In rusland zijn de lijfwachten aan de macht

Boris Jeltsin verdreef enkele jaren geleden eigenhandig de communisten uit het Kremlin. Maar sinds hij het Russische leger naar de Kaukasus heeft gezonden om een einde te maken aan de Tsjetsjeense onafhankelijkheid, bedient hij zich meer dan ooit van de stijl van het ancien regime.

Een dag voor de invasie in Tsjetsjenie verdween Jeltsin in het ziekenhuis voor een neusoperatie die makkelijk had kunnen worden uitgesteld en die gewone stervelingen bovendien maar voor een dag of twee van hun werk houdt. Jeltsin kon twee weken niet in het openbaar verschijnen om zijn omstreden besluit te verdedigen. Een vergelijking met de nadagen van hersendode sovjetleiders als Brezjnev en Tsjernenko drong zich op. Of met het ziekbed van Gorbatsjov tijdens de augustuscoup van 1991.
Intussen putten Jeltsins medewerkers uit Moskous rijke propagandatraditie om de militaire actie in Tsjetsjenie aan de wereld te presenteren. Zoals dat gaat in een oorlog werd eerst een eufemisme bedacht voor de operatie. De bloedige onderdrukking van de Tsjetsjeense onafhankelijkheid heet in officieel taalgebruik ‘de ontwapening van onwettige bandientenformaties’, de Russische variant op onze 'politionele acties’.
Toen de Russische opmars vastliep, sommige officieren weigerden te vechten en de pers liet zien dat de hele Tsjetsjeense bevolking tegen de Russen vocht en niet alleen de huurlingen van de Doedajev-clan, gingen Jeltsins ministers een stap verder. Ze beschuldigden de Moskouse pers ervan gefinancierd te worden door Tjetsjenie. De verwoestingen in de hoofdstad Grozny waren niet het gevolg van de Russische luchtbombardementen, maar het werk van Doedajevs mannen, die gebouwen met bewoners en al opbliezen om de Russen vervolgens de schuld te kunnen geven.
Jeltsins ziekbed en de propaganda zouden kunnen worden opgevat als een amusante parodie op de leugens van het sovjettijdperk, als er niet een beangstigende werkelijkheid achter schuilging. Het gerespecteerde avondblad Izvestija, dat Jeltsin jarenlang heeft gesteund, vroeg zich na de invasie vertwijfeld af wie er nu eigenlijk regeert in Rusland. De krant doelde op de groeiende invloed die schimmige figuren in Jeltsins entourage op de gang van zaken in het Kremlin hebben, in het bijzonder de voormalige KGB-generaal Aleksandr Korzjakov, al bijna tien jaar Jeltsins lijfwacht en vertrouweling, en nu een van de machtigste politici van Rusland.
Korzjakov neemt geen genoegen met zijn leiderschap over Jeltsins prive-legertje. Hij bemoeit zich in het diepste geheim rechtstreeks met de landspolitiek. Onlangs probeerde hij een stokje te steken voor de afschaffing van de olie-exportquota, een systeem dat sommige delen van de bureaucratie miljoenen dollars aan steekpenningen oplevert. De Russische pers houdt Korzjakov en Oleg Lobov, de secretaris van de Veiligheidsraad, verantwoordellijk voor Jeltsins harde lijn in Tsjetsjenie.
Hoeveel macht dit soort stille politici in het Kremlin precies uitoefent en wat hun programma voor Rusland is, blijft een onderwerp voor speculatie. Jeltsins democratische medestanders van weleer die waarschuwen voor een terugkeer van het totalitarisme, zijn wellicht al te verbitterd over het feit dat ze hun invloed op de president hebben verloren. Maar zelfs relatief ingewijde Jeltsin-adviseurs als Georgi Satarov spreken nu van 'mensen die Rusland in de richting van een politiestaat willen duwen’. De Russische 'democraten’ worden in de Tsjetsjeense crisis slechts geconfronteerd met de gevolgen van Jeltsins alleenheerschappij, die ze een jaar geleden nog enthousiast ondersteunden. De grondwet die Jeltsin toen heeft doorgedrukt nadat hij zijn tegenstanders het parlementsgebouw uit had geschoten, is democratisch van toon maar autoritair van karakter. Het was naief om te denken dat die macht slechts zou worden aangewend om van Rusland een democratie te maken, zeker gezien de traditionele almacht van de staat.
Het is een verontrustend idee dat het grootste land ter wereld wordt geregeerd door een lijfwacht, een bestuursvorm die zelfs bananenrepublieken tegenwoordig trachten te mijden. Zelfs als er niets waar blijkt te zijn van de vermeende totalitaire plannen van Jeltsins bende, dan nog tonen deze lieden in de dagelijkse regeerpraktijk een schrijnend gebrek aan competentie. De besluitvorming in het Kremlin heeft zwaar te lijden onder de afwezigheid van democratische controle op hun acties. De inval in Tsjetsjenie is hiervan een goed voorbeeld.
Drie jaar lang deed Jeltsin niets aan de eenzijdig uitgeroepen onafhankelijkheid, terwijl Ruslands staatsbelang serieus te lijden had. Toegegeven, Doedajev maakte het de Russen moeilijk, maar pogingen om rechtstreeks overleg te voeren stuitten steevast op Jeltsins afwijzing. Compromissen en onderhandelingen zijn nu eenmaal niet het grootste talent van de Russische president. In plaats van een dialoog te voeren, werd afgelopen zomer in de krochten van het Kremlin besloten Doedajev uit te schakelen door de geheime bewapening van de interne Tsjetsjeense oppositie, een verzameling van uit de gratie geraakte Doedajev-medewerkers en bendeleiders. Moskou ging er terecht van uit dat het veel te riskant zou zijn om het eigen leger in te zetten. Toen de oppositie nog steeds niet in staat bleek een vuist te maken tegen Doedajev, wierf de contraspionagedienst Russische soldaten om het karwei op te knappen. De aanval op Grozny eindigde in een fiasco voor het Kremlin. Terwijl in Moskou een onderzoek werd geeist naar de aanstichters van deze Russische versie van de Varkensbaai-invasie, besloten Jeltsin en zijn adviseurs tot een vlucht naar voren: de massale inzet van Russische troepen. Jeltsin liet zich wijsmaken dat de drie legerkolonnes binnen een dag Grozny zouden hebben omsingeld, waarna Doedajev zich zou overgeven. Geen van beide onwaarschijnlijke veronderstellingen kwam uit. Maar omdat de politieke fall-out in Moskou steeds groter werd, had Jeltsin behoefte aan een snel succes. De bestorming van Grozny, die iedereen wilde voorkomen, werd toch ondernomen.
De gevolgen van de klungelige interventie in Tsjetsjenie zijn dezer dagen op het televisienieuws te zien. Behalve met een autoritair bestuurssysteem heeft Jeltsin Rusland nu ook opgezadeld met een guerrilla-oorlog die nog jarenlang levens zal kosten, met een gevaarlijke splitsing in de legertop en met een gat in de begroting dat de economische hervormingen in gevaar brengt. Omdat de kiezers het Jeltsin niet in dank afnemen dat hij grote politieke crises met tanks pleegt op te lossen, lijken de kansen op een democratische voortzetting van zijn regime na de presidentsverkiezingen van 1996 verkeken. Helaas bestaat er een gerede kans dat de presidentiele entourage naar andere middelen zal grijpen om haar macht te prolongeren.