zullen nog een hele tijd in het geheugen van de favelabewoners blijven rondspoken. Als de pacificatiepolitie hun vertrouwen wil winnen, zal ze een smetteloze reputatie moeten opbouwen, maar daar lijkt zelfs de politie zelf niet echt in te geloven. 'Je moet schrijven dat de politie van de staat Rio de slechtst betaalde is van Brazilië, terwijl we het meeste risico lopen’, klaagt een UPP-agent in de bezette favela Cidade de Deus. 'Als men een einde wil maken aan de corruptie, moeten de agenten eerst en vooral een hoger loon krijgen.’ UPP'ers krijgen een maandelijkse risicopremie van vijfhonderd real (220 euro) boven op hun loon. Dat promoveert hen tot de beter betaalde agenten van Brazilië, maar het is peanuts in vergelijking met de illegale nevenactiviteiten. Het lijkt vechten tegen de bierkaai, maar veiligheidssecretaris José Mariano Beltrame, de architect van het huidige pacificatiebeleid, is ervan overtuigd dat de nieuwe aanpak vruchten afwerpt: 'UPP’s worden uitsluitend bemand door recent gevormde politielui. Die zijn nog niet met corrupte collega’s in aanraking gekomen en zijn minder vatbaar voor de illegale verleidingen van hun baan. Ook wordt misbruik meer dan ooit vervolgd.’
Beltrame erkent dat veel favelas na de pacificatie met meer geweld te maken krijgen, maar schuift de schuld van zich af: 'Pacificatiepolitie installeren lost natuurlijk niet alle problemen op. Jongeren hebben er nooit anders gekend dan de macht van het geweer. Conflicten werden opgelost door het “tribunaal van de drugskoeriers”. Nu de controle van de bendes wegvalt, komen onderlinge problemen bovendrijven. Dat vertaalt zich in een stijging van kleine criminaliteit, burenruzies en huiselijk geweld. Ongelijkheid, corruptie en gebrek aan onderwijs zijn slechts enkele van de oorzaken daarvan.’

VOLGENS Van Buuren is er meer aan de hand. 'De drugsmaffia is veel beter georganiseerd dan sommigen willen geloven. De drugshandel in Rio is nauw verbonden met de internationale wapenhandel. Colombiaanse FARC-rebellen kopen hier hun wapens. Zij hebben geen geld en betalen in gigantische hoeveelheden cocapasta. In de favela wordt die pasta verwerkt tot de cocaïne die in Nederland wordt gesnoven.’ Rocinha staat bekend als het centrum van de cocaïnehandel in Rio de Janeiro. Na de pacificatie slaagde de politie erin twee cocaïnelaboratoria op te doeken, maar volgens Van Buuren zijn er nog meer. 'De recente uitbraak van geweld in Rocinha is geen toeval, maar een nauwkeurig uitgedokterde guerrillastrategie. Bendeleden houden beneden in de favela de politie bezig met overvallen en andere ongein, zodat de laboratoria boven in de sloppenwijk uit het vizier blijven. Daar kunnen ze hun handeltje dan voortzetten, zij het wat meer verstopt dan vroeger.’
Volgens Van Buuren is ADA met de arrestatie van Nem in Rocinha tijdelijk verzwakt, maar zitten de echte kopstukken ergens anders. 'Ze weten zich heus wel te reorganiseren. De koeriers zijn de straat kwijt, maar ze zullen er alles aan doen om de ondergrond te blijven domineren.’ In enkele grote favelas als Vila Cruzeiro en Cidade de Deus lijken de drugschefs de controle over de straat nauwelijks te missen. Ze hoeven niet langer te investeren in dure wapens en hun handel heeft nooit zo goed gedraaid, nu jongeren uit de middenklasse- en rijke wijken hun weg naar de 'veilige’ favelas gevonden hebben om hun wekelijkse portie wiet in te slaan. De zaken gaan beter dan ooit. Het is de overheid ook helemaal niet om de drugshandel te doen, geven functionarissen op een zwak moment wel eens toe. Van Buuren: 'De perceptie is belangrijk, het moet er vooral veilig uítzien. De nachtmerrie van de overheid is dat er binnenkort weer foto’s opduiken van jongens die met AK-47’s staan te zwaaien. De politie wordt dan ook helemaal gek van de recente overvallen in Rocinha, ze dreigen ernstig gezichtsverlies te lijden.’
