Dickensiaanse onsterfelijkheid voor Dharma en Grace

In sitcoms eindigt de geschiedenis

Net zoals de negentiende-eeuwse lezer zich identificeerde met de feuilletonfiguren van Charles Dickens ziet de sitcomkijker zichzelf terug in de personages uit bijvoorbeeld ‹Dharma & Greg › en ‹Grace under Fire›. Worden Dharma en Grace even onsterfelijk als Chuzzlewit en Copperfield?

Dharma Freedom Finkelstein Montgomery is alles wat de moderne vrouw niet moet zijn: ze heeft geen baan, geen kinderen en een man die ze verafgoodt. Als telg van ouders die discipelen waren van de counterculture ziet ze het leven door een roze bril — wat onder meer betekent dat ze onbeschaamd seksbelust is. «Ik drink op mijn echtgenoot, Greg Montgomery», oreert ze koket, «een man die hard werkt om boeven achter tralies te zetten, voordat hij thuiskomt om vurig de liefde met mij te bedrijven. Greg, you rock my world!» Ook Greg conformeert zich allerminst aan de iconografie van de progressieve man: rijkeluiskind, gevormd door de kapitalistische, racistische en seksistische denkbeelden van zijn ouders en lichamelijk en geestelijk impotent, waardoor hij alleen maar beteuterd toekijkt hoe het leven aan hem voorbijgaat.

De sitcom Dharma & Greg — te zien op Net5 — biedt een komische blik op existen tiële kwesties. Net als Jerry en George in Seinfeld — een van de beste sitcoms ooit — leiden de verlokkelijke Dharma en haar saaie Greg een nihilistisch bestaan. Beide series zijn verstoken van absolute waarheden; linkse en rechtse ideologieën vloeien vrolijk door elkaar zonder werkelijk in botsing te komen. Aldus breekt in sitcomland het einde van de geschiedenis aan — het kan niet anders of dat moet verregaande consequenties hebben, juist in dit genre.

Sitcoms zijn een zeer ideologische vorm van televisie. In het naoorlogse tijdperk vormde de botsing tussen culturele en politieke denkbeelden een constante ondertoon in de beste sitcoms: het dromen van Lucille Ball in I Love Lucy over een groots leven vol rijkdom; de angst van Archie Bunker voor zwarte mensen in All in the Family; het pacifisme van Captain Hawkeye Pierce in M*A*S*H; de feministische durf van Mary Richards in The Mary Tyler Moore Show; de nobiliteit van de arbeidersklasse in Cheers; de mannelijke hardheid van journaliste Murphy in The Murphy Brown Show; de verveling van Jerry, George, Elaine en Kramer in Seinfeld; en in het meesterlijke Frasier het onbeholpen intellectualisme en de neurotische mannelijkheid van dr. Frasier Crane.

Stuk voor stuk zijn deze series te omschrijven als literaire sitcoms, ofwel litcoms zoals David Marc, televisietheoreticus en journalist voor The Village Voice ze noemt. In zijn boek Comic Visions (1989) stelt Marc een pikante definitie van de literaire sitcom voor: het genre maakt het mogelijk het banale te combineren met potente allegorische kracht. In navolging van het epische gedicht of de roman slaagt de sitcom erin een mythische sensibiliteit van realisme te creëren door middel van zelfreferentie. Kijkers herkennen zichzelf en hun leven in het alledaagse dat centraal staat in de literaire sitcom. Tegelijkertijd kan de sitcom net als de genoemde kunstvormen door poëtische vervreemding en narratieve complexiteit iets fundamenteels zeggen over de mens en zijn wereld.

Maar de sitcom als modernistische, zelfbewuste vorm staat onder druk. Sinds de laatste aflevering van Seinfeld zijn veel schrijvers en producenten de weg kwijt. Nu grote multinationals de dienst uitmaken in het Amerikaanse televisielandschap lijkt de tijd voorbij dat personages als Archie Bunker, Mary Richards, Seinfeld en Frasier zich bevinden in de kern van maatschappelijke discussies. De meeste nieuwe series zijn dan ook niets meer dan marketinginstrumenten. «Het is afgelopen!» declameerde twee jaar geleden Larry Gelbart, schepper van M*A*S*H. Hij vindt bijval bij James Burrows, maker van Cheers, die de teloorgang van de literaire sitcom wijt aan de «ongeletterdheid» van schrijvers van moderne sitcoms. Deze vaak jonge, witte auteurs zijn opgegroeid met televisie. Ze steken slecht af bij de grote schrijvers van klassiekers als M*A*S*H of All in the Family, die stammen uit een traditie van film, boeken en toneel.