Met het WK voetbal en de Olympische Spelen van 2016 in aantocht wil Rio de Janeiro koste wat het kost vermijden dat berichten over geweld het imago van de stad besmeuren. 'Vóór de toezegging van het WK voetbal en de Olympische Spelen was er geen veiligheidspolitiek, er waren enkel geïmproviseerde reacties op noodsituaties’, zegt Beltrame. Toch ontkent hij dat de pacificaties op de sportevenementen gericht zijn.
Gouverneur Cabral doet minder moeite om de algemeen bekende doelstelling te verbloemen. Toen de Braziliaanse krant O Dia foto’s publiceerde van met machinegeweren bewapende jongeren en kofferbakken vol cocaïne reageerde Cabral kort dat voor het WK voetbal alle stadszones gepacificeerd zullen zijn.

'RIO telt meer dan duizend favelas. Momenteel zijn er negentien UPP ’s. Cabral weet heel goed dat hij onmogelijk heel Rio kan pacificeren en dat is ook nooit de bedoeling geweest’, zegt het linkse parlementslid Marcelo Freixo (PSOL-RJ) opgewonden. Freixo was het eerste parlementslid dat openlijk de strijd aanbond met aan drugsbendes gelieerde overheidsfunctionarissen. Het leverde hem een reeks doodsbedreigingen op en een prijs op zijn hoofd. Noch de drugshandel, noch de favelabewoners zijn volgens Freixo interessant voor de overheid. 'Het UPP-beleid is niets anders dan de militaire reconquista van gebieden die van belang zijn voor de stad. Als je de kaart erbij haalt en ziet waar de UPP’s gestationeerd zijn, kun je de eigenlijke doelstelling onmogelijk ontkennen: de zones die van belang zijn voor de Olympische Spelen beveiligen. De pacificatiepolitie is er niet voor de bewoners van de favela, ze is er enkel om wille van de plaats waar die favela ligt.’
Volgens de parlementariër zit het ordehandhavingsapparaat nog steeds vast in de structuren van de militaire dictatuur die in Brazilië in 1985 officieel ten einde kwam. 'De politieopleiding is een militaire training die agenten voorbereidt op oorlog en het elimineren van de vijand. Maar welke vijand? De communisten? De vakbond? Toen in de jaren negentig het neoliberale model in Brazilië werd geconsolideerd, bracht dat een nieuw vijandsbeeld voort. Niet langer de communist met een Che Guevara-T-shirt, maar de slachtoffers van de consumptiemaatschappij. De nieuwe vijand is jong, arm, heeft een lage scholing en woont in een favela in de periferie. De armoede werd gecriminaliseerd. Favelas staan voor de Cariocas, de inwoners van Rio, gelijk aan drugsbendes, terwijl 99 procent van de favelabewoners daar niets mee te maken heeft.’ De politie van Rio de Janeiro heeft de twijfelachtige reputatie erg gewelddadig op te treden tegen die favelabewoners. Tussen 1998 en 2009 vielen in de staat Rio meer dan tienduizend doden tijdens confrontaties met de politie. 'Een gemiddelde van bijna drie per dag!’ fulmineert Freixo. 'Welke politie ter wereld brengt drie mensen per dag om?’
Een moordende en martelende politie past natuurlijk niet in de marketingcampagne van het WK voetbal. Met een pr-strategie waar de vroegere sovjetpropaganda nog een puntje aan kon zuigen, doen de autoriteiten er dan ook alles aan om het gehavende blazoen van de ordetroepen op te poetsen. Sociaal geëngageerde politiemannen zetten zich 'vrijwillig’ (maar betaald) in voor sociale projecten. Ze leren de kinderen capoeira, judo of Engels. De website van het veiligheidssecretariaat van Rio de Janeiro staat bol van de emo-verhalen van UPP-agenten. Op de fotoblog van de pacificatiepolitie op Flickr spelen breed lachende agenten met vliegers en dragen ze kinderen uit de favela op de arm. Fotowedstrijden beloven voor favelabewoners hallucinante bedragen voor wie het UPP-project op een positieve manier in beeld brengt.
Het staat in schril contrast met de doodskopvlag, de gepantserde tanks en de in zwart gehulde gevechtstroepen die de ingang van Rocinha sieren, de legertrucks vol soldaten in Vila Cruzeiro en de gewapende kinderen in Vila Aliança. De sportfans kunnen rustig slapen. Rio heeft de logistieke en financiële capaciteit om het geweld weg te houden van de grote stadions en de toeristische wijken en spaart kosten noch moeite om de cidade maravilhosa, zoals de Cariocas hun stad trots noemen, tijdens de topevenementen te laten schitteren. Maar voor het zo ver is heeft de overheid nog veel op te ruimen.