Toch leert een blik op de nu in Nederland uitgezonden sitcoms dat er hoop gloort. En wel in de gedaante van Dharma Finkelstein: lang, slank en blond, yogalerares, leest geen boeken, aartslevensgenieter, gevoel voor humor, ziet een carrière niet zo zitten. Hoge hakken of mannenpakken? Rennen van kantoor naar huis en later wellicht naar de crèche? Zo hebben haar ouders haar niet opgevoed. Nee, belangrijk voor Dharma is het zoeken naar het innerlijke zelf, het liefhebben van bomen en de medemens en bovenal het wantrouwen van iedereen in een uniform, vooral de politie.

Deze dingen, die Dharma met de paplepel kreeg ingegoten, maken haar een opvallend fenomeen in het postfeministische tijdperk, vooral in vergelijking met een andere sterke sitcomvrouw: Grace in Grace under Fire. Late dertiger, gescheiden moeder van vier kinderen, werkt tussen mannen in een olieraffinaderij. Ze is de tegenpool van Dharma: cynisch, praktisch ingesteld, een harde werker. Opvallend is de afwezigheid van een sterke mannelijke figuur in het leven van zowel Dharma als Grace, iets wat in het Amerika van Bill Clinton als rechts commentaar zou kunnen fungeren op mogelijk gebrek aan leiderschap. Immers, in de tijd van Reagan en Bush senior vierden patriarchale figuren als Bill Cosby hoogtij in sitcomland.

Er is echter niets rechts aan Grace under Fire. Integendeel: in een scène waarin Grace een gesprek voert met de lerares van haar zoontje, dat een zwarte medeleerling heeft uitgescholden met de beruchte pejoratief, hangt op de achtergrond een portret van Clinton. Grace lost de kwestie op zoals ze alles in de serie oplost: met een flinke dosis cynisme — het gevolg van haar midlifecrisis — en bovenal met een onzekerheid die terug te voeren is naar het klassiek feministische probleem van laveren tussen een carrière en moederschap.

Dharma en Grace zijn over een aantal jaren uitgegroeid tot complexe, literaire personages. Het creëren van een levensechte wereld waarin de kijker (lezer) zich kan verliezen, is traditioneel het domein van de roman — van de «mythische sensibiliteit van realisme» waarover David Marc schrijft. Welbeschouwd zijn sitcompersonages als Dharma en Grace alleen te vergelijken met literaire figuren. De afleveringenstijl van de sitcom toont overeenkomsten met bijvoorbeeld het werk van Charles Dickens. Net als Dharma & Greg en Grace under Fire zorgden in de negentiende eeuw de feuilletons van Dickens ervoor dat er geleidelijk een sterke band tussen lezers en personages ontstond. Voor de lezers van Dickens waren Martin Chuzzlewit, David Copperfield of Mr Pickwick deel van het dagelijkse leven. De terugkerende eigenschap van vervolgverhalen, in de vorm van een filmserie, een stripverhaal of een sitcom, doet de grenzen vervagen tussen ons leven en «hun leven». Doordat het vaak gaat om een gezin, of een surrogaat ervan, ziet zowel de Dickens-lezer als de sitcomkijker personages als Oliver of David en Dharma of Grace na verloop van tijd als «familieleden». Fictiepersonages als David Copperfield of Pip in Great Expectations blijven je je leven lang bij. Idem dito de klassieke sitcompersonages die continu over de hele wereld in herhaling zijn te zien: de Bostonse kroegbaas Sam en zijn vrienden, Hawkeye, Trapper John en Hot Lips van de 4077, de medische eenheid in Korea.

Zullen Dharma en Grace zich in dit rijtje voegen? Het antwoord moet nog blijken. Van Grace under Fire worden geen nieuwe afleveringen meer gemaakt. Dharma & Greg daarentegen scoort inmiddels in Amerika na een twijfelachtige start opvallend goed. Opeens lijkt de serie een zenuw te raken. Het gebrek aan een duidelijke ideologische kleur biedt kennelijk een vruchtbare voedingsbodem voor het nihilisme zoals dat bestaat in moderne films als Being John Malkovich en The Royal Tenenbaums. Royal, de levensgenieter en mislukte vader in laatstgenoemde film, is een kopie van Dharma’s vader, een hippiedromer, iemand die er heilig van overtuigd is dat de verloren minuten van de Nixon-bandopnamen op de maan zijn begraven.

De naïviteit van Dharma leidt net als in Being John Malkovich tot kernvragen over het leven. In een recente aflevering raakt Dharma in paniek over een geheimzinnige doos van Greg. Vertrouwt ze hem genoeg om de doos niet te openen? Impliciet luidt de vraag: valt er iets fundamenteels te leren over het leven? Bestaat er zoiets als ultieme waarheid? Het antwoord komt in de hilarische, absurdistische laatste scène van de aflevering, wanneer Dharma vertwijfeld om zich heen kijkt — in feite naar de randen van het televisiescherm — en zegt: «O mijn god, ik zit in een doos!»

Dharma & Greg en Grace under Fire

op weekdagen te zien op Net5